MEI 2018

ONDRAAGLIJK PSYCHISCH LIJDEN IS NIET ALTIJD TE BEHANDELEN


©Liza Janssens

   

De Belgische wet van 2002 laat euthanasie toe omwille van ondraaglijk (psychisch) lijden door een ongeneeslijke psychiatrische ziekte. Toch komen vanuit conservatieve hoek steeds meer stemmen op om deze wet terug te schroeven. Volgens prof. dr. Wim Distelmans beroepen tegenstanders van de huidige wet zich echter op pseudoargumenten en laten zij zich te veel leiden door emoties, waardoor een genuanceerd debat onmogelijk wordt. Recent nog ging hij in het TV-programma De Afspraak het debat aan met Margot Cloet van Zorgnet-Icuro, die de termijn tussen de aanvraag en de uitvoering van euthanasie bij niet-terminale psychiatrische patiënten in één maand te kort vindt.
 

HARDNEKKIGE TEGENSTANDERS

Zowat vijf jaar bestaat er oppositie tegen euthanasie in de psychiatrie. De initiële aanzet kwam door getuigenissen van verbolgen familieleden van psychiatrische patiënten die euthanasie hadden gekregen. Tegelijk verschenen in de media jonge psychiatrische patiënten met een euthanasieverzoek. Denk aan het interview van ‘Laura’ in De Morgen (zie DM, 19-06-2015, nvdr). Dit kreeg weinig weerklank in de Belgische pers waarop een furieus familielid zich naar de buitenlandse redacties richtte. Berichten over ‘Dr Death goes to Auschwitz’ in de The Daily Mail (artikel verscheen op 13-07-2013 en portretteert Wim Distelmans als Dr. Death. Het bracht de studiereis die Wim Distelmans organiseerde naar Auschwitz in het kader van mensenrechten en lijden, onoprecht naar voor als een ‘inspiratiereis voor euthanasie’, nvdr), een tendentieus stuk in The New Yorker en bedenkelijke opinies op enkele websites zijn hiervan voorbeelden. Wellicht trachtte hij samen met zijn aanhang zo de Belgische pers te beïnvloeden. Het verhoopte boemerangeffect bleef uit en ook bij de bevolking was er weinig begrip. De hetze had wel als gevolg dat principiële tegenstanders – om welke redenen ook – van euthanasie (in de psychiatrie) elkaar vonden. De acties zijn hierdoor wat meer geconcerteerd, bitsiger en niet altijd gehinderd door intellectuele eerlijkheid. Bovendien wordt er dikwijls op de man in plaats van op de bal gespeeld. Gezien de polemiek, krijgt deze beperkte, maar hardnekkige groep onevenredig veel aandacht.

 
Hun open brieven worden tevens gretig opgepikt door enkele conservatieve politici. En hun actieterrein deint maar uit. Niet alleen euthanasie op psychiatrische patiënten moet het ontgelden, maar de euthanasiewet is volgens hen dringend aan evaluatie toe en de werking van de Federale Commissie Euthanasie deugt al helemaal niet meer.
   

ERKENNING VAN ONBEHANDELBAAR ONDRAAGLIJK PSYCHIATRISCH LIJDEN

De recente stellingname van de Broeders van Liefde (in de loop van 2017 stelden de Broeders van Liefde in een visietekst over euthanasie bij psychiatrisch lijden in een niet-terminale situatie dat ze, in de eerste plaats, het ondraaglijk en uitzichtloos lijden en het verzoek tot euthanasie van hun patiënten ernstig nemen, en dat het onder strikte voorwaarden mogelijk moet zijn euthanasie uit te voeren als er geen enkele mogelijkheid meer is om een redelijk behandelperspectief aan de patiënt te bieden, nvdr) moet de tegenstanders toch wel wat zure oprispingen hebben bezorgd. Toegegeven, deze visietekst maakt euthanasie op psychiatrische patiënten haast onmogelijk in de praktijk, maar de publicatie ervan impliceert wél formele erkenning van het bestaan van onbehandelbaar ondraaglijk psychiatrisch lijden. Niet te onderschatten als men zich de verkrampte reacties van het Vaticaan herinnert.

 

De recente stellingname van de Broeders van Liefde moet de tegenstanders toch wel wat zure oprispingen hebben bezorgd


De tegenstanders blijven echter hardnekkig op dezelfde nagel kloppen. Sommige organisaties voelden zich hierdoor aangesproken. Eind 2017 verscheen het advies – uitdrukkelijk niet richtlijn genoemd – van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP). De vereniging wilde niet wegblijven uit het maatschappelijk debat en publiceerde deze denkoefening in navolging van de gelijkaardige tekst uit 2009 van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De VVP wil hiermee psychiaters handvatten aanreiken. Hoewel het geen consensustekst is – binnen de VVP heersen hierover uitgesproken tegengestelde meningen – beschrijft de aanbeveling in feite wat al wordt toegepast in de zorgvuldige dagelijkse praktijk. Begin 2018 volgde de nota van de Vlaamse ziekenhuiskoepel Zorgnet-Icuro. Deze is christelijk geïnspireerd, erg restrictief en weinig relevant voor de dagelijkse werking. Wat men ook van deze teksten vindt, door het bestaan ervan wordt de realiteit van onbehandelbaar ondraaglijk lijden én ongeneeslijke psychiatrische patiënten nogmaals bevestigd.
 

WAAROM WAS ER EEN EUTHANASIEWET NODIG?

Ook vóór de euthanasiewet (2002) werd euthanasie uitgevoerd, ondanks degelijke palliatieve zorg. Palliatieve zorg kan echter niet alle ondraaglijk leed verzachten. Artsen beëindigden soms iemands leven om het lijden te stoppen.

 

 Ook vóór de euthanasiewet (2002) werd euthanasie uitgevoerd, ondanks degelijke palliatieve zorg

Men noemt dit mercy killing of de genadedood. Het is een noodsituatie waarin de arts moet kiezen tussen twee conflicterende waarden: een einde maken aan iemands lijden versus zijn leven redden. In landen met een euthanasiewet spreekt men van euthanasie wanneer de patiënt er zelf om vraagt. Wanneer niet, heet dit ‘levensbeëindiging zonder verzoek’. Beide gebeurden voor de euthanasiewet onder de radar, omdat artsen zich niet wilden verantwoorden aan een rechter. Misschien oordeelde die wel dat het leven steeds primeert op het lijden. Weinig artsen wilden dit risico lopen waardoor patiënten in de kou bleven. Wanneer ze het toch deden was het dikwijls zonder overleg en niet altijd even zorgvuldig.

 
Tenoren van de toenmalige christen-democraten (CVP) vonden echter een wettelijke regeling niet nodig wegens het bestaan van de rechtsfiguur van de noodsituatie. Volgens hen handelen artsen bij de genadedood uit medelijden of compassie en mag dit enkel nadat alle (palliatieve) zorg gefaald heeft. Bovendien was er volgens de CVP geen wet nodig gezien de zeldzaamheid van de terminale noodtoestand. Vandaag is het voor iedereen duidelijk dat, ondanks palliatieve zorg, terminaal lijden helemaal niet uitzonderlijk is. De CVP negeerde ook het bestaan van ondraaglijk fysiek en/of psychisch lijden bij niet-terminale aandoeningen en los van een palliatieve begeleiding. Denk aan verschrikkelijke neurologische aandoeningen zoals ALS, verlammingen, uitbehandelde psychiatrische patiënten enzomeer. Hier betreft het geen mercy killing uit medelijden maar euthanasie uit medeleven en respect voor hun autonomie of zelfbeschikkingsrecht. Omdat principiële christenen – die vasthouden aan heteronomie – dit niet aanvaarden, bleven zij de ‘noodtoestand’ verdedigen zonder wettelijke regeling.
 

Vandaag is het voor iedereen duidelijk dat, ondanks palliatieve zorg, terminaal lijden helemaal niet uitzonderlijk is


Er was nood aan een democratisch gestemde wet om artsen te beschermen tegen willekeurige rechtspraken én mensen het recht te geven op een euthanasieverzoek, zowel in terminale als in niet-terminale situaties.

 

De wet was ten slotte nodig omdat in alle wetgevingen ter wereld, die door het christendom zijn beïnvloed, een streng taboe heerst op het doden van medeburgers. Volgens artikel 394 van het Belgisch Strafwetboek is ‘doden met voorbedachte rade’ moord. Dit geldt zelfs wanneer de betrokkene – een ondraaglijk lijdende patiënt – heeft ingestemd. In de Benelux-landen werd de euthanasiewet slechts aanvaard omdat er strenge voorwaarden zijn ingeschreven. Moest euthanasie zomaar binnen de ‘colloque singulier’ van de arts-patiënt relatie zijn toegelaten, enkel gebaseerd op ‘patiëntenrechten’ en zonder maatschappelijke toetsing zoals door een Federale Commissie Euthanasie, zou de Benelux wereldwijd alle moreel respect hebben verloren. Zonder collegiale toetsing of voorwaarden zou dit bovendien een enorme macht én verantwoordelijkheid aan de arts bieden.
 

MOET DE EUTHANASIEWET VOOR PSYCHISCH LIJDEN AANGEPAST WORDEN?

Professor Herman Nys (KU Leuven) vindt dat een (euthanasie)wet enkel een kader moet bieden waarbinnen artsen zich kunnen bewegen onder bepaalde condities. Deze voorwaarden zijn strikt in overeenstemming met de wettelijke definitie van euthanasie en betreffen een vrijwillig, herhaald en duurzaam verzoek van een wilsbekwame patiënt die onbehandelbaar ondraaglijk lijdt door een ongeneeslijke aandoening. Ik volg hem hier in. Het kan niet dat de wetgever ook gedetailleerd zou voorschrijven hoe artsen professioneel en medicotechnisch moeten omgaan met euthanasie. De wetgever bepaalt ook niet hoe een chirurg een hartoperatie moet uitvoeren, een kankerpatiënt moet behandeld worden of hoe een patiënt met een persoonlijkheidsstoornis moet opgevolgd worden. Dat is de verantwoordelijkheid van de medische faculteiten, de erkenningscommissies, bijscholingen, intervisiegroepen met peers, intercollegiaal overleg enzomeer. Het is ook op deze wijze dat de Federale Commissie Euthanasie werkt. Zij evalueert of de hoger geciteerde voorwaarden werden gerespecteerd, maar heeft niet de competentie of het mandaat om de beroepsbekwaamheid van de artsen te evalueren. Jammer dat men om politieke redenen – in de hoop dat de voormalige CVP ook zou meestemmen, wat ze finaal niet heeft gedaan – toch enkele voorschriften in de euthanasiewet heeft ingebouwd. Er is een strengere procedure voorzien bij niet-terminale (bijvoorbeeld psychiatrische) dan bij terminale patiënten. Hier zijn twee adviezen nodig, waarvan één van een specialist of psychiater, terwijl bij terminale patiënten er één volstaat. Bovendien is er bij niet-terminale patiënten een maand wachttijd voorzien. De wet definieert echter nergens het verschil tussen terminaliteit en niet-terminaliteit. Ze laat dit over aan de interpretatie van de behandelend arts. In Nederland heeft men het wettelijk kader waarbinnen artsen kunnen praktiseren wars van gedetailleerde voorschriften bepaald. Er is geen opsplitsing tussen terminale en niet-terminale aandoeningen. Er is maar één collegiaal advies nodig, geen verplichte betrokkenheid van een psychiater en geen wettelijk te respecteren wachttijd. Men laat dit over aan de professionele inschatting van de behandelend arts.

 

Geen enkele patiënt of arts is verplicht gebruik te maken van de euthanasiewet. Drie aparte organisaties hebben duidelijk bevestigd dat psychiatrische patiënten onherroepelijk ondraaglijk kunnen lijden. Waarom proberen de tegenstanders zo fanatiek op een intolerante en ethisch bedenkelijke manier al wat hiermee betrekking heeft in diskrediet te brengen? Het doel heiligt blijkbaar de middelen. Van familieleden kunnen zulke reflexen begrijpelijk uitgaan van een gecompliceerd rouwproces, schuldgevoelens of onmacht. Van professionelen verwacht men meer respectvolle reacties, niet emotioneel gestuurd door casuïstiek. Soms zo karikaturaal dat men alleen kan besluiten dat deze tegenstanders ‘gewoon’ anti zijn – wellicht weten ze soms niet waarom – en nadien (pseudo)argumenten verzamelen om dit te staven. Dit verklaart ook waarom ze niet open staan voor tegenargumentatie waardoor dit belangrijk en genuanceerd maatschappelijk debat jammer genoeg in het gedrang komt.

 

Wim Distelmans, Leerstoel ‘Waardig Levenseinde’ van de deMens.nu aan de VUB
   
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.