JANUARI 2018

WIE ZAL DAT BETALEN?


©Lander Loeckz. UZ Brussel

   

MARC NOPPEN OVER DE FINANCIERING VAN ONS ZORGMODEL

Marc Noppen, de longarts die sinds 2006 het UZ Brussel in goede banen leidt, geldt in kringen die met gezondheidszorg bezig zijn als een visionair. Dat bleek ook uit zijn opgemerkte interview met De Tijd (22/07/2017). Hij stelde er onomwonden dat de manier waarop onze ziekenhuizen nu werken, financieel niet meer houdbaar is. Hij hekelt het gebrek aan visie, en dat men te weinig bezig is met het uitwerken van zowel alternatieve financieringsmodellen als alternatieve zorgconcepten. En het ziet er niet goed uit: verwacht wordt dat de budgetten voor gezondheidszorg geenszins zullen stijgen, maar de zorgvraag wél. Hoe ontsnappen we aan die nakende crisis?

 
Onze Belgische gezondheidszorg staat bekend om zijn toegankelijkheid en zijn korte wachttijden. Is ons zorgmodel houdbaar nu de financiering onder druk komt te staan? Wat staat ons te wachten? Privatisering? Lagere kwaliteit? Langere wachttijden?
 
België heeft na de Tweede Wereldoorlog gekozen voor een maximaal toegankelijke, op service gerichte gezondheidszorg. Dat heeft veel voordelen: grote toegankelijkheid, quasi geen wachttijden, vrije keuze van de patiënt ... en het levert dus ook een zeer grote patiënttevredenheid op. Dat is goed, maar vormt tegelijk ook een enorme rem op verandering vanuit de politiek. Patiënten zijn immers ook kiezers. Een ander nadeel van ons systeem is dat de focus ligt op zorgproductie, met een financiële incentivering voor volume en service (fee for service), eerder dan op kwaliteit en outcome. Bovendien is er een grote redundantie, wat zorgt voor een enorme budgettaire druk.

 

Zeer grote patiënttevredenheid is goed, maar vormt tegelijk ook een enorme rem op verandering

Ik verwacht niet noodzakelijk privatisering (als u daarmee de intrede van bijvoorbeeld ‘for profit ziekenhuizen’ bedoelt), maar wel een noodzakelijke rationalisering, herstructurering en omschakeling van de financiële hefbomen en risicodragers binnen de gezondheidszorg. En dan heb ik het nog niet over de misschien nog dringender aanpak van de geestelijke gezondheidszorg ...
   

ALTERNATIEVE FINANCIERING

Wat doen andere landen? Welke visies ziet u bij de ons omringende landen?
   
In veel landen is men sneller dan bij ons aan het overschakelen naar een meer gestuurde (‘gemanagede’) gezondheidszorg met andere financieringsmechanismen zoals capitation (waarbij een arts of een groep artsen een vast bedrag betaald krijgt per patiënt over een bepaalde periode, ongeacht het aantal keer dat die patiënt zorg of interventies vraagt, nvdr), bundled payments (een systeem dat het midden houdt tussen een betaling per behandeling zoals nu en het capitation-systeem, nvdr) of P4Q (Pay for Quality, waarbij de vergoeding van de zorgverlener niet alleen gekoppeld wordt aan de hoeveelheid geleverde zorg, maar ook aan de kwaliteit van die zorg, nvdr). Dat zijn systemen waarin de focus meer op de beloning van kwaliteit en (populatie)outcome ligt, de zogenaamde value based healthcare. Een heilige koe die dan wel gedeeltelijk moet sneuvelen is de totale keuzevrijheid van de patiënt, die dus lastig zal zijn, en de ongebreidelde fee for service-financiering van de artsen. Die zullen dus ook lastig zijn.

 

Een heilige koe die gedeeltelijk moet sneuvelen is de totale keuzevrijheid van de patiënt

Als we de zorg niet meer financieren per prestatie, lopen we dan niet het gevaar dat patiënten die heel veel zorg nodig hebben, in de kou zullen blijven staan?
Net omgekeerd: net voor deze patiënten zal de factuur betaalbaar blijven.

   
Veel mensen zijn overtuigd dat onze gezondheidszorg wereldtop is. Is dat nog steeds zo, of verwarren patiënten snelheid en kwaliteit? Kunnen we blijven besparen?
We zijn top in service levels (toegankelijkheid, keuzevrijheid, wachttijden). Wat kwaliteit betreft zijn we globaal genomen goede middelmaat, hoewel met een (te) grote variabiliteit en intransparantie in nichekwaliteit. Zo hebben we enkele wereldtopcentra in bepaalde niches, naast zeer middelmatige diensten. Bovendien is onze gezondheidszorg vrij duur. We behoren tot het koppeloton in de OESO-landen, zowel maatschappelijk als out-of-pocket. Daar staat tegenover dat we een zéér grote tevredenheid hebben bij patiënten en onze bevolking in het algemeen. Dus al bij al, ik zou mij hier wel degelijk gerust willen laten verzorgen! Al zou ik me wel goed informeren op voorhand.
   

ALTERNATIEVE ZORGCONCEPTEN

Maggie De Block stelt een hervorming voor van ons ziekenhuislandschap. Kan u haar volgen? Wat zou u anders aanpakken?
Ik kan haar zeker volgen. Maar, terugkijkend op de voorbije drie jaren, denk ik dat de geleidelijke, stap-voor-stap-aanpak in ons overlegmodel misschien té traag gaat. Bovendien is ziekenhuisnetwerking maar één van de vele stappen die nodig zijn.

 
Waar moet volgens u de focus komen te liggen? Minder ziekenhuizen, minder bedden? Wat dan met al onze patiënten?
België telt meer ziekenhuisbedden, meer opnames en een langere verblijfsduur dan het Europese gemiddelde. In de geestelijke gezondheidszorg zijn we zelfs wereldkampioen. 30% van onze patiënten die nu in de acute ziekenhuisbedden liggen horen daar eigenlijk niet thuis.

 

30% van onze patiënten die nu in de acute ziekenhuisbedden liggen horen daar eigenlijk niet thuis


Het probleem is dat er te weinig alternatieve, en dus ook veel goedkopere, zorgconcepten zijn zoals bijvoorbeeld ‘anderhalve lijnszorg’. Dat is erop gericht om veel zorg door te schuiven van de ziekenhuizen (de tweede lijn) naar de huisarts en andere zorgers uit de eerste lijn (kinesitherapeuten, thuisverplegers, maatschappelijk werkers, psychologisch consulenten ...). Een ander alternatief dat de duur van ziekenhuisopnames drastisch kan beperken, zijn zorghotels. Daar kan men terecht als de operatie en belangrijkste medische zorg achter de rug is, maar een patiënt nog niet naar huis kan omdat de thuissituatie niet is aangepast, bijvoorbeeld veel trappen en drempels bij iemand die revalideert van een knieoperatie. Telegeneeskunde, letterlijk zorg op afstand dankzij de nieuwe communicatiemiddelen, kan ook een belangrijke rol spelen.

 
Bovendien is er te weinig stratificatie tussen de diverse zorgconcepten en -instellingen. Die instellingen, op hun beurt, kennen tenslotte een enorm versnipperde voogdij en financiering (gemeenschappen, federaal, ...).

   
Welke rol ziet u weggelegd voor de 1ste lijn – de huisartsen? Wat is hun plaats in dat netwerkverhaal?
Rekening houdende met de maatschappelijke en medische uitdagingen die ons wachten, en met de enorme evolutie in informatie-technologie, mobile- en telehealth, en met de veranderingen in de opleiding, ben ik ervan overtuigd dat een horizontale geïntegreerde gezondheidszorg – uitgaande van de noden van de patiënt – het te bereiken ideaal is. In dit concept bestaat er niet zoiets als een ‘eerste’, ‘tweede’ of ‘derde’ lijn – zoals vandaag gedefinieerd als verticale silo – maar alleen een groep zorgverstrekkers die slechts verschilt in nabijheid, toegankelijkheid en opdracht. Met maar één doelstelling: het behouden van een zo gezond mogelijke bevolking (met veel meer nadruk op preventie). Als het dan toch fout gaat, is het de bedoeling om te komen tot een zo efficiënt en effectief mogelijke behandeling, in omgevingen van toenemende complexiteit en centralisatie. Ik hoop dat ik nu niet zal gelyncht worden door enkele boze confraters.

 

Ik hoop dat ik nu niet zal gelyncht worden door enkele boze confraters


Wat kan u concluderen? Ziet u een heldere hemel boven ons zorglandschap?
Blijf zo lang mogelijk gezond! En wat het zorglandschap betreft: ik ben een voluntarist en een optimist. Ik merk toch dat veel van wat ik hierboven beschrijf, stilaan ingang begint te vinden. Vooral bij de jongeren die nu in de medische schoolbanken zitten ... en het zijn zij die het zullen moeten doen!

 

Ik ben een voluntarist en een optimist


Wouter Vandamme
   
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.