APRIL 2019

OVER MANNELIJKHEID



   

De man verkeert in crisis. Patriarchale en stereotypische rollenpatronen duwen mannen in een mannelijkheid die ronduit toxisch is. Giftig dus, zowel voor mannen zelf – mannen domineren de statistieken als het gaat over drank- en drugsmisbruik, geweld, zelfmoord – als voor vrouwen (#metoo). Er is, zo schrijft filosofe Griet Vandermassen in het binnenkort te verschijnen Dames voor Darwin, een en ander grondig mis met die visie. Wie immers, zoals talloze ‘genderexperten’, vertrekt vanuit de veronderstelling dat mannelijkheid een sociale constructie is, komt tot ontoereikende analyses en probleemoplossingen. De heersende benadering van mannelijkheid, met haar ontkenning van inherente psychologische sekseverschillen, laat mannen én vrouwen in de kou staan. Een evolutionair perspectief, dat die sekseverschillen erkent en verklaart als het voorspelbare gevolg van vele miljoenen jaren evolutie door natuurlijke en seksuele selectie, levert volgens haar een veel vruchtbaarder vertoog op. In deze exclusieve voorpublicatie legt Vandermassen haarfijn uit wat ze bedoelt.
 

DAMES VOOR DARWIN



   
‘We horen altijd maar dat we moeten praten, onze gevoelens uiten, onze kwetsbaarheid tonen, dat we minder monomaan met ons werk mogen bezig zijn, dat we ook zorgpapa en niet alleen speelpapa mogen zijn. Dat we, kortweg, onze ‘klassieke mannelijkheid’ moeten beteugelen. Maar als we dat dan doen, vinden ze ons lang niet meer zo aantrekkelijk. Als het erop aankomt, verkiezen vrouwen weer ‘een échte vent’. Of wacht: éigenlijk willen ze de twee. In één. Ik heb gewoon het gevoel dat we onmogelijk kunnen winnen. Wat we ook proberen, het is nooit goed genoeg.’ (Anonieme, 36 jaar oude bedrijfsleider in dS Weekblad van 27 januari 2012.)

Het is niet altijd even makkelijk om een vrouw te zijn. Maar het is zeker ook niet altijd makkelijk om een man te zijn. Mannen worden geconfronteerd met specifieke uitdagingen die vrouwen vreemd zijn. Ze zijn het resultaat van een mannelijke psychologie die vorm kreeg door ons verleden als jager-verzamelaars, de intraseksuele competitie van mannen en de seksuele selectiviteit van vrouwen. Geen rekening houden met de eigenheid van mannen, bijvoorbeeld op basis van de vooronderstelling dat mannelijkheid louter een sociale constructie is, levert alleen maar ontoereikende analyses en schijnoplossingen op.

Neem het universeel gedocumenteerde fenomeen dat mannelijkheid iets is wat een man moet verdienen, terwijl vrouwelijkheid iets is wat een vrouw gewoon heeft. Voor een vrouw volstaat het om biologisch vrouw te zijn om ook als vrouw te worden beschouwd. Voor een man, daarentegen, is een mannelijke anatomie geen garantie op een mannelijke status. Om als man te gelden en zowel het respect van zijn seksegenoten als de aandacht van vrouwen af te dwingen, moet een man zijn mannelijkheid sociaal bewijzen door de kenmerken die wereldwijd met mannelijkheid worden geassocieerd te demonstreren. Het gaat om kenmerken als moed, autonomie, daadkracht, besluitvaardigheid, zelfvertrouwen en competentie. Mannelijkheid is bovendien precair. Een man kan zijn mannelijkheid immers weer verliezen, wat impliceert dat het iets is wat hij steeds opnieuw moet verdienen. (Baumeister 2013)

Genderonderzoekers die mannelijkheid bestuderen, ontkennen in de eerste plaats dat mannelijkheid een kern heeft. ‘Er is een meervoud aan mannelijkheden, en deze kunnen niet essentialistisch worden ingevuld, maar zijn het product van historische, sociale en culturele praktijken en, als zodanig, relationeel en contingent’, aldus Liedeke Plate. (2015:166) Analoog hieraan omschrijft Peter Verstraten mannelijkheid als ‘een proces waarbij de wijze van perceptie een doorslaggevende factor vormt. Deze veronderstelling impliceert dat we de idee van een mogelijk ideaalbeeld van mannelijkheid, dat van oudsher met natuurlijkheid werd geassocieerd, moeten laten varen.’ (2004:166) Mannelijkheid is vanuit dit perspectief willekeurig en zou er totaal anders kunnen uitzien. Als mannen de behoefte voelen om hun mannelijkheid te bewijzen, moet dat wel het gevolg van de een of andere patriarchale reflex zijn. Zo erkent Plate dat mannen het blijkbaar nodig achten om hun mannelijkheid te demonstreren en stelt ze vast dat dit tot gevaarlijk gedrag kan leiden. Maar ze besluit: ‘Door vast te houden aan ouderwetse ideeën over gender als een tweedeling waarbij mannelijkheid tegenover vrouwelijkheid staat, creëren mannen dus zelf hun probleem.’ (2015:174) Er bestaat echter wel degelijk een universeel ideaalbeeld van mannelijkheid dat helemaal niets met ideeën over gender te maken heeft. Het wortelt zowel in de partnervoorkeuren van vrouwen als in het belang van mannen die eraan beantwoorden voor elke cultuur en elke samenleving. Andere voorbeelden van crossculturele kenmerken van mannelijkheid zijn koelbloedigheid, risicobereidheid, het vermogen om pijn te verbijten, zelfcontrole, verantwoordelijkheidszin, oordeelkundigheid, de bereidheid om je gezin en groepsgenoten te beschermen en het vermogen om je gezin te onderhouden. Ook aansporingen als ‘verman je’ of ‘wees een man’ duiken in de meest diverse culturen op, wat erop wijst dat man-zijn overal geldt als iets waaraan verantwoordelijkheden en plichten zijn gekoppeld. (Buckner 2018; Vandello et al. 2008) De lijst van kenmerken die met mannelijkheid worden geassocieerd, geeft duidelijk aan welke verantwoordelijkheden en plichten dat zijn. Het gaat telkens om kwaliteiten die een goede jager, strijder of leider signaleren. Samenlevingen hebben die kenmerken altijd gecultiveerd en gestimuleerd, bijvoorbeeld met pijnlijke en gevaarlijke initiatierituelen voor jongens, omdat hun voortbestaan ervan afhing. Bovendien maken deze kenmerken een man in de ogen van de meeste vrouwen seksueel ontzettend aantrekkelijk. In de evolutie van onze soort boekten mannen die erin slaagden om een hoge status als jager, strijder of leider te verwerven ook seksueel en reproductief succes. Mannen die helemaal onderaan de sociale ladder stonden, plantten zich meestal niet voort. De voorkeur van vrouwen voor een man met een hoge status leidde tot een mannelijke psychologie die op voortdurende statuscompetitie is afgestemd. Mannen proberen status te verwerven ten koste van andere mannen en ervaren statusverlies als buitengewoon pijnlijk, omdat het evolutionair voor een man vaak het einde van zijn seksuele carrière betekende.

De druk die mannen voelen om hun mannelijkheid te bewijzen, is niet het resultaat van een vrouwvijandige reflex, maar veeleer van het tegendeel: zonder mannelijkheid geen vrouwelijke aandacht. De intraseksuele competitie van mannen leidt ertoe dat ze sociale omgevingen creëren waarin ze andere mannen kunnen aftroeven en respect moet worden verdiend, bijvoorbeeld via ontgroeningsrituelen, hiërarchische titels of humoristische beledigingen aan het adres van een andere man die vervolgens moet bewijzen dat hij niet minder gevat uit de hoek kan komen. (Baumeister 2013) Vrouwen ervaren dit soort verbal putdowns vaak als machismo, net zoals de neiging van mannen om zelfs over pietluttigheden fel te discussiëren, omdat vrouwen dit onderling gewoon niet doen. Door de vrouwelijke voorkeur voor mannelijke kenmerken die een hoge sociale status signaleren, is de drang om nooit het onderspit te delven echter inherent aan het man-zijn, net zoals schoonheidscompetitie dat aan het vrouw-zijn is. Die schoonheidscompetitie maakt het leven van een vrouw er niet eenvoudiger op, maar haar schoonheid is niet iets wat ze steeds opnieuw moet bewijzen en raakt minder aan de kern van haarzelf. Elke aantasting van zijn mannelijkheid raakt een man echter op een manier die vrouwen nauwelijks kunnen bevatten, aldus de Amerikaanse sociaal psycholoog Roy Baumeister. (2013) Combineer de seksuele druk van vrouwen en de competitieve druk van andere mannen met de culturele druk om als een man te presteren en je snapt meteen waarom de lat voor mannelijkheid zo hoog ligt en waarom die mannelijkheid zo precair is.

Dankzij het feminisme en het feit dat we in historisch ongezien vreedzame tijden leven, namen de culturele waardering en het maatschappelijk belang van krijgerskwaliteiten in het Westen sterk af. Mannen kunnen en mogen in onze samenleving de meest uiteenlopende rollen vervullen, wat ontegenzeglijk een vooruitgang is. Toch is er ook sprake van een ontwikkeling die zowel voor mannen als voor vrouwen helemaal niet zo gunstig lijkt. Door de misvatting dat er geen essentiële verschillen tussen de seksen zijn en de erosie van de maatschappelijke waardering van typisch mannelijke eigenschappen, komt mannelijkheid steeds meer in het verdomhoekje terecht. Jongens en mannen worden als het ware in een meer vrouwelijke mal geperst. Op de speelplaats worden stoeien en wild speelgedrag ontmoedigd en vaak niet eens meer getolereerd. In de klas moeten jongens vooral stilzitten en is zelfs intellectuele competitie grotendeels verbannen. Aangezien de meeste leerkrachten vrouwen zijn, ontbreekt het jongens ook aan mannelijke rolmodellen. (Eliot 2009) In de media komt mannelijkheid steeds vaker eenzijdig negatief aan bod als een teken van ridicuul en primitief machismo. In de geestelijke gezondheidszorg geldt mannelijkheid dan weer vaak als niet meer dan een bron van ziekelijk en ongewenst gedrag. (Macdonald 2006). Het feminisme, ten slotte, roept mannen op om zich roldoorbrekend te gedragen, zonder oog voor de positieve aspecten van typische mannelijkheid. Dit alles dwingt mannen in een nagenoeg onhoudbare en uiterst oncomfortabele spreidstand. Hun identiteit hangt immers in hoge mate af van hun seksetypische kwaliteiten en de dynamiek tussen mannen onderling, maar de expressie van die kwaliteiten en dynamiek wordt maatschappelijk sterk ontmoedigd. Mannen die het aandurven om dit aan te klagen, krijgen bovendien te horen dat ze alleen maar hun patriarchale privileges verdedigen. Mannen stellen bovendien vast dat er een brede kloof gaapt tussen het soort mannelijkheid waartoe ze cultureel worden aangemaand – de zorgende, kwetsbare, nieuwe man – en het soort mannelijkheid dat vrouwen seksueel aantrekkelijk vinden. Mannen die aan de huidige culturele norm voldoen, worden door vrouwen meestal al snel naar de zogenaamde friendzone verwezen. Goed voor vriendschap, maar niet voor seks. De meeste vrouwen willen nu eenmaal geen man die louter lief en begrijpend is. Ze willen een tender defender, een man die niet alleen aardig maar ook sterk, zelfverzekerd en ambitieus is.

Door de ontkenning van inherente genderverschillen in psychologie en seksualiteit, waarvan de huidige devaluatie van mannelijkheid een gevolg is, blijven veel mannen in de kou staan. Vrouwen die verlangen naar een partner die blijk geeft van een goed ontwikkelde, volwassen mannelijkheid komen ook steeds vaker van een koude kermis thuis. Dat de maatschappelijke waardering van hun man-zijn afkalft, terwijl ze seksueel op een gebrek aan mannelijkheid worden afgerekend, is voor mannen uiterst verwarrend. Jongens leren niet hoe ze een sociaal verantwoorde mannelijkheid kunnen ontwikkelen of hoe ze hun seksetypische kwaliteiten kunnen inzetten om op te bouwen en te beschermen, in plaats van uit te buiten en te vernietigen. Jongens hebben dit nochtans ontzettend hard nodig. Een perspectief dat vanuit de mannelijke eigenheid vertrekt zou, mijns inziens, tot een totaal ander en zowel voor mannen en vrouwen als voor de samenleving in haar totaliteit veel heilzamer vertoog leiden. De hamvraag zou dan niet langer zijn hoe we typisch mannelijk gedrag in een meer vrouwelijke richting kunnen ombuigen, maar hoe we van elke jongen de best mogelijke versie van zichzelf kunnen maken, de meest veelzijdige man die in hem schuilt. Om dat te realiseren, moeten we jongens toonbeelden van constructieve mannelijkheid aanreiken en inspelen op hun behoeften en seksetypische psychologie. Wie evolutionair denkt en steeds voor ogen houdt dat mensen primaten zijn, weet dat mannelijke mentoren en rolmodellen voor een evenwichtige ontwikkeling van jongens zonder meer essentieel zijn. Als er één ding is wat jongens schuwen, is het de associatie met vrouwelijkheid. Een mannelijke mentor die laat zien dat een sterke man ook over zijn gevoelens durft te praten, zal altijd een veel grotere impact hebben dan een vrouw die hetzelfde beweert, omdat jongens dan pas echt geloven dat mannelijkheid en emotionele openheid elkaar niet uitsluiten. Wie evolutionair denkt, of gewoon met een open geest kinderen observeert en zich zijn of haar eigen jeugd min of meer accuraat herinnert, weet ook dat de dynamiek tussen jongens van nature heel anders is dan die tussen meisjes. Jongens willen elkaar overtreffen, zijn dol op competitie en nemen veel meer risico’s. Dit typische jongensgedrag dient evolutionair belangrijke functies en bereidt hen voor op de uitdagingen die hen als volwassen man te wachten staan. Op zich is dat uiteraard geen argument om dit gedrag dan maar te prijzen en te stimuleren. Onze neiging tot tribalisme heeft bijvoorbeeld ook belangrijke evolutionaire functies, maar in een geglobaliseerde wereld zorgt dit toch vooral spanningen en conflicten. Seksetypische mannelijkheid is echter een ander paar mouwen. Zonder die mannelijkheid zouden er inderdaad veel minder oorlogen, criminaliteit en geweld zijn, maar ook veel minder wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Een wereld waarin alle kenmerken van mannelijkheid de kop zijn ingedrukt, zou een wereld met minder innovatiedrang, minder productieve competitie, minder grootschalige samenwerking, minder gewaagde projecten en minder groots denken zijn. De negatieve en positieve expressies van mannelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. In plaats van mannelijkheid te ridiculiseren, te hekelen en te onderdrukken, moeten we er dus voor zorgen dat die mannelijkheid zich op een positieve manier kan ontwikkelen. Maar dan moeten we natuurlijk, ik kan het niet genoeg herhalen, eerst en vooral erkennen dat mannelijkheid niet louter een sociale constructie is.

Dat mannen het in onze samenleving moeilijk hebben, omdat ze niet meer weten wat het betekent om een man te zijn en wat er nu precies van hen wordt verwacht, staat bekend als de crisis van de mannelijkheid. Feministen reageren er vaak behoorlijk cynisch op. Volgens Liedeke Plate maskeert de crisisretoriek ‘dat wat op het spel staat, het behoud van de privileges van witte mannen is: de voordelen die hen toekomen op basis van etniciteit en geslacht, en het behouden van deze ongelijkheid.’ (2015:166) Ook over de Internationale Mannendag, die sinds 1999 elk jaar op 19 november plaatsvindt, wordt in feministische kringen meestal nogal lacherig gedaan. Zijn het immers niet nog altijd vooral mannen die de wereld bestieren, in directiecomités zetelen en veel meer verdienen? Dit brengt ons bij een ander voorbeeld van hoe veel feministen zich op de problematiek van mannelijkheid verkijken. Topposities worden inderdaad vooral door mannen ingenomen, maar de onderkant van de maatschappij en veel minder verheven posities worden evenzeer door mannen gedomineerd. De meeste criminelen, verslaafden, geweldenaars, mentaal gestoorden, gevangenen en daklozen zijn mannen. Gevaarlijk werk wordt vooral door mannen verricht. Meer dan negen op de tien slachtoffers van een dodelijk arbeidsongeval zijn mannen. Wereldwijd zijn het nog altijd haast uitsluitend mannen die naar het slagveld worden gestuurd. De indruk dat mannen bevoorrecht zouden zijn, ontstaat door uiterst selectief alleen naar de top van de maatschappij te kijken. Daar treffen we inderdaad vooral mannen aan, maar daaruit afleiden dat het maatschappelijk bestel is opgezet om mannen met privileges te overladen, is ronduit bespottelijk. Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis genoot een elite van mannen inderdaad voordelen die vrouwen werden ontzegd, maar de overgrote meerderheid van de mannen kon er eveneens naar fluiten. (Baumeister 2013) In het Westen hebben vrouwen vandaag dezelfde rechten en kansen als mannen. Ongelijkheid in uitkomst tussen de seksen automatisch als een bewijs van discriminatie en achterstelling beschouwen, zoals veel feministen nog al te vaak doen, berust op een denkfout.

Zoals we verder nog zullen zien, hebben sociologische observaties altijd meerdere mogelijke verklaringen. Een van de redenen waarom mannen zowel aan de onderkant als aan de top van de maatschappij oververtegenwoordigd zijn, is dat er gewoon meer extreme mannen dan extreme vrouwen zijn. Er zijn meer mannelijke misdadigers en zwakzinnigen, maar ook meer mannelijke genieën, uitvinders, heroïsche figuren en selfmade miljonairs. De huidige mensheid stamt af van twee keer zoveel vrouwen als mannen. Terwijl de meeste vrouwen die ooit hebben geleefd kinderen kregen, slaagden de meeste mannen er niet in om zich voort te planten. Mannen waren dus altijd al zowel de grote verliezers als de grote winnaars, op een manier die niet geldt voor vrouwen. Dit zorgde voor de evolutie van een mannelijke psychologie die mannen er zeker niet toe aanzet om op veilig te spelen, uiteraard altijd met het risico dat het totaal verkeerd afloopt. Ook het verlangen naar grootsheid, gekoppeld aan het besef heel diep te kunnen vallen, is een aspect van het man-zijn(Baumeister 2013).


Griet Vandermassen 
 
Dames voor Darwin verschijnt eind april/begin mei bij uitgeverij Houtekiet. In deze nieuwe, grondig herwerkte en geüpdatete versie van haar boek Darwin voor Dames uit 2009, verkent Griet Vandermassen het spanningsveld tussen het feminisme en de biologische wetenschappen. Feministen hebben het immers niet begrepen op biologie. Velen verzetten zich zelfs actief tegen een biologisch geïnformeerde kijk op de seksen. Het bewijs is nochtans overweldigend dat veel psychologische sekseverschillen niet alleen aan onze opvoeding en cultuur liggen, maar een gevolg zijn van miljoenen jaren evolutie door natuurlijke en seksuele selectie. Daar houden we best rekening mee als we inzicht willen krijgen in de genderkloof op de arbeidsmarkt, de oorzaken van seksueel geweld en het ontstaan van patriarchale maatschappijen. Vandermassen pleit voor een vernieuwd, biologisch geïnformeerd feminisme. De verwerping van seksisme is immers gebaseerd op morele principes, niet op de stelling dat mannen en vrouwen identiek zijn.

Info: Vandermassen, Griet. Dames voor Darwin. Over feminisme en evolutietheorie. Uitgeverij Houtekiet, 288 pagina’s. ISBN: 9789089247018  
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.