OKTOBER 2019

"Sekswerk is meestal een vrijwillige keuze"



© Gerbrich Reynaert
   

In het debat over sekswerk staan abolitionisten lijnrecht tegenover prosekswerkgroepen. Het eerste kamp ziet sekswerkers per definitie als passieve en willoze slachtoffers en wil sekswerk de wereld uit. Het tweede kamp wil vooral inzetten op welzijn, veiligheid en rechten voor de sekswerkers. Waar prosekswerkgroepen minder georganiseerd zijn, vormen abolitionisten een invloedrijke lobby. Voor hen gaat ideologie boven de feiten, ondervond historicus Hans Vandecandelaere. En vraag niet waarom. Sekswerk in België is het resultaat van zijn driejarige zwerftocht doorheen het Belgische sekswerklandschap.

 

Hans Vandecandelaere


Griet Vandermassen
   

Vandecandelaere spit dit bijzonder gevarieerde landschap in al zijn facetten uit. De ervaringen van sekswerkers, hun beweegredenen, de verschillende branches, raamverhuurders, gezondheidswerkers, de recherche, de sociale inspectie, het debat over sekswerk: het komt allemaal aan bod in een boek dat uitmunt in onbevangenheid en grondigheid. Vandecandelaere houdt zich ver van gemoraliseer, maar kiest uiteindelijk radicaal partij. ‘Het constante inbeuken op het vermeende slachtofferschap van sekswerkers is op den duur immoreel.’

Onze kennis over sekswerk is beperkt, zo stelde je vast.
Er bestaat wel degelijk ontzettend veel onderzoek, alleen is het vrij eenzijdig. De focus ligt telkens op deelaspecten, zoals feminisme, wetgeving, mensenhandel of gezondheid. De aandacht gaat ook vooral naar vrouwelijke sekswerkers en naar raam- en straatprostitutie. Over bedrijfsorganisatie of thuisontvangst bestaan geen studies. Over de Aarschotstraat hebben we wel gegevens, maar begin maar eens uit te zoeken hoe dat zit in Oostende. Ik wilde met het boek een helikopterzicht ontwikkelen. Daardoor zie je meteen ook de lacunes. 

De cijfers in rapporten over prostitutie blijken vaak ook puur nattevingerwerk. 
Cijfers worden vanuit abolitionistische hoek vaak ideologisch aangewend. Terwijl we helemaal geen cijfers hébben, punt. Soms zie je voor België 30.000 sekswerkers vermeld. Waarop is dat gebaseerd? Ik zag nergens een methodologische onderbouw. De grote moeilijkheid is dat er een enorme doorstroming is onder sekswerkers. Velen doen dat maar voor een bepaalde periode en zijn internationaal ook erg mobiel. Begin de advertenties dan maar eens te tellen. Wie hier vandaag adverteert, is morgen misschien weg. Sekswerkers plaatsen bovendien vaak meerdere advertenties, waardoor je met dubbeltellingen zit. Ik hou het zeer oppervlakkig: het zijn er geen honderd maar ook geen 100.000. En wat gaan we tellen? Brengen we ook webcamseks in rekening? Hoe tel je dat? Het is nattevingerwerk, ook op internationaal niveau.
Tegenstanders pimpen de cijfers artificieel. Dat voedt hun ideologisch discours. Als je sekswerk per definitie gelijkstelt met slachtofferschap, kom je meteen aan een groot aantal slachtoffers. Hetzelfde met gedwongen prostitutie. Volgens de Vrouwenraad is 60 tot 80 procent gedwongen, terwijl het weinige gedegen onderzoek dat we hebben in de buurt van 8 procent komt. 

België heeft de definitie van mensenhandel in 2005 enorm opgerekt. Waarom?
Mensenhandel is in de strafwet nu inderdaad erg breed gedefinieerd. Dwang, een wezenskenmerk van mensenhandel, is eruit gehaald. Dat laat meer ruimte om te vervolgen, omdat slachtoffers zich niet altijd herkennen als slachtoffer. Maar een gevolg is wel dat, als een sekswerker vrijwillig instemt met bepaalde handelingen, derde partijen zoals chauffeurs en verzekeraars nu vervolgd kunnen worden als mensenhandelaars. Men zal dat in de praktijk niet snel doen, maar in principe zijn ze wel strafbaar.

HYPOCRISIE


Is het Belgische beleid niet hypocriet? Zowat alles wat met prostitutie te maken heeft is strafbaar, maar het wordt wel gedoogd.
Je mag prostituee zijn in België. Thailand heeft een prohibitionistische wetgeving: zowel sekswerkers, derde partijen als klanten zijn er crimineel. Wereldwijd hanteert een honderdtal landen deze wetgeving, vanuit het idee dat prostitutie gelijkstaat aan moreel verderf en misdaad. België heeft gekozen voor abolitionisme, het tweede meest verbreide beleidsstelsel. Achterliggend idee is dat de sekswerker een slachtoffer is dat beschermd moet worden. In België geldt alleen wie prostitutie faciliteert als crimineel. In de hele rayon van abolitionistische landen is ons land wel een van de weinige die ook adverteren verbieden. Je mag prostituee zijn, maar je mag geen klanten lokken. Het hypocriete ligt er inderdaad in dat het allemaal gedoogd wordt.

Hoe kwam België aan zijn wetgeving?
Dat is historisch gegroeid, door feministisch lobbywerk vanaf het einde van de negentiende eeuw. Feministische en religieuze groepen konden hun agenda vervolgens op internationaal niveau doordrukken. In 1950 stelden de Verenigde Naties het Verdrag van New York op. Dat was een heel abolitionistische wetgeving, waarvan de onze nagenoeg een kopie is. Wie het beroep mogelijk maakt, is strafbaar. België ondertekende dat verdrag, Nederland niet. Dus stond het Nederland vrij om prostitutie in 2000 te legaliseren. Als wij dat willen, moeten we uit het verdrag stappen. Dat is niet opportuun, want het heeft ook goede elementen. We moéten natuurlijk vechten tegen mensenhandel. 

Voormalig justitieminister Koen Geens was van plan om de economische uitbating van prostitutie uit de strafwet te halen.
(met nadruk) On-waar-schijnlijk was dat, omdat die herwerking van het Strafwetboek in alle stilte gebeurd is. De Gentse hoogleraar strafrecht Gert Vermeulen wist daar als een van de weinigen van. Geens stond geen legalisering toe, wel decriminalisering: het werd mogelijk om geld te verdienen aan andermans prostitutie. Door het Verdrag van New York te amenderen kan dat. Maar door de val van de regering-Michel eind 2018 ligt die hele herziening van het Strafwetboek nu plat. 

Het zou een reusachtige stap vooruit zijn, voor de veiligheid van de sekswerkers en het reduceren van stigma.
Dat bepaalt mijn standpunt. Het is risicovol werk. We moeten aan risicobeperking doen in plaats van te straffen. We moeten zorg verlenen. Het gaat daarbij niet alleen om de gezondheidsdiensten, maar ook om goeie uitbaters. Die zijn cruciaal voor het welzijn van de sekswerkers. Stop dus met eerlijke uitbaters te criminaliseren. Want sekswerk zal er altijd zijn, hoewel niet noodzakelijk onder dezelfde vorm. Wie sekswerk wil uitroeien, dwingt mensen de illegaliteit en onveiligheid in. 

In Zweden zijn klanten sinds 1999 strafbaar. Wat zijn de gevolgen?
Bij straatprostitutie wordt de onderhandelingstijd korter, omdat de klant bang is. Dat speelt in het nadeel van de prostituee. De vertrouwensrelatie tussen sekswerkers en politie wordt ondermijnd. Want hoewel de prostituee niet crimineel is, gaat ze wel om met criminelen, namelijk de klanten. Het Zweedse beleid is erg moralistisch: wij gaan je beschermen en redden. Er is het geval van een escort wiens kind geplaatst is omdat ze zogezegd autodestructief bezig was en dus haar kind niet kon opvoeden. Er zijn nog dergelijke casussen gemeld. Hoe ga je bovendien zo’n beleid financieren? Plaats je op elke hoek van de straat politiemensen? Hetzelfde in Frankrijk: dat moet fortuinen kosten. In welke mate het beleid effectief afgedwongen wordt, weten we ook niet. 

En dat allemaal vanuit de niet-gefundeerde veronderstelling dat sekswerk geen vrije keuze kan zijn. 

Het kan natuurlijk nog veel erger. In landen als Thailand, waar sekswerkers crimineel zijn, is de situatie schrijnend. Ze hebben geen rechten en krijgen te maken met zware corruptie en geweld door leger en politie. Het is een van de redenen waarom Amnesty International pleit voor decriminalisering van prostitutie.

EEN NORMALE JOB


In Nieuw-Zeeland is prostitutie een job als een andere. Is dat niet de meest humane oplossing?
Dat is mijn pleidooi: sekswerk inbedden in het gewone arbeidsrecht. In Nieuw-Zeeland hebben prostituees gewone arbeidsrechten, vanuit het idee dat de meeste sekswerkers vrij en rationeel voor dit werk kiezen en een volwaardig beroep uitoefenen. Geen enkel prostitutiebeleid zal ooit helemaal waterdicht zijn, maar naar verluidt werkt het. Nieuw-Zeeland is natuurlijk een eiland, met weinig migratie. Het is nog de vraag of je dit beleid zomaar elders kan implementeren.
Maar toch. Met legalisering, zoals in Nederland, ga je het warm water uitvinden door speciale wetten uit te werken om prostitutie te regelen. Je kan het ook anders aanpakken, door sekswerk in te voegen in de bestaande arbeidswetgeving. Gert Vermeulen heeft dat concreet uitgewerkt. Je kan onder meer werken met flexi-jobs en artiestenstatuten. De weinige porno-acteurs die nog in België actief zijn, werken überhaupt met een artiestenstatuut, net als webcammers. Wel, breid dat dan uit. Zorg voor een breder vangnet aan sociale statuten, ook met betrekking tot belastingen, want het is een verhaal van rechten en plichten. Je kan bijvoorbeeld met een forfaitair bedrag werken dat je sowieso moet betalen, zoals de sociale inspectie doet met toiletdames in de stations. Verdien je meer, dan mag je dat houden. 

Als sekswerkers internationaal zo mobiel zijn, is het wellicht niet makkelijk om hen in zo’n statuut te krijgen.

Dat is een andere vraag. Hoeveel liggen er wakker van een sociaal statuut? Niet veel. 

In Gent moeten raamprostituees ingeschreven zijn als dienster. 
Maar dat is nep, dat is geen afdoende statuut! Ze krijgen wel een werknemerscontract, maar hun werkuren sluiten helemaal niet aan bij de realiteit. En ze hebben slechts een minimumpakketje rechten. Mijn voorstel: breid dit uit en dwing het dan ook af, en bied het laagdrempelig aan. En hang het zeker niet direct aan de neus van politici. Een prostitutiebeleid moet eerst voldoende lang onderhuids gevoerd worden. Violett, een centrum voor gezondheidszorg en hulpverlening aan prostituees, is al enkele jaren met iets heel knaps bezig, het Platform Prostitutie Vlaanderen. Het brengt in alle stilte sekswerkers, uitbaters, politie en gezondheidsdiensten samen om te praten en zo geleidelijk op te bouwen. Politici schieten alles snel af. Of het nu gaat om voorstellen tot decriminalisering of tot klantencriminalisering, alle pogingen lopen direct spaak binnen het parlement. De meningen zijn te verdeeld. Het is beter om eerst een sterk discours op te bouwen van onderuit. 

Aan het Gentse glazen straatje zie je wel eens kerels in dikke auto’s die een meisje ophalen of afzetten. Zijn dat pooiervriendjes?
Gent ken ik niet zo goed, maar ik zie dat wel vaker gebeuren in de Aarschotstraat. Ik denk dat we onze hele definitie van pooierschap moeten herzien. Dat is zo’n containerbegrip. Uiteraard heb je zware gevallen en echte mensenhandelaars, maar het ‘vriendje van’ is daarom geen crimineel. En nochtans, van zodra zij hem geld toestopt onder het mom van een gedeelde toekomst, is hij de facto een pooier. We moeten daar meer grijswaarden in zien.
Ik denk dat er vooral een probleem is van problematische relaties. Veel van die relaties zijn op vrijwillige basis en de meisjes vinden er steun in, maar er is ook een uitbuitend element aanwezig, want hij verwacht een deel van haar geld. 

Dwang wordt dus steeds zeldzamer?

Voor de raamprostitutie volgens de politie bijvoorbeeld wel. Paspoort of gsm afnemen, fysiek geweld, zo’n dingen komen nog maar weinig voor. Zeker in Antwerpen, waar de situatie het meest rooskleurig is, en ook in Gent. In Schaarbeek globaal gezien ook, maar er blijven een aantal probleemgroepen.
Het blijft wel een zeer informele wereld. Ik pleit ervoor om een veel scherper zicht te krijgen op al die informele netwerken. Er ligt nog zoveel maagdelijk onderzoek te wachten. Een meisje van twintig dat hier in Brussel belandt: hoe doe je dat? Je hebt daar hulp voor nodig. En hoe vind je hier een appartement, zonder werkcontract? Je zit met een grijze informele sector, maar we mogen die niet eenzijdig crimineel noemen. Arbeidsrechtelijk zal dat wel voor een stuk crimineel zijn, want je appartement verhuren zonder contract mag niet. Maar dat is absoluut niet het niveau van mensenhandel. Veel derde partijen zijn gewoon dienstverleners. Vaak helpen vriendinnen ook vriendinnen. En hoe ouder de migratie, hoe groter het sociale weefsel binnen die gemeenschap en hoe vlotter alles verloopt. Latino’s komen bijvoorbeeld vaak via Spanje naar België, omdat ze daar gemakkelijker aan papieren geraken. Via informele netwerken, geleid door familie en vriendinnen, geraken ze in België.

HANDELINGSVRIJHEID


Je pleit ervoor om niet langer te denken in termen van dwang versus geen dwang, maar van handelingsvrijheid: het vermogen om sekswerk aan te bieden tegen de eigen voorwaarden.
Dat is cruciaal. Er is een enorme mobiliteit onder sekswerkers, qua locatie en qua branche. Men probeert nu eens het raam uit, dan weer een champagnebar. Dat illustreert handelingsvrijheid. Natuurlijk blijft de ultieme vraag of dit écht vrij kan zijn, maar keuzes vinden altijd binnen bepaalde limieten plaats. Zo kent Thailand een grote sociale ongelijkheid. Zijn dat dan echt vrije keuzes van die vrouwen? Wellicht niet, maar op dat moment is het misschien wel de beste keuze, als ze zo hogerop kunnen klimmen.
In goede omstandigheden en van zodra de transactie overeengekomen is, ligt de macht altijd bij de sekswerker. Zij of hij bepaalt de grenzen. Ik vond het in de a gogo’s van Bangkok, waar ik ook onderzoek deed, bijvoorbeeld meesterlijk hoe sommige vrouwen de klant-toerist bespelen. Veel mannen zijn ontzettend naïef in hun smeekbedes. De dames duwen hen gewoon in hun gewenste illusies. 

Wat weten we over het psychisch welzijn van sekswerkers?
Vergelijkend onderzoek met andere vrouwen valt niet negatief uit. Pornoactrices gebruiken iets meer drugs maar hebben over het algemeen een positiever zelfbeeld. Een studie van Pasop bij prostituees toonde dat de helft qua welzijn even hoog scoort als andere vrouwen, een kwart hoger en een kwart lager. Dat eerste kwart verdient goed, werkt in veilige omstandigheden en is niet afhankelijk van drugs. Bij het andere kwart is dat omgekeerd. Sekswerk is een zeer hiërarchische markt, met veel deelsectoren. Dat gaat van een schrijnende sector als straatprostitutie tot een zeer comfortabele, zoals webcamseks. Je kunt dus niet veralgemenen. 

Webcamseks is een snel groeiende branche. En je kunt niet zeggen dat die vrouwen slachtoffer zijn, want ze werken autonoom.
Het is een miljoenenindustrie, zeer fascinerend. Er zijn wel vaker derde partijen bij betrokken dan ik eerst dacht. Als je met hen chat, merk je dat niet zij antwoorden, maar anderen. Soms hoor je hen ook onder elkaar praten. Maar dat lijkt me onschuldig, het zijn vrienden of vriendinnen of studiomedewerkers. Een webcammer werkt behoorlijk autonoom. Ze maakt haar eigen materiaal. De helft van de opbrengst gaat naar het webcambedrijf, de helft naar haar. Wat ik me wel afvraag: als je er erg jong aan begint en je kop staat online, kan dat je carrière compromitteren. Hoe gaan ze daarmee om? En betekent het geen hyperbanalisering van seksualiteit? Dat maakt het onderwerp van sekswerk ook zo boeiend. Het raakt aan alles: cultuurfilosofie, migratie, seksualiteit, bedrijfsorganisatie, arbeidsrecht, strafrecht, noem maar op.

Denk je dat de antisekswerklobby wereldwijd aan impact wint?
Er moeten miljoenen mee gepaard gaan. In België komt het verzet vooral vanuit feministische hoek, zoals de Vrouwenraad. Die functioneert vrij autonoom. Maar wereldwijd moeten we eens beginnen stilstaan bij de financiële belangen van die abolitionistische ngo’s. De financiering komt vaak uit ultraconservatieve religieuze hoek. Op Europees niveau is de invoering van klantencriminalisering nu aan de winnende hand. Zelfs in Nederland ligt dat nu op tafel. Het legaliseringsbeleid staat er zwaar onder druk. Er zijn daar inderdaad fouten gemaakt, zoals te strikte registratiebepalingen voor prostituees en een vermindering van de vergunde werkplekken, met een groeiende illegale sector tot gevolg. Maar voor de claim van tegenstanders dat normalisering van sekswerk tot een grotere vraag naar prostituees en dus tot meer mensenhandel leidt, bestaat geen enkel bewijs.

 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.