JANUARI 2018

ULRICH LIBBRECHT


Ulrich Libbrecht (1928-2017) naast de Chinese wiskundige Lay Yong Lam in 1987. ©Enid Grattan-Guinness. Bron: de archieven van het Mathematisches Forschungsinstitut Oberwolfbach.

   

BRICOLEREND FILOSOOF

Toen sinoloog, wiskundige en filosoof Ulrich Libbrecht in 2008 op tachtigjarige leeftijd in 'Met dank aan het leven' terugblikte op zijn leven en werk, was de algemene verwachting dat hij definitief zou genieten van een welverdiend pensioen. Daarna verschenen op drie jaar tijd maar liefst vier publicaties waarbij hij betrokken was. Op 5 mei 2017 overleed de Belgische filosoof op 88-jarige leeftijd. Hoog tijd – of net te laat? – om de lezers van De Geus met deze inspirerende maar ook soms rommelige denker – met de nodige zelfrelativering omschreef hij zich als een ‘bricolerend filosoof’ – te laten kennismaken.
 

ENERGIE X INFORMATIE

Energie vormt het fundament van Libbrechts wereldbeeld. De werkelijkheid is een voortdurend proces van verandering. Die verandering vereist energie, maar wat energie nu precies is, blijft raadselachtig. Energie wordt vaak aangeduid als 'het vermogen om arbeid te leveren', maar dat roept voor Libbrecht dan weer de vraag op wat een vermogen is. Net zoals we een zwaartekrachtveld niet kunnen waarnemen maar het moeten afleiden uit zijn werking, moeten we energie afleiden uit zijn materiële vormen. In de fysica is er de 'wet van behoud van energie'. Energie kan niet ontstaan of vergaan, maar kan enkel een andere vorm aannemen. Warmte kan bijvoorbeeld omgezet worden in beweging. Energie is eeuwig, terwijl de waarneembare wereld vergankelijk is. Energie moet dus ook bestaan hebben 'voor' de big bang. De oerknal was dus geen schepping van energie, maar de omzetting van energie in informatie die we kunnen aflezen in de kosmos zelf. Het woord 'informatie' is afgeleid van in-forma of in vorm. Het is pas als iets een vorm heeft, dat we het kunnen waarnemen en het dus informatie bevat. Deze informatieve orde kunnen we beschrijven in natuurwetten, maar de energetische achtergrond blijft voor Libbrecht het mysterium mundi.

De werkelijkheid is een voortdurend proces van verandering

Libbrecht maakt een onderscheid tussen gebonden en vrije energie. In de begintoestand van het universum was de hitte zo enorm dat enkel partikels met een zeer sterke binding, zoals quarks en elektronen, konden bestaan. Door het uitdijen van het universum nam de temperatuur af en konden ook deeltjes met een zwakkere binding zich handhaven, zoals atomen, moleculen, koolstofverbindingen, cellen en neuronen (in de hersenen). Dit noemt Libbrecht het proces van energiebevrijding. Gebonden energie is energie die gebonden is aan vaste gedragspatronen, vrije energie kenmerkt zich door hogere niveaus van mobiliteit, aanpassingsvermogen en innerlijke transformatie. Hij verbindt (m.i. ten onrechte) vrije energie met het bestaan van een vrije wil. De energie in dode materie is volledig gebonden en dus voorspelbaar. Met het leven verschijnt vrije energie, misschien is leven niets anders dan vrije energie. Bij planten is die miniem: planten kunnen zich enkel richten naar de zon en kunnen zich alleen als soort heel langzaam verplaatsen. Bij dieren is die vrije energie al iets groter: ze kunnen zich binnen hun milieu verplaatsen, hebben een zekere keuzevrijheid op gebied van seksuele partners, voedsel..., al blijven hun handelingen grotendeels stereotiep (vogels bouwen bijvoorbeeld steeds het zelfde soort nest). Vrijheid ontluikt volgens Libbrecht pas ten volle bij de mens, zoals we kunnen aflezen uit diens cultuurscheppingen. De mens is een heel mobiel wezen (met behulp van zelf ontworpen technologie), grijpt sterk in op zijn milieu en past zich aan vrijwel elke omgeving aan.

Vrijheid ontluikt volgens Libbrecht pas ten volle bij de mens


DE DRIEDIMENSIONELE MENS

Het menselijk bestaan omvat volgens Libbrecht drie dimensies. Om te beginnen is de mens een biologisch wezen. Een groot deel van de menselijke energie is gebonden (de energie nodig voor de automatische lichaamsfuncties zoals de bloedsomloop) en dus immanent ('erin verblijven': gevangen in de natuur). Het menselijk subject is hier een onderdeel van zijn omgeving. Kennis op dit niveau is fylogenetisch: dit is aangeboren kennis, overgeërfd van onze evolutionaire voorouders. Bij onze geboorte moeten we bijvoorbeeld niet meer leren ademhalen. Deze dimensie omschrijft Libbrecht als de naturaliteit van de mens. De biologische evolutie heeft ook het menselijk bewustzijn voortgebracht. Bewustzijn heeft een rationele functie (het ontdekken van ordepatronen en het verwerven van inzicht in de werkelijkheid) en een emotionele functie (het ervaren en beleven van de werkelijkheid). Rationaliteit en emotionaliteit vormen de twee andere dimensies van ons bestaan. Ze stellen de mens in staat om met behulp van zijn vrije energie de immanentie van zijn naturaliteit te overstijgen (transcendentie).

   
Met behulp van de rationaliteit probeert het subject zich tegenover zijn omgeving te plaatsen om er zo objectieve kennis over te verwerven. In de westerse filosofie werd het rationele denken lang boven de waarneming geplaatst. Volgens Plato moest men niet aan sterrenkunde doen door de sterren te bestuderen, maar door logisch denken en meetkunde. Ware kennis kunnen we echter niet zelf uitvinden, maar moeten we uit de natuur afleiden. De samenstelling van een atoom kan je niet vinden door louter te denken, wel door de natuur te ondervragen, door middel van waarneming en experiment. Experimentele wetenschap vormt de brug van onze rationaliteit naar onze naturaliteit.

 

Ware kennis kunnen we niet zelf uitvinden, maar moeten we uit de natuur afleiden

Een andere manier om met de werkelijkheid om te gaan, aldus Libbrecht, is haar emotioneel te beleven. Onze emoties zijn uit overlevingsdrang in de eerste plaats op onszelf gericht. Ze worden gekenmerkt door lust- en onlustgevoelens. Toch is de mens geen egoïstisch wezen wiens emotionaliteit enkel in dienst staat van zichzelf. Altruïsme maakt evenzeer deel uit van onze natuur. Onze emotionaliteit kan dus onze egogerichtheid overstijgen. Transcendente emotionaliteit is gericht op de anderen (onze medemensen), het andere (de natuur die ons omringt) en zelfs das ganz Andere (het diepste mysterie van het universum). In het laatste geval komen we terecht bij de mystiek. De mysticus streeft naar een eenwording met het omvattende mysterie. Het criterium van de mystiek is echter niet de waarheid (dat is het domein van de wetenschap), maar authenticiteit. Hoe egogerichter de mystieke ervaring is, hoe minder authentiek. Het doel van de mystiek ligt in de ervaring van het Mysterie (Libbrecht schrijft dit graag met een hoofdletter), niet in het ontwikkelen van (rationele) kennis erover. Wetenschap en mystiek zijn volgens hem dus complementair.

 

Altruïsme maakt evenzeer deel uit van onze natuur

In het dagelijks leven zijn deze drie dimensies met elkaar verweven. Om ze te scheiden, moeten we een 'artificiële' situatie creëren. Dit kan bijvoorbeeld door ons terug te trekken in de natuur (naturaliteit), in het laboratorium (wetenschap) of in de innerlijke stilte, door meditatie (mysticiteit). Extremen moeten echter vermeden worden. Extreem rationalisme leidt tot onderdrukking van de emoties, met alle psychologische gevolgen van dien. Extreem mysticisme leidt tot onderdrukking van de rationele vermogens en dus tot irrationalisme. De rationele en emotionele (mystieke) dimensie moeten in evenwicht blijven en geaard worden in de immanente dimensie (onze wortels in de natuur). We moeten ons leven dus binnen die drie dimensies uitbouwen. Libbrecht plaatst die dimensies in een driehoek op een energie x-informatie-assenstelsel. Dat levert de volgende figuur op:
   

   

MODEL VOOR COMPARATIEVE FILOSOFIE

Het ergert Libbrecht dat heel wat westerse universiteiten maar één filosofische traditie ernstig nemen, namelijk de onze. Maar nu de westerse mondiale dominantie afbrokkelt, wordt het misschien wel tijd om onze blik te verruimen. Ook de zogenaamde onvergelijkbaarheid van culturen en filosofieën verwerpt hij. Zelf ontwikkelde Libbrecht een model dat hem toelaat de filosofische systemen uit de verschillende culturen te vergelijken. Daarvoor gebruikt hij de drie dimensies naturaliteit, rationaliteit en mystieke beleving. De westerse, Indiase en Chinese filosofische tradities hebben respectievelijk een sterk rationalistische, mystieke en natuurgerichte inslag (zie figuur hieronder).
 

Het ergert Libbrecht dat westerse universiteiten maar één filosofische traditie ernstig nemen, namelijk de onze



 
De ruimte ontbreekt me hier om dieper in te gaan op dit vergelijkende model. Omwille van hun grote invloed op Libbrechts wereldbeeld besteed ik wel kort aandacht aan het taoïsme en het boeddhisme.

De ethiek in het traditionele China was confucianistisch, maar de filosofie, kosmologie en spiritualiteit waren taoïstisch. Het taoïsme is erg natuurgericht en dus in de eerste plaats een immanente filosofie. De vraag naar de oorsprong van de kosmos wordt niet als prangend beschouwd: die wordt omschreven als een 'vanzelf zo' (tzu-jen). De natuur is in de eerste plaats een 'wordingsgebeuren'. Alles in de natuur verandert volgens bepaalde cyclische patronen (denk aan de seizoenen) en volgt dus 'een weg' (de letterlijke betekenis van het begrip tao). Als enig wezen met vrije energie kan de mens tegen deze tao-patronen ingaan, maar de taoïst probeert er zoveel mogelijk in harmonie mee te handelen (wat dan paradoxaal wordt omschreven als niet-handelen of wu-wei).

   
De Indiase filosofie is heel rijk, maar Libbrecht spitst zich vooral toe op wat hij het hoogtepunt acht: het boeddhisme. Het gaat hem daarbij om de boeddhistische filosofie en niet om de (volks)religie, die hem totaal niet aanspreekt. De historische Boeddha beschouwde filosofische theorieën als bijkomstig, maar latere boeddhistische scholen poogden toch om een coherente en gesystematiseerde filosofie te ontwerpen. Het filosofische basisinzicht dat al die scholen delen zit vervat in de doctrine van het 'onderling afhankelijke bestaan' (Sanskriet: pratitya-samutpada). Geen enkel verschijnsel kan op zichzelf bestaan. Elk verschijnsel maakt deel uit van een grote, veranderlijke stroom waarin het geconditioneerd wordt door andere verschijnselen. Dit betekent ook dat alles vergankelijk en zonder een vaste identiteit is. Die toestand wordt ook omschreven met de term leegte (sunyata). Volgens de belangrijke filosoof Nagurjena kunnen we de verschijnselen dan ook niet beschrijven in vaste concepten als ‘bestaan’ en ‘niet-bestaan’. De ultieme werkelijkheid kunnen we niet conceptueel vatten, maar enkel ervaren. Maar juist omdat we – onbewust – aan alle verschijnselen een eeuwig bestaan en vaste identiteit toekennen, worden we gefrustreerd in onze verwachtingen. Op die manier geraken we verstrikt in een kringloop van lijden (samsara). Verlossing of Verlichting ontstaat wanneer we dit niet alleen intellectueel begrijpen, maar deze werkelijkheid met ons hele wezen ervaren zoals ze is.

 

De ultieme werkelijkheid kunnen we niet conceptueel vatten, maar enkel ervaren

Het boeddhisme raakte uiteindelijk verstrikt in de Indiase neiging tot ingewikkelde en speculatieve metafysica. Het inzicht verschoof van de illusoire ervaring van de verschijnselen als op zichzelf staande entiteiten naar de opvatting dat de natuurlijke wereld zelf een illusie is. Leegte werd een metafysische categorie, de absolute Werkelijkheid die zich achter de illusoire wereld van de verschijnselen bevond. In het zenboeddhisme werd het boeddhisme terug 'geaard' in de natuurlijke werkelijkheid door een geslaagde fusie met het taoïsme. Als concrete manifestatie van de Leegte werd de natuurlijke werkelijkheid terug positief gewaardeerd.
   

RELIGIEUS ATHEÏSME

Levensbeschouwelijk laat Libbrecht zich niet graag in een hokje stoppen. Hij schreef ooit dat hij geen humanist, christen of boeddhist is, maar alle drie tegelijk. Hij vergat daarbij te vermelden dat hij tevens een taoïst en een pantheïst is. Naast de sympathie voor ketterse christelijke mystici berust de affiniteit van Libbrecht met het christendom vooral op het feit dat hij binnen deze traditie is opgegroeid. Maar nog meer voelt hij zich een kind van het humanisme en de Verlichting. Met het volwassen worden verdampte zijn geloof, ook de modernistische theologen konden hem niet meer overtuigen. Hij raakte daarentegen gefascineerd door de wetenschap en ontdekte het Deus sive Natura (God = Natuur) van Spinoza. Het pantheïsme leek hem de meest rationele religie. Dit ging gepaard met een engagement in de milieubeweging en een intense natuurbeleving. Maar hij begon zijn pantheïsme als 'te grof materialistisch' te ervaren. Van het boeddhisme leerde hij dat de werkelijkheid een energieveld is waarin de materiële vormen in onderlinge afhankelijkheid verschijnen en verdwijnen als golven in een oceaan. Of in de taal van zijn filosofisch model: de informatieve wereld is een afgeleide realiteit van de Energie (ook dat schrijft hij graag met een hoofdletter) die de diepste werkelijkheid vormt. Maar ondertussen had hij het taoïsme leren kennen, dat doordrongen is van de heiligheid van de kosmos. Zen als synthese van boeddhisme en taoïsme hielp hem uiteindelijk om zijn pantheïsme te verfijnen.

 

Libbrecht voelt zich een kind van het humanisme en de Verlichting


Het etiket atheïsme heeft Libbrecht steeds vermeden wegens volgens hem te negatief: een atheïst zegt immers alleen dat hij geen theïst is. Maar in Adieu à Dieu lijkt hij de term dan toch te omarmen. Hij maakt een onderscheid tussen positivistisch en religieus atheïsme. Het positivistische atheïsme is vooral gericht op het ontkennen van het bestaan van (de christelijke) God op basis van filosofische en wetenschappelijke argumenten. Richard Dawkins is hier een uitgesproken voorbeeld van. Rationeel heeft Libbrecht weinig bezwaren tegen de visie van Dawkins, maar gevoelsmatig herkent hij er zich moeilijk in, vooral omdat het positivisme zo weinig ruimte laat voor het fundamentele mysterie van de kosmos. De emotionele (mystieke) beleving van dit mysterie vormt de basis van zijn religieus atheïsme. Doorheen de geschiedenis hebben mensen dit mysterie 'ver-beeld' als God. Het religieuze atheïsme van Libbrecht is boeddhistisch geïnspireerd en gebaseerd op een reductie van het traditionele godsbeeld tot een (conceptuele) leegte. In India bezat de schepper-god Ishvara zowat alle kenmerken van de monotheïstische god uit de westerse traditie, inclusief diens verlossende functie uit het menselijk lijden. Ishvara werd in de Vedische filosofie eerst 'ont-beeld' tot een onpersoonlijke godheid of oerbewustzijn (het Brahman) en vervolgens tot de leegte van het boeddhisme. Overigens zitten ook christelijke mystici als Meister Eckhart, die God als een Niets beschrijven, volgens Libbrecht op het spoor van het religieus atheïsme. Het Niets of de leegte verwijst dus niet naar de afwezigheid van bestaan (letterlijk niets), maar naar een ervaring die niet te vatten is door concepten en rationeel denken. Het is een woordloze ervaring. Om het in termen van Libbrechts filosofisch model te verwoorden is het leeg aan informatie maar vol van energie. Leegte kan niet worden gekend, maar wel worden ervaren door meditatief leven. Het doel van meditatie is het Mysterie of de Energie zuiver te beleven in onszelf. Omdat Energie gekoppeld is aan informatie wordt deze verstoord door de beelden (gedachten) die ons bewustzijn beheersen. Beoefenaars van meditatie proberen zich los te maken van deze informatie- of gedachtestroom. Als pantheïst noemt Libbrecht dit Mysterie God, maar dat heeft uiteindelijk nog weinig te maken met het traditionele persoonlijke godsbeeld (Dawkins omschrijft pantheïsme dan ook nogal grappig als gepimpt atheïsme).

 

Hij maakt een onderscheid tussen positivistisch en religieus atheïsme

Pascal Versavel
   

RECENTE PUBLICATIES

Tot slot zet ik de recentste publicaties van Libbrecht op een rijtje. Ik rangschik ze van heel toegankelijk tot zwaar academisch.

De bricoleur & de dummies.
Een boek voor jonge denkers en dromers (Garant, 2015). Libbrecht schreef dit boekje voor middelbare scholieren. Het is de meest toegankelijke inleiding tot zijn denken. Hij zet de bouwstenen van zijn model uiteen, maar het comparatieve model wordt niet besproken.

De weg is wijzer dan de wegwijzer (Garant, 2015). Dit is een samenstelling van een reeks interviews. Het comparatieve model wordt in spreektaal uiteengezet.

Filosofie zonder grenzen (Garant, 2016). De basis van dit werk is een cursus niet-westerse filosofie aan de Universiteit Gent. De stijl is dan ook academisch.

Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme (Garant, 2014). In dit boek beschrijft Libbrecht zijn levensbeschouwelijke evolutie. Voorkennis van zijn denken is zeker geen overbodige luxe, maar bij deze beschikt u daarover.
   
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.