OKTOBER 2021

Ex-trans. Het verhaal van detransitioner Elie Vandenbussche


© Post Trans
   

GRIET VANDERMASSEN

De Brusselse Elie Vandenbussche is 22. Als adolescent dacht ze dat ze trans was en ging in transitie. Dat bleek een vergissing, met onomkeerbare gevolgen. Het uiterlijk en de stem van Elie blijven permanent vermannelijkt. Haar borsten is ze kwijt. Samen met haar Duitse vriendin Nele maakt Elie deel uit van de wereldwijd groeiende groep detransitioners: jonge mensen die op hun transitie terugkomen, meestal omdat ze beseffen dat hun genderdysforie, het sterke gevoel van ongemak met hun geslachtskenmerken, niets te maken had met trans zijn. De dysforie had andere oorzaken, die onvoldoende verkend werden door de clinici die hen bij hun transitie begeleidden. Het is de grote aanklacht van Vandenbussche: jongeren die worstelen met hun genderidentiteit, worden te snel op een pad richting medische transitie gezet, terwijl ze vaak veel te jong zijn om zo’n ingrijpende beslissing te nemen. Voor de noden van detransitioners ontbreekt steun, zowel binnen de transgemeenschap als bij medische professionals. Daar heeft ze wat aan proberen te doen, door die noden in kaart te brengen in een academische studie. Met het project Post Trans zetten Elie en Nele zich in voor een betere zichtbaarheid van detransitioners.

 

 

HET verhaal van detransitioner elie vandenbussche

Hoe en wanneer begon het idee bij jou te rijpen dat je trans was? Ging die identificatie gradueel, of plots?

Rond mijn zestiende. Op mijn vijftiende kwam ik uit de kast als lesbienne, en voelde me daar vrij comfortabel bij. Kort daarna begon ik me echter vragen te stellen. Ik paste helemaal niet in het stereotiepe beeld van een meisje, en ik kende nauwelijks andere lesbiennes of mannelijke meisjes. Zo kwam ik bij het idee dat ik misschien wel trans was. Ik begon informatie te zoeken op Google en Youtube over ‘jonge transgendermannen’, en de verhalen die ik daar tegenkwam waren voor mij heel herkenbaar. Mijn online zoektocht bracht me ook bij de Brusselse transorganisatie Genres Pluriels, die bevestigden dat ik misschien wel trans was en me vertelden dat daar behandelingen voor bestaan, zoals testosteron en chirurgie. Het werd me duidelijk: ik was trans en wilde in transitie.

Hoe reageerden je ouders en je vrienden?

Mijn vrienden waren aanvaardend, maar ook wel bezorgd en in de war. Ze hadden het helemaal niet zien aankomen. Omdat ik pas zestien was, had ik toestemming van mijn ouders nodig voor elke transitiestap. Samen zochten we naar een therapeut, in eerste instantie bij de genderkliniek in Luik (in het Academisch Ziekenhuis van Luik, n.v.d.r.). Dat werd een erg negatieve ervaring. De therapeut zei me dat ik niet trans was, maar slachtoffer van de manier waarop transpersonen in de media voorgesteld worden. Bovendien zou ik niet aan mijn transitie kunnen beginnen voor ik achttien was. Dat maakte me boos. Ik voelde me afgewezen en ging nooit meer terug. Bij Genres Pluriels houden ze er een uitgebreid ‘psycho-medisch-sociaal netwerk’ voor transpersonen op na, met professionele hulpverleners die je makkelijk en snel toegang geven tot transitie. Zonder psychologische begeleiding. Zij verwezen me door naar een endocrinoloog die me meteen hormonen voorschreef.

 

 

Je kan dus in België ook in het privécircuit terecht voor een transitie?

Er zijn verschillende genderteams in België: in het UZ Gent, in Luik en in Genk. Maar in Brussel kan je ook in transitie via Genres Pluriels, en er zijn daarnaast nog veel mogelijkheden om in transitie te gaan via een privékliniek. Ook op de site van de genderkliniek in Gent staat een lijst van professionals die ze aanbevelen om een transitie te doen buiten de kliniek. Je kiest dus zelf je artsen, dat lijkt steeds gebruikelijker.

Nemen die privéklinieken het even nauw met de officiële richtlijnen van de Endocrine Society?

Bij mijn transitie werden die richtlijnen helemaal niet gevolgd. Privédokters beslissen zelf.

TESTOSTERON BLUES

Hoe voelde je je aanvankelijk bij je transitie? 

Ik was opgewonden en had grote verwachtingen. Toen ik eraan begon, had ik het gevoel vast te zitten in een heel donkere periode in mijn leven, maar van zodra ik toegang kreeg tot de behandeling voelde ik me veel beter. Vol ongeduld keek ik uit naar de veranderingen die eraan kwamen. Kort na mijn start met testosteron begonnen de problemen. Ik begon me emotioneel afgestompt te voelen. Dat was verwarrend, omdat die veranderingen veel verder gingen dan mijn uiterlijk. Daarover hadden mijn artsen me niets verteld. Ook sociaal was het niet eenvoudig: opeens moest ik samen met de jongens sporten op school en veranderde stilaan mijn hele leven. Maar ik was vastberaden. Ik wilde dit echt.

 

 © Post Trans

En toen kreeg je chirurgie.

Ja, op mijn zeventiende, een paar maanden nadat ik met de hormoontherapie gestart was. Ik vond in België niet direct een chirurg, dus ging ik op aanraden van andere transmannen naar Frankrijk. Toen ik voor het eerst wakker werd zonder borsten, voelde dat erg goed. ‘This was meant to be’, dat ging er door me heen. Ik voelde me bevrijd. Maar er gebeurde zoveel ineens: mijn transitie ging enorm snel, van de ene procedure naar de andere zonder dat ik tijd kreeg om erover na te denken. Ik had veel tijd nodig om te herstellen, want die borstverwijdering was fysiek enorm intens. Toch voelde ik me erg gelukkig met het resultaat.

 

 


 

We willen de ervaringen van anderen niet invalideren, maar wel het taboe rond detransitie doorbreken


Kort daarna moet er iets veranderd zijn.

Na mijn middelbaar begon ik aan een universitaire opleiding in Duitsland. Daar werd ik echt geconfronteerd met wat het betekent om in transitie te gaan, vooral op sociaal vlak. Ik had het gevoel dat ik mijn verleden als meisje moest verbergen. Ik voelde me oncomfortabel in mijn mannelijke rol. Er zaten zeker goede kanten aan: ik voelde me meer serieus genomen en gewaardeerd, ik had meer zelfvertrouwen. Aan de andere kant voelde het alsof ik mijn connectie met vrouwen verloren was. Ik zonderde me daardoor steeds meer af. Toch duurde het een tijdje voor ik mijn transitie in vraag begon te stellen. Ik kreeg last van de hormonen, onder meer vaginale atrofie (vaginale droogheid, n.v.d.r.). Daardoor moest ik oestrogeen nemen, bovenop het testosteron dat ik al nam. Toen begon ik me af te vragen wat ik met mezelf aan het doen was. Was dit echt allemaal noodzakelijk? Moest ik dit mijn lichaam aandoen? Ik werd bang van mijn nieuwe lichaam, dat ik op een bepaalde manier niet eens kende. Daarom durfde ik ook niet zomaar met de behandeling te stoppen. Toen begonnen de twijfels pas echt. Het begon me te dagen dat er ook andere mogelijkheden waren om met mijn genderdysforie om te gaan, maar dat geen enkele dokter dat had gesuggereerd. Zelfs niet toen ik gezondheidsproblemen kreeg. Zo kwam ik tot het besef dat ik een detransitie wou, en ontwikkelde ik een kritische kijk op de manier waarop transitie wordt voorgesteld aan jongeren die zich oncomfortabel voelen in hun lichaam.

 

Moest je die detransitie op je eentje doen of kreeg je medische hulp?  

Medisch was het gewoon een kwestie van te stoppen met die hormonen. Ik belde m’n arts en die zei me dat het kon. Emotioneel had ik gelukkig mijn partner Nele. We ontmoetten elkaar toen we ons nog allebei als transman identificeerden, en begonnen samen ons proces in vraag te stellen. De beslissing tot detransitie namen we elk apart, maar rond dezelfde tijd. We vonden veel steun bij elkaar. Rond die tijd begon ik met Nele aan het Post Trans-project te werken, om zo in contact te komen met andere detransitioners.

 

TOXISCHE DYNAMIEK

Vind je het pijnlijk om hierover te praten?   

Over sommige aspecten meer dan andere. Ik doe het omdat ik het erg belangrijk vind om dit soort ervaringen zichtbaar te maken. Er is veel afwijzing binnen de transgemeenschap, en het is moeilijk om anderen te vinden die in een vergelijkbare situatie zitten. Zonder Nele was ik enorm eenzaam geweest.

 

 Dat is meteen een van de doelstellingen van Post Trans. Het project bestaat inmiddels uit een facebookgroep, postkaartjes, een website en een downloadbaar boekje, Gender Detransition. Heel helder en informatief. Het is bij mijn weten ook de eerste keer dat er info over detransitie verschijnt in het Nederlands.    

Dat was voor ons heel belangrijk. We hebben nu ook contact met het genderteam in het UZ Gent. We gaan samenwerken aan een informatief boekje over detransitie dat specifiek gericht is op de situatie in België. Het boekje dat wij maakten, vonden ze maar niets. Op veel plaatsen staat men open voor de nood aan deze informatie, maar er is zoveel druk vanuit de gemeenschap dat het moeilijk is om dingen tot stand te brengen.

 

Is dat soort radicalisme binnen de transgendergemeenschap een randfenomeen?

Ik denk van wel, maar radicalen zijn nu eenmaal vocaler en agressiever. We krijgen ook veel reacties van transpersonen die ons steunen. Dat telt voor ons: we willen de ervaringen van anderen niet invalideren, maar wel het taboe rond detransitie doorbreken. Dat taboe wordt in stand gehouden door groepseffecten en sociale media. Daar heerst het verhaal dat detransitie niet bestaat, maar het product is van transfobe mensen die transpersonen hun rechten willen afnemen. Wij willen tonen dat er wel degelijk veel mensen in detransitie gaan. Dat betekent niet dat we iedereen moeten weerhouden van transitie. Maar we willen nadenken over alternatieve oplossingen.

 Ondervind je ook negatieve reacties vanuit de LGB-beweging?

In LGB en queer spaces zie ik dat er steeds meer angst is om iemand te beledigen of om als haatdragend over te komen tegenover groepen die deel uitmaken van die gemeenschap. Dat zorgt voor veel taboes, onder andere rond detransitie. Zoals ik zei, is dat thema geassocieerd geraakt met transfobie, dus houdt men zich er ver van. Daarnaast hebben veel detransitioners negatieve ervaringen tijdens hun detransitie, waardoor ze erg kritisch worden tegenover medische transitie in het algemeen. Het geheel levert een problematische situatie op. Het is moeilijk om erover te praten zonder transfoob te worden genoemd, waardoor elke discussie lamgelegd wordt. Er is enorm veel groepsdruk op sociale media, kortom: een toxische dynamiek binnen de gemeenschap.

 

 

Voor transmeisjes was er een make-up-dag, voor transjongens een sportnamiddag. Dat is je conformeren aan regels die je beweert te bekritiseren

 

© Post Trans


Ondervind je ook negatieve reacties vanuit de LGB-beweging?

In LGB en queer spaces zie ik dat er steeds meer angst is om iemand te beledigen of om als haatdragend over te komen tegenover groepen die deel uitmaken van die gemeenschap. Dat zorgt voor veel taboes, onder andere rond detransitie. Zoals ik zei, is dat thema geassocieerd geraakt met transfobie, dus houdt men zich er ver van. Daarnaast hebben veel detransitioners negatieve ervaringen tijdens hun detransitie, waardoor ze erg kritisch worden tegenover medische transitie in het algemeen. Het geheel levert een problematische situatie op. Het is moeilijk om erover te praten zonder transfoob te worden genoemd, waardoor elke discussie lamgelegd wordt. Er is enorm veel groepsdruk op sociale media, kortom: een toxische dynamiek binnen de gemeenschap.

© Post Trans

RAPID ONSET GENDER DYSPHORIA

In 2018 verscheen er een controversiële studie van Lisa Littman waarin ze een nieuwe, sociaal gemedieerde subcategorie van genderdysforie poneert: Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD), om het fenomeen te beschrijven waarbij jongeren zonder voorgeschiedenis plots genderdysforie manifesteren en waarbij de sociale peergroep een belangrijke rol lijkt te spelen. Wat vind je van haar studie?

Het is goed dat ze de aandacht vestigt op de hoge aantallen jonge meisjes die in transitie gaan. Ik denk dat ROGD echt is, ik zie het gebeuren en herken er mezelf in. Dysforie kan snel opkomen, en ook snel weer verdwijnen. We moeten ernaar leren kijken als iets wat niet alleen interne en louter psychologische oorzaken heeft, maar ook beïnvloed wordt door sociale factoren. Dat kan de huidige sekseratio van genderdysforie verklaren (in de adolescente populatie met genderdysforie is de meerderheid vrouwelijk-naar-mannelijk, n.v.d.r.), en de jonge leeftijd waarop er in transitie wordt gegaan. Littman werd zwaar op de korrel genomen. Ik denk dat dat komt omdat het idee dat genderidentiteit niet zo aangeboren en constant is als gedacht, alles veel complexer maakt. Het impliceert immers dat we de manier waarop we nadenken over genderdysforie grondig moeten herbekijken. Je kan natuurlijk blijven volhouden dat detransitie amper gebeurt, dan kan je er simpel over blijven nadenken. Het verklaart waarom veel professionals weigerachtig zijn om spijt en detransitie te bespreken. .

 Je eigen onderzoek maakt duidelijk wat de noden van detransitioners zijn en schept een beeld van het gebrek aan steun, ook vanwege professionals, die nochtans de taak hebben om mensen te helpen.

Dat is inderdaad absurd. Bij andere behandelingen geldt dat gebrek aan steun niet. Hier zijn duidelijk ideologische invloeden de medische praktijk binnengeslopen, die professionals ervan weerhouden om een gepaste behandeling te geven en hun rol te vervullen.

 

Puberteitsremmers worden nog altijd voorgesteld als een pauzeknop, terwijl bewezen is dat dat niet klopt

 

Wellicht bedoelen ze het goed.

Zeker, maar soms is dat contraproductief. Neem nu de organisatie Belgian Trans Kids, waar ik nauw bij betrokken was. Zij organiseren kampen voor jonge kinderen. Soms zijn die nog maar negen jaar. Hoe medische transitie daar geïdealiseerd werd, vond ik schokkend. Toen ik dat wou aankaarten, werd ik uit de groep gezet en werd alle contact verbroken. Ik weet dat die mensen vol goede bedoelingen zitten, maar door zo’n verkrampte reacties op bepaalde gespreksthema’s brengen ze échte schade toe. Er zit ook iets regressiefs aan: het idee is dat kinderen creatief moeten zijn en expressie moeten geven aan hun gender zoals ze dat zelf willen, maar wat zie je op zo’n kamp? Voor de transmeisjes was er een make-up-dag, voor de transjongens een sportnamiddag. Dat is je conformeren aan regels die je beweert te bekritiseren. Er is dan wel een intentie om dingen te veranderen en meer vrijheid te creëren, maar uiteindelijk belanden we weer bij beperkende stereotypen en is er minder ruimte voor gender-nonconformiteit.

 

Je ziet ook dat steeds meer lesbische meisjes en vrouwen zich nu trans of non-binair noemen. De lesbienne lijkt stilaan uit te sterven, want is niet langer politiek correct.

Juist. Het idee leeft sterk dat lesbiennes geprivilegieerd zijn ten opzichte van transvrouwen, omdat ze cis zijn (zich oké voelen met hun biologische geslacht, n.v.d.r.). Er zijn in België ook bijna geen plekken of activiteiten meer alleen voor lesbiennes. Wel trans spaces, gay bars en LGBTQ-spaces, maar niets voor lesbiennes. Dat maakt het moeilijker voor jonge lesbiennes om hierrond een identiteit op te bouwen. Of als ze houden van mannelijke dingen, gaan ze misschien denken dat ze trans zijn. Daar vinden ze dan een gemeenschap en steun.

   

Er is meer onderzoek nodig naar hoe sociale factoren genderdysforie kunnen beïnvloeden. Dat wordt over het hoofd gezien

 

Toch is het misschien voor sommige kinderen beter dat ze vroeg in transitie kunnen gaan?

Ja, maar het is dan de vraag met welke behandeling en hoe veilig die is. En uiteindelijk of het wel ethisch is om jonge kinderen te behandelen. Neem nu puberteitsremmers: die worden nog altijd voorgesteld als een pauzeknop, terwijl bewezen is dat dat niet klopt. Zelfs op de site van het genderteam van het UZ Gent staat dat nog altijd. De richtlijnen zijn ook op korte tijd enorm veranderd. Je moet gedurende zes maanden genderdysforie ervaren: dat is ongelooflijk kort. Daarom is er ook meer onderzoek nodig naar hoe sociale factoren genderdysforie kunnen beïnvloeden. Dat wordt volledig over het hoofd gezien.

 

Wat ook over het hoofd wordt gezien, zijn de grote aantallen jongeren met genderdysforie die aan post traumatisch stress syndroom lijden, bijvoorbeeld omdat ze seksueel misbruikt zijn, en dan denken dat de oplossing in transitie ligt.

Inderdaad, tragisch is dat. Ik ken ook detransitioners die aan een eetstoornis lijden, en er nu zeker van zijn dat hun eetstoornis aan de basis lag van hun genderdysforie. Het is belangrijk dat we daarnaar kijken, want de manier waarop we klinisch met eetstoornissen omgaan, verschilt radicaal van hoe we met genderdysforie omgaan. Er is dus nog veel nood aan bijkomend onderzoek, vooral naar de effecten van sociale media, en sociale invloeden algemeen, op genderdysforie.


     

 

Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.