APRIL 2020

De niet-gebonden tijd van Moniek Bucquoye


   

Moniek Bucquoye is gepassioneerd door kunst, architectuur en design. Ze was de eerste die erover schreef in magazines als Knack, maar ook in talloze boeken. Ze organiseerde talrijke tentoonstellingen, adviseerde het Gentse Design Museum, zat de Commissie Architectuur en Vormgeving van de Vlaamse Gemeenschap voor en was directeur van de Interieur Biënnale in Kortrijk. Geen onbekende dus in de Belgische designwereld.
 

Willem Elias & Jean-Pierre Vanhee


   

De niet-gebonden tijd van Moniek Bucquoye

In het leven van Moniek is weinig plaats voor namaak. Waarom zou je een ongemakkelijke kopie in huis halen als het origineel voorhanden is? Namaak en plagiaat vertonen al eens fouten waardoor uitstraling, conceptuele kracht, touch en feeling verloren gaan. Als het om een stoel of zetel gaat, bestaat de waarde ervan uit de precieze en vaak unieke combinatie van vorm, afmetingen, materiaalkeuze, gewicht, kleur, stabiliteit, productie en plek waar het terecht komt. De vindingrijkheid van de ontwerper in combinatie met het technisch vernuft van de ingenieur die het object produceert, vormen een ondeelbaar geheel. Het ‘gematerialiseerde concept’ is meer dan de som van de delen. Die eenheid wordt geschonden wanneer bij het kopiëren onderdelen gewijzigd worden. Je kan het vergelijken met de wijziging in een genetische streng, waardoor er iets nieuw, iets anders – niet noodzakelijk beter of slechter – ontstaat. De wet van de biologische evolutie is helaas niet van toepassing op design. Waarom zou je dan een kopie kopen? Wellicht omwille van het verschil in prijs. Maar dan koop je toch beter een comfortabele stoel of zetel uit de massaproductie. Niets mis mee, integendeel: het concept blijft intact en je zit gemakkelijk. Een mens moet gedurfde keuzes maken in het leven, vindt Moniek Bucquoye.

Waarom zou je een ongemakkelijke kopie in huis halen als het origineel voorhanden is?

Zelf werd ze van jongs af aan gestimuleerd om nieuwe zaken uit te proberen. Haar vader moedigde haar en haar broers en zus aan om deel te nemen aan tal van ‘culturele’ wedstrijden, quizzen en kampen. Ze scherpten hiermee hun geest en verbeeldingskracht aan en zetten vandaag de traditie van het deelnemen aan en het organiseren van culturele en literaire evenementen verder. Recent nog richtte Luc Bucquoye een literair fonds op dat jaarlijks een prijs uitreikt aan een auteur die uitblinkt met Nederlandstalig, eigenzinnig werk. Pjeroo Roobjee was de eerste gelukkige. (zie kaderstuk) Vader Bucquoye, een reizende boekhandelaar die scholen over het hele land bezocht, nam hen mee naar Expo ’58 waar ze kennismaakten met de toekomst. Zoals velen haalde hij met grote nieuwsgierigheid de eerste televisie in huis. Ooit, op een eerste april en op aanraden van de buren, ging hij het dak van zijn woning op om de televisieantenne in aluminiumfolie te wikkelen: dat zou beelden in kleur genereren. Een goedgelovigheid die hij zichzelf nooit vergaf. Was vooruitgang maar zo eenvoudig! Hij moedigde zijn kinderen aan veel te reizen en te lezen, al had hij het niet begrepen op de stripverhalen die zijn vrouw binnensmokkelde. Kuifje en Robbedoes werden op het toilet verslonden. Moeders die weten wat hun kinderen fascineert en daarvoor opkomen, hoeden de passie. Ze zorgen voor aandacht- en spanningsbogen die verdieping aanmoedigen. Ze leren hun kinderen in spanning afwachten en ondertussen, anticiperend op de bevrijdende ontknoping, een eigen verhaal te verzinnen. Hun moeder, een onderwijzeres, kende de ontvankelijkheid van kinderen voor beelden.
De drang naar het nieuwe en het gedurfde was opgewekt. Die zette zich in het adolescente leven van Moniek door met de keuze voor wetenschappelijke vakken in het lyceum. Ze nam er de vele uren wiskunde graag bij. Het resulteerde in een levenslange fascinatie voor techniek, waarbij plastic haar expertise werd. Ze studeerde af als ingenieur polymeren in Gent en TU Delft en werd verliefd op haar Bloso (nu Sport Vlaanderen) monitor alpinisme, Georges Patfoort. Zoals het alpinisten betaamt, hesen ze zich in hun woning langs een klimtouw het bed in.

SOCIAL HOUSING

Samen zouden ze een stukje geschiedenis schrijven. Ze namen in de nasleep van mei ’68 deel aan de ontwikkeling van een nieuwe mondiale trend: die van functionele en betaalbare woningen in nieuwe materialen (low cost housing with plastics). De zogenaamde selfhelphousing werd Pat’s specialiteit. Het Patfoort Housing System (1977 – 1984) kan je leren kennen in de publicatie Low Cost Housing Technology based on Composite Building Materials. Hij nam er een patent op, de habipat, dat hij later aan de VUB schonk. Toen hij in 1990 aan de VUB zijn doctoraatstitel ontving werd hij door Willem Elias als volgt omschreven: ‘De wijsheid zelf, was het niet van die te kortgeknipte haren voor een grijsaard die zijn voorkomen blijvend jongensachtig ondeugend maakte. Gelaten, toch steeds bereid tot de aanval over te gaan bij natuuronrecht, met het volle besef dat het enige houvast de pijp is: het verbindingsstuk tussen de hand en het zelf, symbool voor autonomie’. Moniek was zijn (professionele) levensgezellin. Ze verbleven op verschillende continenten om er goedkope maar betrouwbare woningen te vervaardigen. Het werd een uitermate boeiende periode die meteen nadat Moniek was afgestudeerd, aanving en twee decennia duurde.
Als kersvers ingenieur solliciteerde ze bij de Verenigde Naties. Ze werd prompt aangeworven om in Allende’s Chili als junior expert social housing in praktijk te brengen. De desertificatie van het land eiste een doortastend bouwbeleid. Op heel korte tijd werden honderden gestandaardiseerde huizen gebouwd met composieten. Het waren gedraaide (filament winding), ellipsvormige en met zand verzwaarde vormen die dankzij hun inplanting in het landschap symbiotisch werden ingekapseld. De plaatselijke bevolking kon zelf deelnemen aan de productie van wat je woonmodules zou kunnen noemen. Tot in de jaren tachtig verbleven ze samen in Ecuador en elders in Zuid-Amerika, maar ook in China, Burkina-Faso en Cyprus. Waren ze in België, dan gaven ze les aan verschillende hogescholen en universiteiten.

LIFESTYLE

Naar aanleiding van de oliecrisis in ’73 had Pat een beweging met bijhorend tijdschrift opgestart. De Energofielen gingen op zoek naar alternatieve, meer ecologische energiebronnen die ze persoonlijk testten. Dat lukte niet altijd even goed. Toen Pat en Moniek een windmolen te dicht bij hun woonhuis plaatsten, riskeerden ze gek te worden van het geluid en de schaduw van de wiekslag. Deze Don Quichotterige onderschatting van windkrachtwinning beschouwden ze als de groeipijnen eigen aan de ontwikkeling van een nieuw bewustzijn en van een nieuw era. Toen er een einde kwam aan de opdrachten van de Verenigde Naties brak er voor Moniek een nieuwe professionele periode aan. Ze zou als eerste gaan schrijven over design en interieurinrichting. Je kan het gerust de voorloper van de lifestyle journalistiek noemen met de klemtoon op de stijl van leven.
Het woord verdient een opfrissing. Het is afkomstig van het Latijnse stilus wat letterlijk paal, stift, schrijfstift of schrijftrant betekent. Het wordt vaak met wijze van uitdrukken, manier van praten, bouwen, ontwerpen of schilderen geassocieerd. Waarom dan niet ook met een manier van (spits) leven? De Franse filosoof Michel Foucault (1926 – 1984) poneerde aan het einde van zijn leven de levenskunst als een vorm van vrijheidsbeleving. Hij nodigde iedereen uit om van zijn leven een kunstwerk te maken door twee soorten vrijheid met elkaar te verbinden: de negatieve en de positieve. De positieve vrijheid gaat over de ontwikkeling van een innerlijke vrijheid. Weten waar je staat, wat je wil en wenst. Het veronderstelt inspanningen en behoedzaamheid ten einde actor van je eigen leven te kunnen zijn en blijven. Het impliceert tevens de afwijzing en het anders zijn. De plastificering van het woord ten spijt, lifestyle verwijst naar belangrijke keuzes die mensen maken, ook over hoe en waar ze willen wonen.
In 1981 verscheen haar eerste artikel in Knack, eentje over scenografie. Algauw zette ze als materiaaltechnoloog de stap naar het bespreken van productontwikkeling, architectuur en interieurs. Ze schreef vooral over de binnenkant van woningen en gebouwen, de benutting van het licht, de aankleding van ruimtes, het plaatsen, gebruiken en selecteren van objecten. Hoe leven mensen in hun huizen? Hoe komen ruimtes tot leven? Schrijven, lesgeven en het creëren van televisieprogramma’s over deze vragen voor Eén voor iedereen werd een volgende, langere en bijzonder productieve periode in haar leven. Tot enkele jaren na het overlijden van Pat in 1994 hield ze zich dagelijks bezig met vormgeving: real things & fake stuff. Ze zette er behoorlijk wat tentoonstellingen over op, gaf talrijke lezingen en schreef veel journalistieke teksten en boeken over het thema. Vandaag nog geeft ze haar passie voor design en kunst door aan jonge mensen via Archi-TUUR, StartToCollect.be en de AM-Foundation.be. Een passie die ze heeft opgebouwd als directeur van de Interieur Biënnale te Kortrijk. Je kan wel stellen dat ze graag kiest voor het veelbelovende nove of nieuwe en vernieuwende begin.

Duurzaamheid is niet altijd een geldig criterium. Zo is plastic duurzaam – al te duurzaam

In het leven van Moniek Bucquoye is er behoorlijk veel begin. De tijd van de oorsprong is filosofisch gezien de tijd van het archè of eerste beginsel. Het is de tijd van de herbronning, van de innovatie, van de durf en vindingrijkheid. Hier in modernistische zin op te vatten als de onhoudbare vernieuwing die voortvloeit uit de Vooruitgang. Daarbij moet uitgezocht worden wat de moeite van productie waard is, want brol is brol. En duurzaamheid is niet altijd een geldig criterium. Zo is plastic duurzaam – al te duurzaam. De tijd van het begin is daarom ook een naïeve tijd, een tijd van experimenteren en herbeginnen. Het is die van The unbearable lightness of being zoals Milan Kundera haar romantiseerde. Het is trouwens een levenskunst om in het begin te blijven. Niemand kan het zich toe-eigenen. Het is geen ding, geen formule, geen houding en geen praktijk, maar wel een drempel die je over moet om dat fictieve moment te beleven. Het is sciencefiction omdat het de onbekende toekomst met het gekende heden combineert. Vooruitdenkend kent het begin geen einde. Het vertelt een verhaal dat niet, nog niet en misschien wel nooit af is. Het is de niet-gebonden tijd zoals ze vervat zit in de vraag ‘Wat doe ik straks?’

De vindingrijkheid van de ontwerper in combinatie met het technisch vernuft van de ingenieur die het object produceert, vormen een ondeelbaar geheel

Zoeken, uitpluizen, navragen, bezichtigen. Moniek is een verzamelaar. Zo beheert ze ook een bijzondere collectie messen. Objecten die levens beëindigen maar ook levens redden. Die bovendien ontelbare vormverschillen vertonen afhankelijk van wie er zich van bedient: vissers, beenhouwers, tuinbouwers, jagers, koks, gynaecologen of chirurgen. Alle beroepen en ambachten kennen hun eigen type mes. Sommige ervan zijn mysterieus, verborgen in een wandelstok, gesp, dubbele bodem of oude munt. Kunstig en soms ambachtelijk vervaardigd, verwijzen ze naar de vindingrijkheid van functioneel ingestelde mensen. Pat en Moniek ontwierpen zelf een kast om hun collectie in op te bergen en uit te stallen. Je kan het omwille van zijn vormgeving, materiaalkeuze en opzet eigenlijk bezwaarlijk een kast noemen. Eerder biedt ze de aanblik van een capsule. Het lijkt wel een geborgen sonde van het vlijmscherpe. Een satelliet die geland is op de hem voorbestemde plek met een eigen genius locus. Moniek, de collectioneur, staat ten dienste van het verzamelde, immaterieel erfgoed. Ze roemt diegenen die ze vervaardigden omwille van hun technisch vernuft.

De levenskeuzes die Moniek Bucquoye vanaf haar adolescentie maakte, brachten haar zowat overal ter wereld

De levenskeuzes die Moniek Bucquoye vanaf haar adolescentie maakte, brachten haar zowat overal ter wereld. Niet alleen als alpinist kende ze ongetwijfeld haar hoogtes en laagtes. Maar ze kijkt niet vaak achterom en leeft sociaal ingebed en omgeven door objecten, boeken, beelden en al het lekkers dat (alternatief) Gent te bieden heeft. Verbonden met vrienden uit alle windstreken en van alle gezindheden bezoekt ze interessante plekken en initiatieven. Ze ontwikkelde een met de jaren gegroeide vrijzinnigheid die ze zelf vorm, inhoud en bovenal stijl gegeven heeft.

VUB LUC BUCQUOYE FONDS VOOR LITERATUUR

Het VUB Luc Bucquoye Fonds voor literatuur werd opgericht in 2018. Jaarlijks wordt er een prijs uitgereikt aan een auteur die uitblinkt door Nederlandstalig werk dat van redelijke eigenzinnigheid getuigt onder andere door vrijheid van denken, engagement, tegendraadsheid en het stimuleren van emotie en intellect. Na het ontvangen van de prijs (€ 5000) neemt de auteur deel aan een aantal lezingen en activiteiten met studenten waarin de geest van het oeuvre centraal staat. De eerste prijs werd uitgereikt aan Pjeroo Roobjee. De nieuwe laureaat is de Nederlandse schrijfster Charlotte Mutsaers.

 
 

Over de schenker

Luc Bucquoye, geboren te Brugge, studeerde af aan de Rijksuniversiteit Gent als licentiaat Germaanse filologie. Hij verbleef jarenlang in Afrika, waar hij aanvankelijk in het onderwijs stond. Later bouwde hij er ook een loopbaan op in de zakenwereld als consultant en beheerder van verschillende groepen.

Luc Bucquoye: ‘In de wetenschapswereld zien we een dominantie van de hardere wetenschappen. Het is zeker niet ongepast dat humane wetenschappen hen helpen bij hun bezetting van het maatschappelijk veld. Bezinning en nieuwsgierigheid bieden nieuwe perspectieven voor onderzoek binnen verschillende disciplines en kunnen verbetering brengen.’

 Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.