JANUARI 2021

Waarom mensen niet zo goedgeloving zijn als we denken

Mensen zijn ontzettend irrationele en goedgelovige wezens. We worden langs alle kanten beïnvloed en om de tuin geleid: door politici, demagogen, reclamemakers en influencers. We trappen met open ogen in fake news en de gekste complottheorieën, eindeloos versterkt door de echokamers van de sociale media. Vooral in groep: breng een massa op de been en in geen tijd heb je een domme, volgzame kudde. Niet zo, volgens Hugo Mercier. Hij schreef met Not Born Yesterday een provocatief en briljant boek waarin hij dit wijdverspreide beeld op de menselijke natuur ontkracht.
 

STEFAAN BLANCKe & thomas lemmens

NIET VAN GISTEREN — HUGO MERCIER 

Vaccins en 5G maken je ziek of autistisch, COVID is een geplande pandemie en het wereldgebeuren wordt bepaald door een geheime camarilla van pedofielen en kindermoordenaars … het gaat er allemaal in als zoete koek. De centrale stelling in Hugo Merciers boek ¬– dat mensen van nature helemaal niet zo onkritisch of makkelijk te beïnvloeden zijn – doet dan ook de wenkbrauwen fronsen.

 

Hoe kunt u nu beweren dat mensen niet goedgelovig zijn? Dat lijkt erg makkelijk te weerleggen.
Daarvoor moet je met een evolutionaire blik naar communicatie kijken. Als onze voorouders goedgelovig zouden zijn geweest, zouden ze onze voorouders niet zijn. Uit de studie van de evolutie van communicatie weten we dat communicatie alleen maar een stabiel systeem kan zijn, als zowel de zenders als de ontvangers daar voordeel uit halen. Als een van de partijen altijd aan het kortste eind zou trekken, dan zou die daar snel mee stoppen. Daarnaast moet je altijd rekening houden met de strategische dimensie van communicatie. Tenzij je in een systeem zit zoals cellen in een lichaam of bijen in een bijenkorf, spelen er altijd belangenconflicten mee tussen zenders en ontvangers. Zenders kunnen cruciale voordelen halen als ze erin slagen om ontvangers te manipuleren of te bedriegen. De enige manier waarop ontvangers dus kunnen voorkomen dat communicatie voor hen nadelig wordt, is om waakzaam te zijn en voortdurend de signalen die ze ontvangen op hun betrouwbaarheid te controleren. Daar ontwikkelden wij speciale, cognitieve mechanismen voor.

 

In uw boek noemt u dat ‘mechanismen van open waakzaamheid’. Wat bedoelt u daar precies mee?
Met waakzaamheid bedoel ik dat we doorgaans goed in staat zijn om te evalueren wat mensen ons vertellen, en dat we informatie verwerpen als we geen goede gronden hebben om die te aanvaarden. Maar we staan ook open: we zijn ontvankelijk voor informatie die ingaat tegen onze overtuigingen en we zijn best bereid om onze mening bij te stellen. Als daar tenminste goede argumenten voor zijn, of als we vertrouwen hebben in de bron van die informatie. Die openheid is bij mensen veel groter dan bij andere mensapen. Het is bijvoorbeeld nagenoeg onmogelijk om een chimpansee te overtuigen om iets te doen zonder dat er een materiële beloning aan vasthangt. Bij mensen daarentegen zijn bijna alle beslissingen beïnvloed door communicatie.

COMMUNICATIEVE OMNIVOREN

In zijn boek vergelijkt Mercier het met omnivoren. Die kunnen zich geen extreme rigiditeit ten opzichte van hun voedsel permitteren, zoals bijvoorbeeld bij koala’s of pandaberen het geval is. Daardoor staan ze bloot aan veel meer risico’s, en hebben ze complexere en fijnmazigere evaluatiemechanismen nodig.

Over welke evaluatiemechanismen beschikken we, en hoe werken die?
De helft van onze cognitieve evaluatiemechanismen gaan over de inhoud. Daarbij controleren we nieuwe informatie in het licht van de kennis of opvattingen die we al hebben. Als jij me zou vertellen dat er een groene olifant in je kamer staat, is mijn eerste neiging om dat niet te geloven, omdat het in tegenspraak is met de opvattingen en kennis over

de werkelijkheid die ik al heb. Dit mechanisme is erg conservatief en zou tot problemen kunnen leiden als het té sterk zou zijn. Gelukkig zijn we in staat om die initiële, negatieve reflex te overstijgen. Dat doen we door te redeneren en door argumenten te evalueren. Als jij verduidelijkt dat het om een speelgoedolifant gaat, ben ik wél bereid om je te geloven.

Het voornaamste probleem in onze samenleving is niet zozeer een gebrek aan kritische zin, maar aan vertrouwen
Daarnaast evalueren we ook voortdurend de bron van de informatie: beschikt die over extra informatie of competenties die ik niet heb? Is de bron betrouwbaar? Is het een vriend? Heeft die er belang bij om tegen me te liegen?

Het zijn vrij rudimentaire mechanismen, maar rudimentair is evolutionair gezien voldoende. Het alternatief is om alle nieuwe informatie te verwerpen, en dat kunnen we ons niet veroorloven.

U zegt dus dat je ook té kritisch kunt zijn. Dat gaat lijnrecht in tegen mensen die met kritisch denken bezig zijn. Volgens hen moeten we vooral leren om zo kritisch mogelijk te zijn. U denkt daar anders over.

Ik denk dat de nadruk op kritisch denken voor het grootste deel misplaatst is. Het voornaamste probleem in onze samenleving is niet zozeer een gebrek aan kritische zin, maar aan vertrouwen. Het probleem is niet dat we te veel slechte informatie voor waar aannemen, maar dat we te veel goede informatie verwerpen. Wat we mensen dus moeten leren is juist om meer vertrouwen te hebben in correcte informatie, en er voor zorgen dat er meer vertrouwen gaat naar wetenschappers, experts en journalisten.

FOUTE INTUÏTIES

Het is voor iemand die zelf geen expert is toch heel erg moeilijk om uit te maken wat betrouwbare wetenschap is? Pseudowetenschappers slagen er bijvoorbeeld heel goed in om te doen alsof ze met serieuze wetenschap bezig zijn. Zo zijn er creationisten in de VS die evengoed zwaaien met doctorstitels en ingewikkelde boeken schrijven met hoge woorden en wiskundig aandoende formules.

Het probleem is dat onze cognitieve mechanismen niet geëvolueerd zijn om over wetenschappelijke kwesties na te denken. Dat leidt tot een heleboel foute intuïties.

Als je zelf geen expert bent, moet je op enkele vuistregels terugvallen. Je geeft het voorbeeld van iemand met een doctoraat. Wel, is dat in een relevant veld? Behaald aan een universiteit met het nodige prestige? Hoe rudimentair ook, een paar simpele vuistregels zijn nog altijd beter dan niets. Het probleem met pseudo- en antiwetenschappelijke onzin, is dat onze cognitieve mechanismen niet geëvolueerd zijn om over wetenschappelijke kwesties na te denken. Astrologie, fysica, evolutie: dat zijn vrij recente, complexe ideeën en daar zijn die mechanismen niet goed voor uitgerust. Dat leidt tot een heleboel foute intuïties.

Bepaalde ideeën zijn gewoon veel intuïtiever zijn dan andere. Evolutie is bijvoorbeeld een erg contraintuïtief idee. Als je aan kinderen of mensen uit prewetenschappelijke beschavingen vraagt of soorten kunnen veranderen, antwoorden ze van niet. Honden krijgen hondenbaby’s en niets anders. Creationisme is in dat opzicht veel ‘natuurlijker’. Een ander voorbeeld is vaccinatie. Stel dat je geen, of een heel beperkte, kennis hebt van virussen en ons immuunsysteem. Als je dan gezegd wordt dat we iets wat je ziek kan maken in een perfect gezond lichaam gaan injecteren, vaak nog in dat van een baby of kind, dan lijkt dat inderdaad het slechtst mogelijke idee ooit. Daarom is er altijd en overal al weerstand tegen vaccinatie geweest, en dat zal altijd zo blijven. Het verontrustende wantrouwen tegen de COVID-vaccins is dus niet nieuw.

In sommige gevallen loont het om mensen écht tegen je in het harnas werken, omdat je daarmee loyauteit aan je eigen groep signaleert

Die verkeerde intuïties zijn de voornaamste oorzaak voor de verspreiding van onware ideeën en onzin. Het lijkt dus op het eerste zicht dat pseudowetenschappers er makkelijk in slagen om mensen te overtuigen, maar eigenlijk overtuigen ze niet echt. Ze versterken gewoon de foute intuïties die mensen al hebben. Echte wetenschappers slagen er wél in om mensen te overtuigen. Want ook al wijzen onze natuurlijke intuïties in een heel andere richting, toch hebben de meeste mensen in moderne samenlevingen evolutie en vaccinatie uiteindelijk aanvaard.

Bepaalde ideeën zijn gewoon veel intuïtiever zijn dan andere. Evolutie is bijvoorbeeld een erg contraintuïtief idee. Als je aan kinderen of mensen uit prewetenschappelijke beschavingen vraagt of soorten kunnen veranderen, antwoorden ze van niet. Honden krijgen hondenbaby’s en niets anders. Creationisme is in dat opzicht veel ‘natuurlijker’. Een ander voorbeeld is vaccinatie. Stel dat je geen, of een heel beperkte, kennis hebt van virussen en ons immuunsysteem. Als je dan gezegd wordt dat we iets wat je ziek kan maken in een perfect gezond lichaam gaan injecteren, vaak nog in dat van een baby of kind, dan lijkt dat inderdaad het slechtst mogelijke idee ooit. Daarom is er altijd en overal al weerstand tegen vaccinatie geweest, en dat zal altijd zo blijven. Het verontrustende wantrouwen tegen de COVID-vaccins is dus niet nieuw.

In sommige gevallen loont het om mensen écht tegen je in het harnas werken, omdat je daarmee loyauteit aan je eigen groep signaleert
Die verkeerde intuïties zijn de voornaamste oorzaak voor de verspreiding van onware ideeën en onzin. Het lijkt dus op het eerste zicht dat pseudowetenschappers er makkelijk in slagen om mensen te overtuigen, maar eigenlijk overtuigen ze niet echt. Ze versterken gewoon de foute intuïties die mensen al hebben. Echte wetenschappers slagen er wél in om mensen te overtuigen. Want ook al wijzen onze natuurlijke intuïties in een heel andere richting, toch hebben de meeste mensen in moderne samenlevingen evolutie en vaccinatie uiteindelijk aanvaard.

Zijn er nog andere oorzaken voor de verspreiding van onzin dan die foute intuïties?
Hoewel we voortdurend binnenkomende informatie evalueren op de betrouwbaarheid ervan, maken we ook altijd een kosten-batenanalyse. Soms is het minder gevaarlijk om iets tijdelijk voor waar te houden dat achteraf niet blijkt te kloppen, dan om informatie die misschien levensbelangrijk is ten onrechte te verwerpen. Dat is de drijvende kracht achter de verspreiding van roddels of geruchten. Stel dat je hoort dat iemand in je buurt een pedofiel is. Als je dat niet gelooft, en het blijkt tóch waar te zijn, kan dat hele nare gevolgen hebben. Veel erger dan wanneer je er wel rekening mee hebt gehouden, ook al blijkt het achteraf onwaar. Op die manier kunnen ook ideeën die mensen niet 100% serieus nemen zich snel verspreiden. Omdat ze interessant zijn, of buitengewoon belangrijke gevolgen hebben als toch blijkt dat ze waar zijn.

Veel nazipropaganda had geen enkel effect
Een andere verklaring noem ik ‘bruggen verbranden’. In sommige gevallen loont het om mensen écht tegen je in het harnas werken, omdat je daarmee loyauteit aan je eigen groep signaleert. Als je je wil aansluiten bij een groep neonazi’s, zal het helpen om een swastika op je voorhoofd te tatoeëren. Niemand zal zich nog met je willen associëren, dus je geeft aan dat je bereid bent om uit loyauteit bruggen met de gewone gemeenschap op te blazen. Er zijn ook minder extreme manieren om bruggen op te blazen. Je geloofwaardigheid op het spel zetten door opvattingen naar buiten te brengen die de meeste mensen dom of moreel laakbaar zouden vinden, is er daar een van. Zo verkondigen flat earthers de meest uitzinnige ideeën: dat onze platte aarde omringd is door een grote muur van ijs, bijvoorbeeld. Het uitbouwen van een sterkere gemeenschapszin binnen de groep speelt daarin zeker een rol.

Uit studies over fake news blijkt dat 80% van socialemediagebruikers nooit fake news heeft gezien, en dat de overgrote meerderheid van nepnieuws verspreid en gedeeld wordt door een erg kleine minderheid van de gebruikers

TWEE SOORTEN OPVATTINGEN

Zegt u nu dat ze die opvattingen niet écht geloven?
Als je het aan ze vraagt, zullen ze zeggen dat ze echt overtuigd zijn dat de aarde plat is. Ik denk ook niet dat ze daarover liegen. Dat helpt ons dus niet veel verder. Een betere manier om hiernaar te kijken is dan ook om af te stappen van het idee dat er maar één categorie van opvattingen bestaat. Ik maak een onderscheid tussen intuïtieve en reflectieve opvattingen. Intuïtieve opvattingen vormen we in ons alledaagse leven en ze dienen als basis voor ons handelen. Ik zie je nu bijvoorbeeld zitten in een studeervertrek, en ik kan daar van alles uit afleiden. Ik weet dat ik naar je toe zou kunnen komen, maar dat ik niet tegenover je kan gaan staan omdat je achter een bureau zit. Al die opvattingen informeren mijn gedrag, en dat is essentieel bij intuïtieve overtuigingen. Daarnaast hebben we ook reflectieve opvattingen, en die zijn meer gescheiden van de rest van onze cognitie. We trekken er geen inferenties uit en we gedragen er ons ook niet naar. Ze zijn om zo te zeggen ‘inert’. Ik geloof bijvoorbeeld dat de relativiteitstheorie min of meer correct is, maar dat verandert verder niets en heeft geen enkele invloed op mijn gedrag. Dat wil evenwel niet zeggen dat ik niet écht geloof in de relativiteitstheorie. Veel van de valse, waanzinnige overtuigingen die mensen hebben, behoren tot deze categorie.

De enige manier om foute informatie tegen te gaan, is om meer vertrouwen aan te wakkeren in correcte informatie

Betekent dat ook dat die ideeën niet zo gevaarlijk zijn dan we denken?

Ik denk het wel. We hebben de neiging om te focussen op de heel zeldzame gevallen waarin mensen er wél naar handelen, maar dat is verwaarloosbaar. Neem nu het geval van Edgar Maddison Welch, die gewapend met een volautomatisch geweer een restaurant bestormde omdat hij in de ban was van Pizzagate. Volgens die populaire samenzweringstheorie zouden prominente Democratische politici een systeem op poten hebben gezet waarbij er kinderen werden vastgehouden en misbruikt in de restaurants van een Amerikaanse pizzaketen. Het zijn zo’n gevallen die ons doen denken dat complotdenkers gek en gevaarlijk zijn. Maar uiteindelijk is hij de enige van al die honderdduizenden aanhangers van Pizzagate die in actie geschoten is. En dat is vreemd, want stel je voor dat je écht wist dat er in je buurt kinderen vastgehouden en misbruikt worden. Dan zou je toch iets ondernemen? Dat wijst erop dat zo’n overtuigingen in de meeste gevallen louter reflectief van aard zijn.

PROPAGANDA

Toch zijn er onware ideeën die wel tot vreselijke acties op grote schaal kunnen leiden. Denk aan de pogroms in het Derde Rijk die werden uitgelokt door de antisemitische nazipropaganda. Is dat dan geen bewijs dat mensen wel degelijk beïnvloedbaar zijn, als je maar genoeg propaganda voert?

Je moet de analyse van nazipropaganda en de pogroms uit elkaar te houden. Er zijn tegenwoordig veel studies beschikbaar die uitwijzen dat de invloed van propaganda in nazi-Duitsland heel erg klein was, om niet te zeggen onbestaande. Er was wel een lichte invloed op antisemitische attitudes, maar dan vooral in regio’s waar er al veel antisemitisme was.

Die propaganda verschafte wél een alibi aan mensen die al antisemitisch waren. Het gaf als het ware een vrijgeleide om ongeremd je gang te gaan. De overheid signaleerde immers dat dit onbestraft zou blijven. Het feit of er in de 14e eeuw al pogroms waren is een betere voorspeller voor anti-joodse acties door burgers in het Derde Rijk dan de intensiteit van propaganda in die regio.

U draait het dus om. Propaganda maakte niemand tot antisemiet, maar mensen die al antisemitische attitudes hadden waren wel ontvankelijker voor de propaganda.

Inderdaad. Veel nazipropaganda had geen enkel effect, zoals de pogingen om de bevolking te overtuigen dat het na de slag bij Stalingrad alsnog de goede kant uitging met de oorlog. Het is ook opvallend dat Hitler, toen hij nog een politicus was die probeerde verkiezingen te winnen, zijn campagnes niet zozeer rond zijn antisemitisme opbouwde maar eerder op anticommunistische sentimenten mikte. Hitler was een groot demagoog, maar niet omdat hij de gave had om mensen te brainwashen.
Er zijn nu eenmaal veel mensen die heel graag willen dat Trump aan de macht blijft, en dat maakt dat ze hunkeren naar informatie die hen de mogelijkheid geeft om dat te verdedigen

Wel omdat hij heel goed aanvoelde wat er leefde en daar op inspeelde. Dat is waar demagogen goed in zijn. Hetzelfde zien we bij Trump en de hetze rond de zogenaamde verkiezingsfraude. Veel Republikeinen gaan in dat verhaal mee, maar misinformatie en fake news spelen daarin geen grote rol. Er zijn nu eenmaal veel mensen die heel graag willen dat Trump aan de macht blijft, en dat maakt dat ze hunkeren naar informatie die hen de mogelijkheid geeft om dat te verdedigen. Vergeet niet dat we vier jaar geleden dezelfde reflex zagen, maar dan bij de Democraten. De polarisatie in de VS is gewoon ongelooflijk groot. We zien dat beide partijen narratieven construeren, en vervolgens informatie uitkiezen en verspreiden die daarbij past. Het gaat dus om een strategische omgang met informatie.

 

FAKE NEWS & SOCIALE MEDIA

U staat ook heel kritisch tegenover het verhaal dat er door de opkomst van sociale media veel meer fake news is dan vroeger. Is het niet zo dat die media dankzij hun uitgekiende algoritmes ervoor zorgen dat mensen zich in een draaikolk van steeds meer misinformatie verliezen?
Misinformatie is inderdaad niet het grote probleem. Uit studies over fake news blijkt dat 80% van socialemediagebruikers nooit fake news heeft gezien, en dat de overgrote meerderheid van nepnieuws verspreid en gedeeld wordt door een erg kleine minderheid van de gebruikers. Dat wil niet zeggen dat er geen probleem is, maar de situatie is bijlange niet zo dramatisch als die wordt voorgesteld. Foute informatie is er altijd al geweest, alleen verspreidde die zich vroeger anders. In absolute termen circuleert er inderdaad meer misinformatie dan vroeger, maar dat komt omdat er gewoonweg veel meer informatie beschikbaar is. Dus ook de hoeveelheid correcte informatie die vandaag beschikbaar is, is groter dan ooit. Het aandeel van correcte informatie ten opzichte van foute informatie is zelfs nog nooit zo groot geweest als nu.

Misinformatie is niet het grote probleem

Censuur door socialemediabedrijven is dan ook geen goede remedie. Foute informatie zal in dat geval gewoon andere manieren zoeken om zich te verspreiden. De enige manier om foute informatie tegen te gaan, is om meer vertrouwen aan te wakkeren in correcte informatie.

 
Over de auteur 

°1980 - cognitief wetenschapper en expert op het gebied van menselijke rationaliteit - werkt rond (collectieve) intelligentie, evolutie en sociale cognitie aan het Institut Nicod in Parijs - schreef samen met Dan Sperber The Enigma of Reason, over het hoe en het waarom van ons redeneren - ontwikkelde een interactionistische visie op de menselijke rede, die ons redeneervermogen ziet als geëvolueerd antwoord op sociale uitdagingen

 

Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.