APRIL 2020

COLUMN: Babyboomer


 

WILLEM DE ZWIJGER

BABYBOOMER

Beste en altijd opnieuw trouwe lezer,

 

Om met de deur plat in huis te vallen: mijn geliefde dochter en schoonzoon trachten mij al jaren een smartphone cadeau te doen naar aanleiding van mijn jaarlijks terugkerend vervaldatumfeest. Op een of andere manier slaag ik erin dit telkens te dwarsbomen. Niet omdat ik niet mee ben met de onstuitbare opmars van de technologie, maar gewoon omdat ik dat niet nodig heb. Ik was één van de allereersten die begin de jaren negentig om dienstredenen beschikte over een mobilofoon (later GSM geheten). Het was een prachtig zwart onding, bijna zo groot als een klein Frans broodje, met uitschuifbare antenne. Een Motorola! Hij maakte indruk, ik pronkte er demonstratief mee op terrasjes, feestdissen, recepties en andere welvaartsmanifestaties.
Daarna deed ik het met sobere toestelletjes die goed waren in wat ze moesten zijn: een outdoor telefoontoestel. Ik heb er een aantal versleten: een Eriksson die per ongeluk in de WC-pot verdween, een zilveren Nokia die gestolen werd door een neefje dat bij mij logeerde terwijl zijn ouders in een vechtscheiding verwikkeld waren (later teruggevonden toen zijn papa aan het spitten was in de tuin), een witte Samsung die ik achterliet op een zomers terras, et cetera. Maar een smartphone, wat moet je daarmee? Om de haverklap kijken wie een mailtje post, facebookbraaksels bekijken, googelen op restaurant om te weten wat je aan het eten bent, instant uitpakken met je parate kennis waar anderen sprakeloos naar namen of data zoeken, zelfportretjes maken terwijl je wacht aan een rood licht?
Gelukkig ben ik niet de zonderlinge uitzondering. Paul Baeten (veel beter te verteren sinds hij niet meer P.B. Gronda heet) zei het onlangs ook nog in zijn column in Knack Focus: ‘Ik heb in veel interesse verloren in 2019. Sociale media. Smartphones.’ En ook de zeer door mij gewaardeerde Jean-Paul Mulders moet ik citeren: ‘Ik voel sympathie voor alles wat met uitsterven bedreigd is: de schoenmaker, de sprekende klok, de vaste telefoon, de vrouw zonder tattoo’. Lap, daar heb je het dus: het verdwijnen van de vaste telefoon … Als je er dan nog een klepper als Yuval Noah Harari bij sleurt, krijg je het hele plaatje: hij is niet alleen een overtuigd veganist, hij heeft sinds kort ook de smartphone afgezworen en benadrukt het belang van meditatie (‘De Hahari-manie’ - Knack 50ste jaargang, nr. 7). Wat nu het verband is tussen veganisme, meditatie en smartphones laat ik aan uw wijsheid over.
Maar toch … Je kan de tomeloze liefde van je kinderen niet eindeloos tarten. Dus stapte ik op een blauwe maandag een smartphoneshop binnen met het vaste voornemen deze nooit meer te verlaten zonder dat hebbeding op zak. Ik dwaalde eerst een tijdje tussen het rijkelijk uitgestald en zeer blinkend aanbod, van Nokia tot Samsung, Apple, Emporia, Wikon, Xiaomi, Crosscall … Mijn vertwijfeling werd spoedig opgemerkt door een verkoper. Een hipstertype: modieus brilletje, getrimd baardje, kaalgekapt hoofdje. ‘Meneer zoekt een smartphone? We hebben een knalaanbod: de Huawei P Smart Z, 100% android voor nog geen 199 euro.’ ‘Huawei, dat is toch dat ding uit China waarmee men bespioneerd wordt?’ sputterde ik tegen. Niet gehinderd door mijn bezwaar ging hij verder: ‘Dit eenvoudige toestel wordt bestuurd door een octacoreprocessor van 2,2 GHz. 2 camera’s achteraan van 16 en 2 MP voor diepte en Bokeh-effect en met autofocus en 1 pop-up camera vooraan van 16 MP voor kwalitatieve selfies. Connectiviteit met 4GH, wifi, NFC, bluetooth 4.2 en gps, uiteraard. En, mijnheer, dit is een dualnanosim met een batterij van 4000 MaH, je hebt dus 470 uur stand-bytijd en je krijgt er een quickcharge via USB 2.0, type C bij.’
Hij zag me naar adem happen. Instinctief tastte ik in mijn jaszakje naar mijn trouwe Nokia. Hij vervolgde: ‘Zei ik al dat u er een ultra view full hd-display van 6,59 duim op 16,73 cm bij hebt? Dat is echt wel straf hoor: je kan rekenen op 2340 x 1080 pixels’. ‘Ja maar’ probeerde ik, ‘dat lijkt me toch veel te ingewikkeld.’ Hij keek mij met oprecht geveinsde verwondering aan. Een kleine stilte viel. Toen zei hij: ‘O ja, ik zie het al. Mijnheer is een babyboomer, dat is de gevoeligste groep uit het onderzoek naar de typologie van de smartphonegebruiker. U bent echt wel het type dat radeloos wordt van digitale snufjes. Is het niet zo dat u het gevoel heeft dat een smartphone u eerder tegenwerkt dan omgekeerd?’. Zijn assertiviteit snoerde mij de mond. ‘Weet u, dat is een soort technofatalisme. Als ik u zou vragen om begrippen als algoritme, 5G of blockchain uit te leggen, klapt u waarschijnlijk dicht.’
Ik voelde me plots strijdlustig worden: ‘Mijnheer, het is niet omdat u tot de generatie Z, of wat zeg ik, eerder Alpha behoort, dat u mag neerkijken op het ouderensegment. Er zijn ook jongeren die afhaken. Dreigt hier geen nieuwe digitale kloof uit te groeien? Zijn dat niet de mensen die nog veertig jaar mee moeten in een gedigitaliseerde economie?’.
Met opgeheven hoofd verliet ik de shop. Ik toverde mijn handige, uitklapbare Nokia open. Een eenvoudig toestelletje dat je met de vaste telefoon kan opbellen als het zoek is. Ook al krijg je dan steevast je eigen stem te horen die zegt dat je niet bereikbaar bent en een boodschap kan inspreken. Ik spreek dan altijd dezelfde boodschap in: ‘Weet jij waar mijn GSM ligt, verdomme?’.
Later op de dag kreeg ik een mailtje van mijn lieve dochter: ‘En, heb je die Huawei nu eindelijk gekocht? Wij betalen je ècht terug hoor.’

 

 


Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.