APRIL 2020

ABECEDARIUM - L van Logica



Elke editie bespreekt professor Jean Paul Van Bendegem een onderwerp aan de hand van één letter uit het alfabet. Deze keer: de L van Logica.
 

JEAN PAUL VAN BENDEGEM

ABECEDARIUM - DE L VAN LOGICA

Dat had ik nu beter niet gedaan! Het lag zo voor de hand om, als de letter L aan de beurt zou komen, dat onderwerp te kiezen dat mij zo nauw aan het hart ligt, namelijk de logica. Maar had ik één stap verder gedacht dan had ik meteen moeten inzien dat die nauwheid een belangrijk logisch gevolg heeft. Waar het hart vol van is, weet je nog? Dus kan het niet anders of ik heb al veel over het onderwerp geschreven en, verdorie, dat klopt! Zelfs in dit eigenste tijdschrift: ‘EF & AF over logica’ (De Geus van Gent, jg. 47, nr. 7, 2015, p. 40). Schitterend, daardoor heb ik mijzelf volledig vastgereden. Wat nu?

 

Het zou natuurlijk logisch zijn om van onderwerp te veranderen, enfin, logisch? In zekere zin wel, als ik mag aannemen dat er op zijn minst één onderwerp te vinden is waarin ik mijzelf nog niet heb vastgereden. Als zo’n onderwerp bestaat en de naam ervan – uiteraard niet te verwarren met het onderwerp zelf, net zoals een kat vier poten heeft, maar ‘kat’ drie letters – begint met de letter L, dan zit ik goed. Het zou bijvoorbeeld ‘De L van Leerling’ kunnen zijn maar dat zal niet helpen vrees ik. Wie spreekt over leerlingen, spreekt over kritisch denken, argumenteren, discuteren en debatteren, kortom en onvermijdelijk over logica en we zitten weer vast. ‘De L van Lepelaar’, neen, daarvoor weet ik veel te weinig van biologie, ‘De L van Luchtfotografie’, liever niet, ik heb voldoende last van hoogtevrees om duizelig te worden enkel en alleen al bij het erover nadenken, ‘De L van Lafhartig’, te risicovol, de lezer zou kunnen denken dat het autobiografisch is, ‘De ‘L’ van Lul’, hmm, nogal goedkoop, ‘De L van Melancholie’, dat is gewoon fout (maar misschien wel bijhouden voor de letter M), … dus, neen, dan maar terug naar de logica.

 

Je mag het geloven of niet maar volgende zinnen heb ik allemaal al eens gebruikt in een boek, in een artikel, in een column of in een interview: (1) logica is de studie van (de mogelijkheid van) het toekennen van kwaliteitslabels aan argumenten en redeneringen, (2) de kracht van de logica is, onder andere, gebaseerd op de veronderstelling dat redeneringen correct kunnen zijn enkel en alleen op basis van de vorm en niet van de inhoud, (3) die vormen drukken zich uit in regels zoals ‘uit A en ‘Als A dan B’ volgt noodzakelijk dat B’, ongeacht welke de uitspraken A en B zijn, (4) in veel gevallen kan logica een uitleg geven wanneer het ‘fout’ loopt, bijvoorbeeld als we met paradoxen worden geconfronteerd, … en zo kan ik nog een eindje doorgaan. Zie je nu hoe groot mijn probleem is? Al deze zinnen kan ik niet meer gebruiken omdat ze ooit al ergens eens verschenen zijn. Zo kan ik hier echt niet uitleggen wat een paradox is want dat is logica. Hoewel, hier op zijn minst is er een uitweg: de uitleg over paradox zal ik geven wanneer de letter P aan de beurt is. Tenzij ik tegen dan een ander idee heb natuurlijk, maar dat zou het juist extreem paradoxaal maken: ik kondig aan over paradoxen te spreken en doe het dan niet. Een ware paradox! Hoewel, dit zou best nog eens duidelijk aangetoond worden maar, de lezer voelt mij komen, dat kan en mag ik niet. Vast, ik zit hopeloos vast.

 

Tenzij. Misschien kan ik gebruik maken van deze ontsnappingsroute. De logica, waarover ik tot nu toe dus uiteraard nog niets heb gezegd, lijkt te handelen over – ik ga voorbij aan de kwestie hoe we dat kunnen weten – formele logica, met andere woorden, over de logica die aan universiteiten en hogescholen wordt onderwezen en die het onderwerp vormt van academisch onderzoek. Maar in ons dagdagelijks doen en laten gebruiken we toch ook logica want redeneren, discuteren en debatteren we niet onophoudelijk? Hoe vaak zeggen we trouwens niet ‘Maar dat is toch logisch!’? Oh, fuck, dat kan ook niet. Niet zo lang geleden hebben Ignaas Devisch en ikzelf een vrij waanzinnig boekje gepubliceerd, Doordenken over dooddoeners, en onder de dooddoeners die ik heb besproken komt deze voor. Dus dat heb ik al gedaan.

 

Wat zeg je? – Probeer dan Lewis Carroll. Alice in Wonderland? – Sorry, al gedaan. – Shit. Ken je toevallig Flatland van Edwin Abbott? – Oei! – Ah, je kent dat ook. Jorge Luis Borges? – Euh, wederom sorry. – Raymond Queneau? – Idem. – Sherlock Holmes dan maar? – Ai, nu ga je kwaad worden, ik ben lid van de Sherlock Holmes Society of London, moet ik meer zeggen? [Lange pauze] Hela, wacht eens, ik denk dat ik een goed voorbeeld van een logische paradox heb gevonden die ik gegarandeerd zeker nog niet heb gebruikt. Waarom ben ik zo zeker? Omdat het deze column zelf is. Deze hele pagina zou niet mogen handelen over logica, zoals ik omstandig heb proberen uit te leggen, maar waarover ging het uiteindelijk, paragraaf na paragraaf? Precies! Als dat geen prachtig staaltje logica is! Alleen zal ‘De P van Paradox’ wel over iets anders moeten gaan!

 
 

 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.