OKTOBER 2021

BOEKENREVUE: Chef-kok in IG Auschwitz.

   
   

JEAN-PIERRE VANHEE

Aan wie behoort de geschiedenis toe? Aan diegenen die haar onderzoeken en navertellen? Aan diegenen die over originele bronnen uit eerste hand beschikken? Aan zij die haar reconstrueren aan de hand van getuigenissen? Aan wie zich goed documenteert en na grondige controle van de feiten verdedigbare hypotheses en stellingen formuleert? Ook indien ze emotioneel betrokken zijn? Aan diegenen die haar bestuderend recht willen doen, zonder haar te willen toe-eigenen? Dat is het geval voor Annie Van Paemel en Dirk Verhofstadt die met Chef-kok in IG Auschwitz een onderzoek doen naar de verplichte arbeid in de Duitse werk- en concentratiekampen tijdens WO II.

 

 

REVIEW VAN HET BOEK 'CHEF-KOK in IG Auschwitz' DOOR annie van paemel en dirk verhofstadt

 

‘… elk subject is de rusteloze rest van een paar, waarvan de verwijderde helft niet ophoudt op de achtergeblevene beroep te doen’

Sloterdijk Peter, Sferen, (67)

Van Paemel en Verhofstadt kozen er niet voor een microgeschiedenis te schrijven die enkel het persoonlijke wedervaren van twee mensen vertelt. Evenmin gaan ze uit van zogenaamde wetmatigheden die alles en dus ook hun bevindingen moeten verklaren. Wel ondernamen ze een poging om de oorlogsgeschiedenis van Willy Van Paemel en zijn latere echtgenote Yvonne Schollen samen te stellen aan de hand van hun persoonlijke documenten. Ze deden hiervoor veel opzoekingswerk in de meest uiteenlopende archieven en schreven zo een bijzonder relevant boek. Tevens betonen ze postume eer aan het paar dat deze geschiedenis beleefde.

 

 Reichsführer-SS Heinrich Himler op bezoek
bij IG Auschwitz op 18 juli 1942. © United States Holocaust Memorial Museum, Courtesy of Instytut Pamieci Narodowej

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoewel het gebruik van de beeldspraak ‘lezen als een trein’ in deze context niet op haar plaats is, is ze wel aan de orde: het boek presenteert in een sobere en heldere taal op een meeslepende manier de complexe oorlogsrealiteit van veel Europeanen en in het bijzonder van een familie uit Blankenberge. Twee verliefde jonge mensen leren elkaar in 1942 in Antwerpen kennen en worden een speelbal van de oorlogsmachten waardoor ze meerdere jaren samen in Auschwitz III doorbrengen. Na het militaire geweld van de invasie en de bezetting van België, na een periode van krijgsgevangenschap, getroffen door de verordeningen van de bezetter en de noden kennende van hun familie, staan ze vervolgens voor de opdracht om hun eigen professionele ambities, hun angsten maar ook hun liefdesgevoelens in de keuzes die ze zullen moeten maken, een plaats te geven. 

 

Hoewel het gebruik van
de beeldspraak ‘lezen als
een trein’ in deze context
niet op haar plaats is,
is ze wel aan de orde

GEDWONGEN ARBEID


 

Welke initiatief- en beslissingsruimte hebben ze daarvoor? Wat we in een dergelijke situatie nog als persoonlijke vrijheid kunnen beschouwen, is een behoorlijk lastige vraag. Niet alleen je eigen leven maar ook dat van anderen hangt immers af van wat je beslist. Het is waar de protagonisten in dit boek mee af te rekenen krijgen tijdens en nadat ze in 1942 in een tewerkstellingskamp terechtkwamen, waar ze tot aan het einde van de oorlog zouden blijven.

   

Het verhaal over de gedwongen arbeid gaat als een rode draad doorheen een netwerk van draden in het boek. De verhouding tussen industrie en politiek is volgens de auteurs een onderbelicht maar uiterst relevant aspect van de oorlogsgeschiedenis en het maakt dit boek mee tot zo'n interessant document. Het behandelt in detail een onderdeel van wat veelal onder de algemene noemer van de gruwel van Auschwitz gevat wordt. Het concentratiekamp Auschwitz III – meer bepaald Buna-Monowitz en de barakkenkampen voor de dwangarbeiders, de krijgsgevangenen en de verplicht tewerkgestelden – is dan ook heel wat minder bekend dan de gaskamers van Birkenau. Dat is begrijpelijk, maar toch ook een lacune.

Er zijn van het tewerkstellingskamp Auschwitz III ook nog slechts enkele materiële overblijfselen te bezichtigen. Het is daarom zeer terecht en hoog tijd om de hechte samenwerking tussen de nazi’s en IG Farben vooralsnog onder de aandacht te brengen. Het IG Farben-concern, dat we kennen van Agfa, BASF en Bayer, dreef mee de Duitse oorlogsmachine aan en dat is niet bepaald een neutraal stukje geschiedenis. Het bedrijf leverde onder meer het gifgas Zyklon B voor de vergassing van ongeveer 1,1 miljoen mensen in Auschwitz. IG Farben wilde in sneltempo een gigantische fabriek in het dorpje Bruna bouwen voor onder meer de productie van kunstrubber en synthetische olie. Het gebruikte daarbij dwangarbeiders die als slaven verhandeld en bij ziekte en uitputting vaak gedood werden. In de fabriek werd geen gram synthetisch rubber geproduceerd.

   

Het is zeer terecht en
hoog tijd om de hechte
samenwerking tussen
de nazi’s en IG Farben
vooralsnog onder de
aandacht te brengen

De keukenploeg van Hotel Billard Palace in 1938. Willy staat links bovenaan.

© Privécollectie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet alleen je eigen leven
maar ook dat van anderen
hangt af van wat je beslist

Niet lang na de oorlog werden de topmanagers van het bedrijf in vrijheid gesteld. Naar hun zeggen was de korte periode van gevangenschap zelfs onterecht. Ze hadden een fabriek gebouwd, een bedrijf gerund. Dat gebeurde tegen de laagst mogelijke kosten met het oog op een zo efficiënt mogelijke productie en een maximale winst. Daartoe hadden ze intens samengewerkt met de nazi’s als ware het gewone handelspartners. Dat hun klachten over te lage rendabiliteit van de ingezette arbeiders het rechtstreeks gevolg was van de meest erbarmelijke omstandigheden waaronder ze werden ingezet, was volgens hen niet hun fout. Dat het tot de dood van deze mensen leidde, was niet hun verantwoordelijkheid. Waarom dan die veroordeling en opsluiting? Bovendien achtten ze hun expertise noodzakelijk bij de wederopbouw van het land.

De auteurs tonen aan dat er heel wat vragen te stellen zijn over de verhouding van het bedrijf met het heersende naziregime. Vragen waarvan er een groot deel onbeantwoord zullen blijven omdat zowel het management als de nazi’s net voor de bevrijding van het kamp door de Russische troepen nog zoveel mogelijk bezwarende documenten vernietigd hebben. Niet alleen in die periode zijn zulke vragen relevant. Tot op de dag van vandaag moet de relatie tussen dominante bedrijven, hun eigenaars en aandeelhouders en politieke overheden nauwgezet en kritisch bevraagd worden. Ook al gaat het over een ander type bedrijven zoals de voedingsindustrie of de bankenwereld en andersoortige activiteiten, een democratie is haar burgers dat verschuldigd.

   

Tot op de dag van vandaag
moet de relatie tussen
dominante bedrijven, hun
eigenaars en aandeelhouders
en politieke overheden
nauwgezet en kritisch
bevraagd worden

SCHULDVRAAG

 

 

 

In het verlengde van deze discussie sluimert in Duitsland nog steeds de schuldvraag in hoofde van de bevolking. Ruim tachtig jaar na de feiten ondervragen jonge mensen zichzelf en hun familieleden nog steeds over hun betrokkenheid en over het begrip (collectieve) verantwoordelijkheid. Volgens sommigen worden deze vragen zelfs nog veel te weinig gesteld. Zo heeft Svenja Flatsspöhler, voormalig hoofdredactrice van het Duitse Philosophie Magazine en huidig hoofdredactrice Literatuur, Kunst en Geesteswetenschappen van Deutschlandradio Kultur die vraag nog niet zolang geleden geactualiseerd. Ze stelde immers vast dat ze het nog steeds moeilijk heeft om de vragen te beantwoorden die haar dochter stelt naar de betekenis van de struikelstenen voor veel huizen in Berlijn. Ondertussen liggen er zo al duizenden in heel Europa, messing plaatjes waarop de naam, geboortedatum, deportatiedaum, plaats en datum van overlijden zijn gestanst.

 

   

Huwelijksfoto van Willy en Yvonne van 2 december 1945. © Privécollectie

   

Ruim tachtig jaar na de feiten ondervragen jonge mensen zichzelf en hun familieleden nog steeds over hun betrokkenheid en over het begrip (collectieve) verantwoordelijkheid

In haar boek Vergeven. Omgaan met onrecht (2017), dat werd genomineerd voor de prestigieuze Tractatus Preis, stelt ze ‘Is het niet het onbetwiste doel van de herinneringscultuur op de nakomelingen ook juist een bepaald schuldgevoel over te brengen zodat de verantwoordelijkheid niet te abstract en de herinnering levendig blijft?’ Aan die herinneringscultuur dragen Van Paemel en Verhofstadt bij met hun boek. Ze leggen de vinger op die bijzonder pijnlijke wonde van onrechtmatig geweld, moord en doodslag. Weze het Rusland, China, Armenië, Bosnië – en de lijst is helaas veel langer – de discussie over vergeten en vergeven, zich blijven herinneren en herdenken, is nog lang niet beslecht. De Shoa neemt alleszins zo een donkere plaats in de geschiedenis van misdaden tegen de menselijkheid in, dat het hopelijk nooit zal lukken haar te vergeten.

Hoewel de term verplichte literatuur in feite een contradictie in terminis is – vaak vergalt de dwang het mogelijke plezier van het lezen – toch mogen sommige boeken met stip op een ‘te lezen’ lijst geplaatst worden. Chef-kok in IG Auschwitz is er zo een. Het biedt lezers een zeer geslaagde combinatie aan van (militair) historische informatie en een persoonlijke geschiedenis. Het verschaft daarbij inzicht in hoe de industrie zich onder druk van een dictatoriale partij conformeert en zich op de oorlogsvoering afstelt en in hoe de alomtegenwoordigheid van indoctrinaire propaganda ‘succesvol’ bijdraagt aan een haatcampagne met genocidaal opzet.

Chef-kok in IG Auschwitz behoort tot het proza dat ons terdege informeert over rassenhaat, fascistisch machtsmisbruik, ideologische brainwashing en hoe een genocide systematisch en door middel van rationele organisatie plaatsvond. Wat zegt het boek over de toekomst en de politieke armslag van uiterst rechts in de wereld?

‘Sommigen zeggen dat we niet moeten overdrijven, dat het verleden niet terugkomt en dat het allemaal niet zo erg is. Maar Primo Levi schreef op het einde van zijn boek De verdronkenen en de geredden: ‘Het is gebeurd, dus het kan weer gebeuren.’’

   

Van Paemel en Verhofstadt
leggen de vinger op die
bijzonder pijnlijke wonde
van onrechtmatig geweld,
moord en doodslag

Annie Van Paemel en Dirk Verhofstadt, Chef-kok in Auschwitz. De geschiedenis van Willy Van Paemel en IG Farben. Uitgeverij Houtekiet, 2021, 320 p.

Boekvoorstelling donderdag 2 december 2021, 20:00

Kijk hier voor meer informatie. 

Inleiding door Christophe Bush

Daarna PPP door Annie Van Paemel en Dirk Verhofstadt

Locatie: Liberas, Kramersplein 23, Gent

Inschrijven: inschrijven@liberas.eu  

Organisatie: Willemsfonds, Vermeylenfonds, Geuzenhuis, Liberas en Liberales  

 

Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? Klik hier voor meer informatie.