APRIL 2020

Plakkaat: Sociale economie, eerste stap uit de armoede


(c) Filip Claus

   

Maakt sociale tewerkstelling – jobs in de vroegere sociale of beschutte werkplaats – de maatschappij humaner? Tuurlijk! Alle politici, Vlaams of federaal, bevestigen dat. Maar tussen hun woorden en daden gaapt een immense kloof. Weer. En dat ten koste van de maatschappelijk allerzwaksten. Nog maar eens.
 

RON HERMANS


   

SOCAILE ECONOMIE: eerste stap uit de armoede

Feiten zijn feiten. Sommigen kunnen het niet aan. Een echte job in een regulier bedrijf. Mentaal of fysiek. Nooit. Anderen lukt het misschien wel. Ooit. Maar niet nu. Ze komen uit een diep dal, kicken af van een verslaving, kunnen onvoldoende Nederlands, kunnen geen afspraken naleven, zijn te oud (lees: 45+) of te laaggeschoold. Ze kunnen geen stress aan. Allerhande zaken die maken dat de afstand tot de arbeidsmarkt te groot is. Soit, de VDAB heeft alle criteria op basis waarvan iemand nog niet terecht kan in een reguliere job vastgelegd. Zo hoort het. Menselijk leed vermommen in statistieken en power points om het nadien te presenteren als ‘wetenschappelijk onderbouwd’. Da’s toch wat een overheid pleegt te doen?
Gelukkig bestaat er voor deze mensen – niet meteen de maatschappelijk sterksten – zoiets als sociale tewerkstelling; quasi nooit uit de grond gestampt door de overheid, meer dan eens ontstaan binnen caritatieve instellingen, groot geworden onder de naam sociale of beschutte werkplaats. En nu (niet) gekend als ‘maatwerkbedrijven’.
 

In maatwerkbedrijven zijn vandaag meer dan 25.000 mensen aan de slag: dat is bijna zoveel als bij Proximus of bij de NMBS, meer zelfs dan bij Bpost

In die maatwerkbedrijven zijn vandaag meer dan 25.000 mensen aan de slag. Zegt toch de bevoegde Vlaamse minister Hilde Crevits (CD&V). Die 25.000 medewerkers – da’s bijna zoveel als bij Proximus of bij de NMBS, meer zelfs dan bij bpost – doen van alles. Ze renoveren, schilderen, koken of houden Kringwinkels open. Ze onderhouden tuinen, kuisen flats. Ze wassen auto’s. Ze doen alles wat ze kunnen. Zo goed mogelijk. En dat moet. Ook binnen de sociale economie is de wil van koning klant wet. Tuurlijk toont de overheid haar goed hart. Wie in de sociale economie werkt, haalt minder rendement dan zijn collega in een regulier bedrijf. Anders zou hij of zij niet in de sociale economie aan de slag zijn. Hij of zij heeft ook extra begeleiding nodig. En dus komt de overheid tussen in de begeleidingskost. Voor de VOKA’s van deze wereld is dat altijd reden geweest om moord en brand te schreeuwen. ‘Oneerlijke concurrentie’, luidt het al jarenlang. Kerncentrales waanzinnig subsidiëren en zonnepanelen buitensporig met euro’s onderregenen? Via de taxshift bedrijven miljarden euro’s cadeau geven? Dat mag. Maar iemand vijfhonderd euro per maand bijschieten om hem of haar uit de werkloosheid, uit de armoede te tillen? Not done!
Maar zie, de toekomst lacht ons toe. In haar Beleidsnota 2019 – 2024 neemt minister Hilde Crevits het deus ex machina van haar voorganger, Liesbeth Homans (NV-A) over: de komende jaren zet de Vlaamse regering in op het zogeheten individueel maatwerk. Zo kunnen ook reguliere bedrijven een begeleidingskost ontvangen wanneer ze ‘minder rendabele’ medewerkers een kans geven. Afwachten hoeveel VOKA-leden zich geroepen voelen …
 

Wie in de sociale economie werkt, haalt minder rendement dan zijn collega in een regulier bedrijf. Hij of zij heeft ook extra begeleiding nodig. En dus komt de overheid tussen in de begeleidingskost. Voor de VOKA’s van deze wereld is dat altijd reden geweest om moord en brand te schreeuwen

Intussen doet de sociale economie wat anderen vertikken: mensen kansen geven. Ze werft mensen aan ‘in overtal’; zonder één euro subsidie. Simpelweg, omdat ze mensen uit de armoede wil trekken. Immers, de huidige krapte op de arbeidsmarkt gaat gepaard met een structurele ondertewerkstelling van kansengroepen. Amper negentien procent van zij die volgens de VDAB geen reguliere job vinden, kunnen effectief terecht in een maatwerkbedrijf. Nochtans, zo berekende professor Bea Cantillon (Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck), kan de directe opbrengst van een job in de sociale economie oplopen tot vijfduizend euro per jaar; via besparingen op werkloosheids- of ziekte-uitkeringen. Maar dit kan niet: Vlaanderen betaalt de begeleidingskosten binnen de sociale economie terwijl de besparingen in werkloosheid of ziekte-uitkeringen ten goede komen aan de Belgische overheid. En denk nu niet dat een Vlaamse overheid investeert tot meerdere eer en glorie van de Belgische overheid. Zelfs niet wanneer een job in de sociale economie een zo belangrijke eerste stap betekent; uit de armoede, richting een echte job. Kortom, een eerste stap richting een humanere maatschappij.  
 

Over de auteur

Ron Hermans is mentor sociale economie Circular Kickstart en ex-directeur vzw Labeur.

Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.