APRIL 2020

Jean-Jacques Amy: Voorvechter van Abortus



   

Tot 1990 was abortus strafbaar in België. Aan de gedeeltelijke depenalisering ervan, met de wet Lallemand-Herman-Michielsens, ging een lange en moeizame strijd vooraf. Jean-Jacques Amy, emeritus-hoogleraar gynaecologie aan de VUB en notoir vrijzinnige, was een van de belangrijke artsen in die strijd. Aan rebelsheid en humanitaire bewogenheid heeft hij nog altijd niets ingeboet, zo blijkt uit zijn boek "Anoniem’ is een vrouw".  

GRIET 

VANDERMASSEN


   

JEAN-JACQUES AMY: Voorvechter van abortus

De nu bijna-tachtig jarige Amy blikt terug op een rijk leven. Hij promoveerde als arts, behaalde het diploma in de tropische geneeskunde, bekwaamde zich gedurende vijf jaar in de gynaecologie-verloskunde in de Verenigde Staten en deed burgerdienst in Oeganda. Hij weet hoe de binnenkant van een celwagen er uitziet en vertoefde vaker dan hem lief was in de rechtbank. Als aangeklaagde dan wel. Dat veelzijdige en recalcitrante weerspiegelt zich ook in het interieur van zijn huis. Smaakvolle oude meubelen, Afrikaanse kunstvoorwerpen en hoge stapels kunstboeken wedijveren met elkaar om aandacht. Er weerklinkt jazz. Oscar Peterson.

Aanleiding voor ons bezoek is het vorig jaar verschenen ‘Anoniem’ is een vrouw, een knap vierluik dat de strijd voor vrouwenrechten vanuit verschillende perspectieven belicht. Na een zeer up-to-date overzicht van verschillende vormen van geweld tegen vrouwen, waaronder kindhuwelijken, seksueel geweld en femicide, doet Amy de geschiedenis van de abortusstrijd uit de doeken zoals hij die zelf heeft ervaren. Hij vervolgt met mooie portretten van acht uitzonderlijke vrouwen, gaande van Antigone tot Angela Davis, en sluit af met een chronologisch overzicht van de vrouwenemancipatie in België vanaf 1830.

Gespreksvoer genoeg, dus. Maar we moeten selectief zijn en gaan vooral voor zijn diepgaand maatschappelijk engagement, met name met betrekking tot abortus. Hij steekt van wal met een treffende anekdote: ‘Het was de zoveelste poging tot inbeslagname van een abortusdossier. Mijn geliefkoosde onderzoeksrechter Guy Bellemans was gekomen. Zoals altijd kwam het tot een vlammende ruzie tussen ons, omdat ik mij absoluut niet onder indruk toonde van zijn functie. Op den duur had Bellemans het zodanig op zijn heupen van mijn weigering en die van Roland Aerden, de administratieve directeur van het ziekenhuis die hij er ook had bijgeroepen, om dat dossier af te geven, dat hij ons liet wegvoeren in een celwagen. We werden naar het justitiepaleis in Brussel gebracht en daar in een lang, smal, amper verlicht lokaal gedropt, met muren in een degoutant vuil zwartgroen. Roland Aerden en ik zaten in de ene hoek. Aan het verre uiteinde zat nog iemand. Na enkele minuten stond ik op, haalde een opgevouwen papier uit mijn zak, stapte naar die kerel toe en merkte toen pas dat hij boeien om de polsen had. Ik vroeg heel beleefd: ‘Meneer, dit is een petitie voor de depenalisering van abortus. Zou u die alstublieft willen ondertekenen?’ Awel, hij heeft het ondertekend. Zo had ik een handtekening meer!’

Deze anekdote schetst niet alleen de sfeer tijdens de abortusvervolgingen, maar toont ook uw gedrevenheid. Wat heeft u tot die strijd gebracht?
Op het einde van mijn derde doctoraat (voorlaatste jaar geneeskunde) aarzelde ik tussen urologie en dermatologie, maar ik moest eerst nog een verplichte stage gynaecologie/verloskunde lopen. Ik koos voor het moederhuis Koningin Astrid in Namen, waar trouwens buiten mijn weten om Willy Peers werkzaam was (de – later befaamde – arts en vrijdenker die streed voor de legalisering van anticonceptie en abortus, n.v.d.a.). Peers was nog rebelser dan ik en mocht van de Orde van Geneesheren geen contact meer hebben met patiënten of stagiairs, omdat hij ingegaan was op de vraag van vrouwen om sterilisatie. Hij was nu in een hoekje radiologie geduwd. Die stage verloskunde viel zo ontzettend mee – ik heb 67 bevallingen mogen doen op één maand tijd – dat ik besefte: dit is wat ik graag wil doen. Ik was bijna even gelukkig als de ouders. Het zou dus gynaecologie/verloskunde worden.

In het ziekenhuis van Schaarbeek had ik vrouwen op een schandalige manier zien curetteren op de spoedopname, als straf voor hun poging tot vruchtafdrijving

Na afloop van mijn studies haalde ik nog een diploma tropische geneeskunde in Antwerpen. De opleiding gynaecologie ben ik pas daarna begonnen. De laatste vier jaar daarvan, tot 1971, gebeurde mijn opleiding in het Mount Sinai Hospital in New York, een van de beste Amerikaanse ziekenhuizen. Die periode was cruciaal voor mijn bewustwording rond vrouwenrechten, en meer bepaald rond een degelijk uitgevoerde zwangerschapsafbreking bij een ongewenste zwangerschap. Het eerste voorval deed zich voor in het begin van mijn stage, toen ik op een zondag van wacht was. Die dag heb ik het licht gezien, een beetje zoals Saul die van zijn muilezel tuimelde en Paulus werd. Een vrouw belandde op spoed met een onwaarschijnlijk verhaal over een miskraam. Dat was het niet, vertelde een senior-assistent mij ongeïnteresseerd: het ging om een clandestiene abortus. Het deed me inzien hoe vrouwen vernederd werden en verplicht waren te liegen om correct te worden behandeld. In het ziekenhuis van Schaarbeek had ik vrouwen op een schandalige manier zien curetteren op de spoedopname, als straf voor hun poging tot vruchtafdrijving. Ik schaamde me diep dat ik toen niet had ingezien wat vrouwen in dergelijke omstandigheden werd aangedaan.

U schrijft dat er in de jaren 1960 nog elk jaar een vijftigtal Belgische vrouwen stierven aan de gevolgen van abortus. In die jaren was er geen enkel ziekenhuis waar niet bestendig minstens één vrouw met verwikkelingen van abortus op intensieve zorgen lag. Werd zo’n abortus meestal uitgevoerd door vroedvrouwen of door artsen?
Meestal door zogenaamde engeltjesmaaksters. Deze waren vaak ongeschoolde personen die daar grof geld aan verdienden, maar geen enkele voorzorgsmaatregel troffen op vlak van hygiëne, correcte heelkundige technieken of het gebruik van correcte aborterende middelen. Verwikkelingen waren dan ook extreem frequent. Een anekdote: een vriendin van mijn ex-vrouw ging zich medio jaren zestig door zo iemand laten aborteren. Ik bezorgde haar een niet-ongevaarlijk antibioticum, maar dat haar wel zou beschermen tegen infectie. Dat gebeurde onder totale geheimhouding. Hierover werd niet gesproken, maar gefluisterd.

Hebt u de mentaliteit onder artsen geleidelijk zien veranderen?
U beseft hopelijk dat de medische corporatie oerconservatief is. Heb ik hiermee geantwoord op de vraag? In het begin van de abortusstrijd hielden de meeste artsen zich hier ver van, grotendeels uit onderworpenheid aan het wettelijk en kerkelijk verbod en velen uit angst of – ja, zal ik het durven zeggen? – uit lafheid. Zelfs Michel Thiery, de vrijzinnige hoogleraar verloskunde in Gent die een voorname rol speelde in het populariseren van anticonceptie, wilde er niet van horen.

U bent zelf een paar keer gedagvaard geweest.
Een paar keer??! Ik ben de vaakst veroordeelde Belgische arts voor abortuszaken! Telkens er een zaak aanhangig werd gemaakt door het parket en aanleiding gaf tot vervolging, ben ik veroordeeld geweest tot een gevangenisstraf met uitstel. Met één van die zaken zijn we tot in Straatsburg gegaan, voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens, maar dat heeft ons geen gelijk gegeven. Daar ben ik nog altijd ziédend kwaad voor. Het betrof een meisje dat op dertienjarige leeftijd zwanger was geworden van een jongen die nauwelijks ouder was. Het strafwetboek bepaalt – nog altijd, trouwens – dat geslachtsgemeenschap voor de leeftijd van veertien neerkomt op verkrachting, omdat het kind niet beschouwd wordt toestemming te kunnen geven. Toch oordeelde de rechter dat het meisje best in staat was de baby groot te brengen. Ik heb geen gelijk gekregen.

Had u mij vijf jaar geleden gezegd dat ik de depenalisering van abortus in Ierland nog zou meemaken, ik had u krankzinnig genoemd. De ontzettend snelle ontkerkelijking daar heeft dit mogelijk gemaakt

Vandaag schroeven veel landen hun abortuswetgeving terug.
Ja, maar er zijn ook landen waar de wet liberaler wordt. Neem Ierland. Had u mij vijf jaar geleden gezegd dat ik de depenalisering van abortus daar nog zou meemaken, ik had u krankzinnig genoemd. De ontzettend snelle ontkerkelijking daar heeft het mogelijk gemaakt dat die wet met niet minder dan 66 procent van de stemmen goedgekeurd werd op het referendum. Dat is twee derde van de bevolking! En dat terwijl enkele jaren voordien de invoer van condooms nog verboden was.

Wat denkt u van de onlangs voorgestelde uitbreiding van de abortuswet?
Ik sta daar volledig achter, want je moet aan realpolitik doen inzake gezondheid. Momenteel krijgt de overgrote meerderheid van de abortusaanvragen een gunstig antwoord. Maar een kleine minderheid, zo’n 500 van de 18.000 vrouwen, is verplicht naar Nederland te gaan en daar veel geld neer te tellen. Zij behoren wellicht tot de minst bedeelde groep vrouwen: ze zijn niet welstellend, scoren intellectueel lager en hebben familiale problemen. Wij willen dat die vrouwen hier opgevangen worden en op zelfde wijze als in Nederland behandeld worden. Het aantal abortussen zal daardoor niet afnemen, maar het zal ook niet toenemen.

Wat vindt u van de kritiek dat hierover te weinig debat werd gevoerd?
Absolute larie. Volgens het college van bisschoppen was er geen bezinning over de problematiek. Maar die materie wordt al besproken sinds de aanhouding van Willy Peers in 1973! Wat de bedenkingstijd betreft tussen het eerste contact en het verrichten van de abortus is de vermindering van zes naar twee dagen geheel logisch. Die twee dagen zijn nodig om de praktische kant van de zaak te organiseren.

Wat weten we over het percentage abortussen bij allochtone in verhouding tot autochtone vrouwen?
Het probleem in ons land, maar ook in andere landen, is dat het formulier van de commissie die statistische gegevens over abortus verzamelt, opgesteld is in weerwil van het gezond verstand. De ingezamelde gegevens zijn zeer onvolledig; de etnische oorsprong of nationaliteit mag niet worden vermeld. Maar dit is België, we zijn goed in het omzeilen van verboden. Twee onderzoekers van de KU Leuven hebben omstreeks 2005 zeer degelijk onderzoek verricht, waarbij vijf Vlaamse abortuscentra verzocht werden om gedurende zes maanden de etnische oorsprong van de vrouwen te noteren. Allochtonen vertegenwoordigden véértig procent van alle abortussen.

Hoe komt dat?
Meestal door het veto over anticonceptie dat bestaat in die culturele gemeenschappen. Ik heb het hier over moslims. Adolescente meisjes omzeilen dat veto meestal door andere soorten geslachtsgemeenschap, zoals coitus tussen de dijen, intra-anale coitus, cunnilingus of fellatio. De ‘maagdelijkheid’ mag immers niet in het gedrang komen, en die wordt bepaald door de anatomische integriteit van het hymen, een dom vliesje aan de onderkant van de vagina. En dan gebeuren er soms ongevallen.

Dat brengt ons bij de problematiek van reconstructie van het maagdenvlies. U stelt dat daar steeds meer vraag naar is.
In de jaren 2010-2014, toen ik nog professioneel actief was, was dat in elk geval zo. Dat komt zeker ook door het bestaan van zogenaamde ‘klinieken’ voor esthetische geneeskunde – ze verdienen die naam niet. Je kan er bijvoorbeeld je schaamlippen laten verkleinen of een clit-piercing laten steken. Ze maken veel propaganda voor hymenreconstructie. Een meid die over anderhalve maand naar Marokko wordt gestuurd om daar te huwen en die de reactie vreest van haar vader of de familie van haar toekomstige gemaal als die te weten komen dat ze geen ‘maagd’ is, laat zich hierdoor verleiden. En dat kost haar een zeer behoorlijk bedrag.

Hoe moeten artsen reageren op die vraag?
Een arts is volgens mij deontologisch en ethisch verplicht om de wet te overtreden als dat in het belang is van zijn patiënt. Toen abortus nog verboden was, voerden we die uit omdat we oordeelden dat vrouwen niet het gevaar mochten lopen mishandeld te worden door een engeltjesmaakster. Maar de benadering inzake maagdelijkheid is de laatste tijd enigszins gewijzigd. Net zoals het Collège National des Gynécologues et Obstétriciens Français enkele jaren terug, oordeelde nu ook de Belgische Orde van Artsen zeer recent dat niet meer mag worden ingegaan op de vraag om een maagdelijkheidsgetuigschrift, en nog veel minder op de vraag om maagdenvliesherstel. Voornoemde officiële instanties vinden dat deontologisch niet verantwoord. Mijn visie was anders. Als een vrouw mij zei dat, als ik haar niet zou helpen, ze het slachtoffer zou worden van een eremoord, oordeelde ik dat het mijn plicht was haar te helpen. Dus heb ik attesten geschreven die zeiden dat er ‘geen bewijs’ was van ontmaagding. Ik heb ook een aantal herstelprocedures van het maagdenvlies verricht.
Maar nu weet ik daar meer over. Er bestaan andere methoden. Ten eerste moet je het meisje of de vrouw leren de spieren van de bekkenbodem zeer krachtig aan te spannen, zodat de man tijdens de huwelijksnacht bij het penetreren zoveel moeite moet doen dat hij denkt: die is nog maagd. Ten tweede bestaan er middelen in een gelatineomhulsel, waarbij er bij lichaamstemperatuur, dus een korte tijd na het inbrengen in de vagina, een rood vocht vrijkomt dat goed gelijkt op bloed. De combinatie van die twee methoden is overtuigend, zo blijkt bij opvolging van die vrouwen. Hymenherstel zal nog slechts uitzonderlijk moeten worden verricht.

Maar uiteindelijk blijft de boodschap aan de man dat de toekomstige bruid nog maagd is, wat het culturele belang van maagdelijkheid mee in stand houdt.

Het probleem is dat je geen contact hebt met die man. De mannen zelf worden door hun intieme kring en hun gemeenschap helemaal niet geacht maagd te moeten zijn, integendeel, ze worden aangespoord om een zekere seksuele expertise te verkrijgen, door geslachtsgemeenschap met gelijk welke meid die daarin toestemt of eventueel bij een sekswerkster. Als er iets moet veranderen qua mentaliteit in de moslimgemeenschap, dan moet de aandacht uiteraard éérst naar de mannen gaan. Maar dat is niet gemakkelijk. We moeten hen het begrip van kritisch denken bijbrengen en – als het enigszins mogelijk is om van het heikele onderwerp van de ‘maagdelijkheid’ op de nog veel minder bespreekbare thematiek van het geloof over te hevelen – op de meest gematigde wijze uitleggen dat de godsdiensten van het boek allemaal mythen zijn die door mensen bij elkaar zijn gebracht. Het zijn mensen die Allah uitgevonden hebben. Maar waakzaamheid is geboden: voor je dat gezegd hebt, kunnen ze je al honderdduizend keer hebben afgeranseld.

Er ligt een grote rol bij het onderwijs, al vanaf jonge leeftijd.
Vanaf de vroégste leeftijd, als je ziet hoe zelfs kinderen op de lagere school al de meest reactionaire stellingen van hun godsdienst verdedigen tegenover hun leerkracht.

Amy is op dreef. Hij vertelt nog een andere anekdote, uit 1990. Hij organiseerde een tweedaags seminarie anatomopathologie in de Landcommanderij Alden Biesen in Bilzen. Eén van de vier lesgevers, een collega verbonden aan de KU Leuven, kwam tijdens de koffiepauze naar hem toe en zei: ‘Meneer Amy, één ding zal me altijd bijblijven. Ik was student geneeskunde in Gent en liep mijn stage verloskunde aan het Academisch Ziekenhuis, in de dienst van professor Thiery. U leidde die dag de zaalronde. Dat was op 11 september 1974. Voor u met de toer begon, zei u: ik wil jullie er eerst attent op maken dat precies één jaar geleden een eind werd gesteld aan de democratie in Chili, toen Salvador Allende verplicht werd, door de inval van fascistische soldaten, om zelfmoord te plegen. Dat u dat zei, zal mij altijd bijblijven.’
Hij is daar fier op, zegt Amy. ‘Ik heb altijd gepoogd, ook als ik lesgaf – zeg maar, over eierstokgezwellen of stuitbevallingen – om iets in te lassen dat te maken had met problemen in de maatschappij. En dat onthielden ze. De andere lesgevers deden dat niet. Ik snap niet waarom. Maar ik heb die reputatie gehouden, en ik ben daar heel trots op.’

Geneeskunde is een vorm van politiek. Er zijn immers zoveel sociale problemen betrokken bij de beoefening ervan, je kunt je daar niet aan onttrekken

Wellicht waren de anderen niet maatschappelijk bewogen?
Toen Michel Thiery zei dat hij niet wilde dat er aan politiek gedaan werd in zijn dienst, antwoordde ik dat geneeskunde een vorm van politiek is. Er zijn immers zoveel sociale problemen betrokken bij de beoefening ervan, je kunt je daar niet aan onttrekken. En ik heb een tof specialisme uitgekozen. Als gynaecoloog is het wellicht toch gemakkelijker dan voor een neus-keel-en-oor specialist om aan een holistische benadering te doen, dus om de persoon die voor jou zit als persoon te behandelen, met haar gezondheidsproblematiek en levensverhaal. Je hebt haar misschien twee keer verlost, dus ze licht jou in over hoe het met de kinderen gaat. En aangezien er ook een vader is weet je ook iets over hem. Als je enige sympathie en interesse hebt in de andere, ken je het ganse familiegebeuren. Mijn vader en oom waren eveneens arts en waren ook zo, dus het zit in de familie. Ik heb er geen verdienste aan, het ligt mogelijk aan de genen of, meer waarschijnlijk, aan de opvoeding die ik genoot. Hoe dan ook, het was tof. Ik heb van de beoefening van mijn vak ontzettend genoten en denk er nog heel vaak aan terug, met bewogen gemoed. Minstens eenmaal per week, breng ik – in mijn dromen – een deel van de nacht door op het ziekenhuis.

 
Jean-Jacques Amy, ‘Anoniem’ is een vrouw. De strijd voor gelijke rechten, VUBPress, 2019, 231 p.
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.