JANUARI 2018

ANGST VOOR STRALING IS GEVAARLIJKER DAN STRALING ZELF


Een stralingstoerist in Tsjernobyl. Stralingsdeskundigen bevestigen dat de straling nagenoeg geen impact op fauna en flora heeft gehad. ©Shutterstock

   

Radiatie 

Gevaar 

Angst


De angst voor ioniserende (nucleaire) straling zit diep ingebed in ons maatschappelijk bewustzijn. Omwille van redenen die deels historisch en deels psychologisch zijn, nemen we eenvoudigweg aan dat om het even welke blootstelling aan ioniserende straling gevaarlijk is. De dosis doet er niet toe. De aard van het radioactieve materiaal doet er niet toe. De wijze van blootstelling – via de huid, ademhaling of inname – doet er allemaal niet toe. Radiatie = Gevaar = Angst. Punt aan de lijn.

 
Het gezondheidsrisico van ioniserende straling is echter lang niet zo groot als we denken. Integendeel, onze overmatige angst voor straling – onze radiofobie – is veel schadelijker voor de volksgezondheid dan ioniserende straling zelf. Dat leerden we uit de meest angstaanjagende gebeurtenissen in de moderne wereldgeschiedenis: de atoombommen op Japan en de nucleaire ongelukken in Tsjernobyl en Fukushima.

HIBAKUSHA

Veel van wat we weten over het werkelijke gevaar van ioniserende straling is gebaseerd op het gemeenschappelijke Japans-Amerikaanse onderzoeksprogramma Life Span Study (LSS), een longitudinale studie van overlevenden van de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki, die nu al 70 jaar bezig is. Binnen de tien kilometer rond de explosies waren er 86.600 overlevenden – in Japan noemt men ze hibakusha – die allemaal opgevolgd en vergeleken werden met 20.000 niet-blootgestelde Japanners. Slechts 563 atoombomoverlevenden stierven voortijdig aan kanker, veroorzaakt door de straling. Dat is een verhoogde mortaliteitsgraad van minder dan 1%.

Slechts 563 atoombom-overlevenden stierven voortijdig aan kanker. Dat is een verhoogde mortaliteitsgraad van minder dan 1%

Duizenden hibakusha werden blootgesteld aan extreem hoge dosissen, en veel onder hen aan gematigde of lagere dosissen – hoewel die nog altijd veel groter waren dan die waarmee de slachtoffers van de ongelukken in Tsjernobyl en Fukushima in contact kwamen.

 
Wat deze gematigde of lagere dosissen betreft, vond het LSS-onderzoek dat de straling geen stijging van stralingsgerelateerde ziektes heeft veroorzaakt ten opzichte van niet-blootgestelde populaties. Met andere woorden, we kunnen er niet zeker van zijn of deze dosissen überhaupt schadelijk zijn, en als ze het zijn, is het in ieder geval niet al te erg.

   
Bovendien, ongeacht de dosering, heeft het LSS-onderzoek geen bewijs gevonden dat nucleaire straling multigenerationele genetische schade berokkend heeft. Er werd niets gevonden bij de kinderen van de hibakusha.

Het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) schat op basis van deze bevindingen het totaal aantal kankerdoden als gevolg van de kernramp in Tsjernobyl op om en bij de 4000. Slechts één procent van de 600.000 Tsjernobylslachtoffers werd blootgesteld aan voldoende hoge dosissen om zorgwekkend te zijn. Die 4000 is dus slechts twee derde van dat ene procent.
   

LESSEN UIT TSJERNOBYL EN FUKUSHIMA

Wat Fukushima betreft, waar er veel minder radioactief materiaal vrijkwam dan in Tsjernobyl, voorspelt het Wetenschappelijk Comité van de Verenigde Naties inzake de gevolgen van atoomstraling (UNSCEAR) dat er ‘geen onderscheidbaar verhoogd voorkomen van stralingsgerelateerde gezondheidseffecten te verwachten zijn bij de blootgestelde personen of hun nakomelingen.’

   
Die twee grote nucleaire ongelukken hebben aangetoond dat de angst voor straling meer schade berokkent aan de volksgezondheid dan de straling zelf. Bezorgd om de straling, negeerde men (of men was zich niet bewust van) de lessen van het LSS-onderzoek en werden er 154.000 mensen rondom de Daiichi kerncentrale in Fukushima inderhaast geëvacueerd. In het verslag van The Japan Times lezen we dat de evacuatie dermate overhaast gebeurde dat die het leven kostte aan 1.656 mensen, van wie 90% 65 jaar of ouder was. De aardbeving en tsunami samen maakte in die regio slechts 1.607 dodelijke slachtoffers.

   
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vond een stijging van de mortaliteit bij ouderen die in tijdelijke behuizing ondergebracht werden. De ontheemde bevolking, waarvan de familiale en sociale banden werden doorgescheurd en die op onbekende plaatsen en in tijdelijke huizen moesten wonen, leden - vergeleken met de rest van de Japanse bevolking - meer aan obesitas, hartaandoeningen, diabetes, alcoholisme, depressie, angstaanvallen en posttraumatische stressstoornis. Ook zijn er meer gevallen van hyperactiviteit en obesitas bij kinderen uit de Fukushima-regio, aangezien ze niet buiten mogen sporten.

   
Hoewel er in Tsjernobyl veel meer radioactief materiaal vrijkwam dan in Fukushima, veroorzaakte angst ook daar de meeste gezondheidsschade. In 2006 rapporteerde het UNSCEAR: ‘De impact van Tsjernobyl op de mentale gezondheid is het grootste gezondheidsprobleem dat tot op heden door het ongeluk werd veroorzaakt. Het aantal gevallen van depressie verdubbelde. Posttraumatische stressstoornis was wijdverspreid en angst, alcoholisme en suïcidale gedachten stegen dramatisch. Mensen uit de aangetaste zones schatten hun gezondheid en welzijn negatief in, en zijn overtuigd van een kortere levensverwachting. De levensverwachting van de geëvacueerden daalde van 65 naar 58 jaar. Ongerustheid over de gezondheidseffecten van stralingsblootstelling vermindert niet, en lijkt zich zelfs nog verder te verspreiden.’

 

Hoewel er in Tsjernobyl veel meer radioactief materiaal vrijkwam dan in Fukushima, veroorzaakte angst ook daar de meeste gezondheidsschade

De natuurlijke omgeving rond de rampsites in Tsjernobyl en Fukushima bewijst bovendien dat ioniserende straling biologisch gezien minder schadelijk is dan wordt aangenomen. Door mensen verlaten, zien we dat de plaatselijke ecosystemen opbloeien in vergelijking met de situatie voor de ongelukken. Stralingsdeskundigen (een discipline die tot wasdom kwam in de nasleep van Tsjernobyl) bevestigen dat de straling nagenoeg geen impact op fauna en flora heeft gehad.
 

DE GEVOLGEN VAN RADIOFOBIE

De gevolgen van onze radiofobie reiken echter veel verder dan de onmiddellijke omgeving van de ongevallen. Hoewel de door Fukushima vrijgekomen straling geen stijging van stralingsgerelateerde ziektes heeft veroorzaakt, heeft de angst voor straling ertoe geleid dat zowel Japan als Duitsland hun kerncentrales hebben gesloten. Beide landen zagen een toename in het gebruik van aardgas en steenkool, waardoor ook de plaatselijke vervuiling en de uitstoot van broeikasgassen stegen.

   
Geen van beide landen zal de vooropgestelde reductiedoelstellingen halen tegen 2020. Doorheen Europa heeft stralingsangst ertoe geleid dat landen als Duitsland, Spanje, Italië, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland (en ook België, nvdr) een beleid voeren waarbij zonne-, wind- en waterkrachtenergie worden gesubsidieerd ten koste van nucleaire energie als een manier om de CO2-uitstoot in te krimpen, ondanks de waarschuwingen van de meeste energie- en klimaatsveranderingsexperten dat de huidige hernieuwbare energiebronnen door hun periodieke aard (d.w.z. dat ze niet in staat zijn om constant energie te leveren, nvdr) ontoereikend zijn om onze problemen op te lossen. In de Verenigde Staten zijn er 29 staten die wind- en zonne-energie subsidiëren. Nucleaire energie wordt slechts in drie staten ondersteund, hoewel die in staat is om veel meer zuivere energie te leveren en dat met een veel grotere betrouwbaarheid.

   
Stralingsangst heeft diepe wortels. Het gaat terug op atoomwapens, en onze bezorgheden uit de Koude Oorlog. Modern milieuactivisme is gebaseerd op de angst voor radioactieve fallout van atmosferische kernproeven. Een hele generatie groeide op met films, literatuur en andere kunst die nucleaire straling afschilderde als de ultieme boeman van de moderne technologie. Er is psychologisch onderzoek dat uitwijst dat we ons veel excessiever zorgen maken over risico’s die we niet met onze eigen zintuigen kunnen waarnemen, die geassocieerd worden met catastrofale schade of kanker, die een menselijke in plaats van een natuurlijke oorzaak hebben en risico’s die angstaanjagende herinneringen tot leven brengen, zoals de herinneringen aan Tsjernobyl. Onze angst voor straling zit diep, maar we zouden beter schrik hebben van die angst zélf.

 

Onze angst voor straling zit diep, maar we zouden beter schrik hebben van die angst zélf

David Ropeik
© Aeon digital magazine
www.aeon.co

   
Over de auteur:
David Ropeik is milieu-instructeur aan de Harvard Extension School, auteur, consultant en spreker. Hij is gespecialiseerd in risicoperceptie, risicocommunicatie en -management. Zijn meest recente boek is 'How Risky Is it, Really? Why Our Fears Don't Always Match the Facts' (2010).
   
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.
Aeon counter – do not remove