MAART 2017

DARYA SAFAI

‘Mensen zeggen dan dat men in België vrij is om te dragen wat men wil. Maar denk je nu echt dat moslimvrouwen een hoofddoek dragen uit vrijheid? Ik zie meisjes in Borgerhout van 6 jaar die volledig bedekt zijn. Ik vraag mij af hoe vaak een moslimmeisje thuis en in de gemeenschap hoort hoe een gerespecteerde vrouw zich moet gedragen. Kun je dat dan nog een vrije keuze noemen?’ ©Gerbrich Reynaert

   

Cultuur-relativisme mag niet gebruikt worden om de ogen te sluiten

Als je bij Google-afbeeldingen de zoektermen ‘women Iran seventies’ ingeeft dan zou je wel eens voor een verrassing kunnen komen te staan. Ongesluierde universiteitsstudentes, minirokjes op straat, bikini’s op het strand en diepe decolletés op magazinecovers. In die wereld werd Darya Safai geboren. Vier jaar later, na de Islamitische revolutie van 1979 kwam Ayatollah Khomeini aan de macht en stond het leven van Darya Safai en alle andere Iraanse vrouwen volledig op zijn kop. Nu, 38 jaar later, is ze tandarts in Borgerhout en vecht ze dagelijks voor de rechten van moslimvrouwen.

 
Kun je je nog herinneren hoe het leven was vóór de revolutie? 
Ik was vier jaar toen de Islamitische revolutie in Iran plaatsvond. Lang heb ik dus niet van mijn vrijheid kunnen genieten. Het eerste wat duidelijk veranderde was het leven van een vrouw. Vóór de revolutie konden vrouwen heel normaal deelnemen aan de maatschappij en hadden ze heel wat individuele en sociale vrijheden. Ze hadden veel jobkansen, konden goeie posten betrekken en konden zelfs minister worden. Qua gelijke rechten tussen man en vrouw was Iran echt op de goeie weg. En ineens was de revolutie er en werden alle wetten afgestemd op de Sharia, ook die met betrekking tot de vrouw. Ik weet nog goed, een van de eerste keren dat ik in contact kwam met discriminatie. Ik was zes jaar en moest voor het eerst naar school. Alle meisjes moesten een uniform dragen, zo een donkerblauwe lange mantel met een broek eronder en een hoofddoek die vooraan helemaal dicht was. Ik keek naar mijn buurjongetje met wie ik altijd speelde en hij had net hetzelfde aan als de dag voordien. Plots merkte ik hoe veel mijn leven veranderd was ten opzichte van het zijne. Het was iets dat ik niet bij naam kon noemen maar het voelde zo onaangenaam. En zo begonnen wij op te groeien in een apartheidssysteem. 

 
Hoe werd je behandeld op school?
Er werd ons altijd maar meer en meer opgelegd hoe wij ons als keurig meisje moesten gedragen, terwijl ik dat van thuis niet kende. Toen ik negen was moest ik eens luidop lachen met mijn vriendinnen op de speelplaats. De directrice tikte mij op de vingers en vermaande me dat een goed meisje niet hardop lacht. Ook leerden we dat als we een lok haar aan een man lieten zien, we in de hel aan diezelfde lok opgehangen zouden worden en eeuwig zouden branden. Als je dat als kind van negen jaar hoort dan word je natuurlijk bang. Ik vreesde niet alleen voor mijzelf maar ook voor mijn moeder. Thuis droeg zij nooit een hoofddoek en soms kwamen ook eens mannelijke vrienden op bezoek. Dat zijn momenten die door je hoofd blijven spoken en je beginnen te definiëren als persoon. Je had de keuze, ofwel koos je ervoor om een goed meisje te zijn, ofwel was je slecht en werd je uitgestoten. Op die manier creëerden ze een indoctrinatiesysteem waar je nog moeilijk uit geraakte. 

   
Was er veel protest tegen dat systeem?
Kort na de revolutie kwamen veel vrouwen, maar ook mannen op straat om tegen de verplichte hijab te protesteren. Het was toen dat de agressiviteit van het regime echt duidelijk werd. Kwam je als vrouw ongesluierd buiten dan werd je opgepakt en veroordeeld. De hijab werd een stuk van de Sharia en werd gebruikt om de vrouwen te onderdrukken. Hoe ouder ik werd, hoe meer beperkingen ik voelde. Als kind van twaalf jaar mocht ik plots niet meer fietsen, dat was verboden voor meisjes. Je ziet de jongens in je buurt op straat spelen en genieten van het leven en ik als meisje mocht in het beste geval enkel toekijken. Wij meisjes konden niet meer genieten van het zand, de zon en het water van de Kaspische zee. Er werd ons elke dag meer ontnomen. 

 

Je ziet de jongens in je buurt op straat spelen en genieten van het leven en ik als meisje mocht in het beste geval enkel toekijken


Hoe was het dagelijkse leven?
Het is moeilijk om uit te leggen hoe veel angst er heerste. In de jaren na de revolutie waren lynchpartijen schering en inslag. Was een vrouw niet genoeg gesluierd dan drukte men duimspijkers tegen haar voorhoofd. Droeg een vrouw nagellak stak men haar handen in een doos vol met kakkerlakken. Lippenstift veegde men weg met een doek waar scheermesjes inzaten. Op een bepaald moment begon je overal de morele politie te zien. Dat waren zware mannen met lange baarden. Als ik hier in België de politie op straat zie, dan voel ik me veilig. In Iran was dat het tegenovergestelde, daar was je altijd bang dat je iets verkeerd deed. Zelfs als je in de auto naar muziek luisterde pakten ze je op en namen ze je auto in beslag, omdat muziek verboden was in Iran.

 
Als jong meisje van 17 jaar schoof ik mijn sluier altijd een beetje naar achter. Mijn vriendinnen en ik wilden eens iets anders en probeerden wat te spelen met de mode. Ik droeg wel zo’n mantel tot aan mijn knieën, maar ook al had ik er een broek onder aan, de mantel was te kort in hun ogen. Zo liep ik over straat en ineens stond daar de zedenpolitie met een aantal andere meisjes die reeds opgepakt werden. Ik had zo veel schrik want ik wist heel goed waar ik naartoe gebracht zou worden. Iedereen die wordt opgepakt gaat naar Vozara, een gevangenis in Teheran, en blijft daar tot de rechtbank besliste of je familie een boete moest betalen of je een lichamelijke straf kreeg. Dus stond ik daar. Terwijl de politiemannen met de andere vrouwen bezig waren zag ik een kans om te ontsnappen en begon ik weg te lopen. Een van die mannen achtervolgde mij en ik wist dat als ik nu gepakt zou worden, er mij iets veel ergers te wachten zou staan. Maar ik zag dat hij vertraagde want hij was een beetje dik en zo kon ik ontkomen. Die man achtervolgt mij nog steeds in mijn nachtmerries.

   
Wat deed jij om te ontsnappen aan dat leven?
Een van de enige rechten die je als vrouw nog had was studeren. Ik studeerde dag en nacht om het diploma tandheelkunde te behalen, ook al wist ik dat mijn jobkansen heel laag waren. Dat was voor veel meisjes zo. Twee derde van de studenten aan de universiteit van Teheran waren vrouwelijk. Sinds president Rouhani aan de macht kwam in 2013 zijn ze begonnen met quota op te leggen. Vanaf dan moest 50 procent van de studenten aan de universiteit mannelijk zijn. Het Westen denkt vaak dat Iran de goeie richting aan het opgaan is onder Rouhani, maar dat klopt helemaal niet. Veel studierichtingen zijn nu ook plots niet meer toegankelijk voor vrouwen.

   
Veel mensen wilden zich tegen de Islamitische Republiek verzetten maar niemand durfde. Toen ik studeerde hielden mijn man en ik geheime vergaderingen op ons appartement met een groep medestudenten. Op die bijeenkomsten spraken we open over de politiek en probeerden we ons het oude Perzië te herinneren. Het regime wilde alles wat met de geschiedenis te maken had uit de boeken verwijderen. Uiteindelijk had de geheime dienst ons door en hield ze ons constant in de gaten.

 

Het regime wilde alles wat met de geschiedenis van Perzië te maken had uit de boeken verwijderen

In 1999 maakte je deel uit van de studentenprotesten. Wat was er gebeurd?
Het plotse verbod van een van de weinige kranten was de laatste druppel. Studenten aan de universiteit van Teheran kwamen in opstand tegen het regime. Die manifestatie werd hardhandig aangepakt door het leger en er vielen een paar doden. Toen mijn man en ik dat hoorden zijn we naar de campus gegaan om te zien wat er aan de hand was, maar alles was afgesloten. De dag nadien zagen we foto’s in de krant, alles kapotgeslagen, bloed op de muren, een paar studenten die uit het raam geduwd werden. Drie studenten zijn overleden. De moord op andersdenkenden, dat was voor velen de laatste druppel. We beslisten samen met heel veel andere studenten om geen examens af te leggen en op straat te komen. Eerst waren dat enkel studenten van Teheran, later kwamen er studenten van andere universiteiten bij en ook niet-studenten begonnen mee te protesteren. Voor de eerste keer durfden wij op te komen voor onze mening. Dat waren de beste momenten van mijn leven. Mensen waren bang, maar liepen hand in hand over straat en geloofden in verandering. Op de vierde dag werd het protest bloedig onderdrukt.

Mijn man en ik waren naar huis aan het rijden en werden plots gebeld. Een vriend zei dat wij ergens uitgenodigd waren om te gaan eten. Dat was codetaal voor, ‘ga niet naar huis, de politie zit op jullie te wachten’. Op dat moment stapte mijn man uit de auto en verdween in de menigte, zonder iets te zeggen, zonder afscheid te nemen. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik wist niet waar hij was of hoe ik hem kon vinden.

   
Na een paar uur heb ik beslist om naar mijn ouders te gaan om te vragen wat ik moest doen. De dag nadien stond de politie aan onze deur en vroegen ze mijn vader of ik er was. Ik moest mijn kledij aandoen en meekomen. Ze hadden hem beloofd dat ik tegen de middag terug thuis zou zijn. Ik herinner me nog steeds de blik in zijn ogen, alsof hij op dat moment al afscheid van mij nam. Ik werd geblinddoekt weggevoerd en toen ik mijn ogen terug kon openen zat ik in een gang omgeven door cellen. Ik kreeg gevangeniskledij en werd naar een van die cellen gebracht.

   
Je weet dat de geheime dienst tot alles in staat is. Velen kregen zelfs de doodstraf als boodschap aan de manifestanten. Ik werd dagenlang ondervraagd. Met hoeveel zijn jullie? Wie zijn jullie? Je probeert er natuurlijk niet op te antwoorden, wat hen ontzettend boos maakt. Ze vroegen waar mijn man was. Dat was de reden waarom hij plots gewoon verdwenen was. Uiteindelijk heb ik 24 dagen vastgezeten. Ik was op borgtocht vrij, een hele grote borgtocht. Ik zou na een maand opnieuw voor de rechtbank moeten verschijnen om mijn vonnis te horen. Ik wou mijn man terugzien. Ik moest hem vertellen wat er allemaal aan de hand was.

   
Hoe heb je hem teruggevonden?
Ik kreeg een klein briefje van hem via een vriend. Daarop stond dat mijn man veilig was. Ik vroeg hem om mij in contact te brengen en kort daarop werd ik in de koffer van een auto naar een geheim appartement gevoerd. Daar zag ik hem terug. We wisten dat de tijd aangebroken was om ons vaderland en alles wat we hadden achter te laten en een toekomst tegemoet te gaan die volledig onzeker was. Ik was nog nooit buiten Iran geweest.

   
De enige manier om Iran uit te geraken is via mensensmokkelaars. Toen we uiteindelijk in Turkije waren was ik opgelucht. We vroegen ons vluchtelingenstatuut aan bij de Verenigde Naties en dan was het wachten op antwoord. Maar in daar was het ook niet veilig. De Turkse geheime dienst pakte mijn man op. Waarschijnlijk wilden ze een gevangenenruil doen met Iran. Ik heb vanalles ondernomen om hem te redden. President Banisadr, de eerste president van Iran, die nu in ballingschap leeft in Frankrijk, was een kennis van mijn man en kon me helpen om aan Belgische documenten te komen. Zo heeft België mijn man uit de gevanenis gered en ons naar hier gebracht.

   
Wij waren zo opgelucht. Het is moeilijk om dat gevoel te beschrijven maar één van de dingen die ik nooit zal vergeten is het moment waarop een Turkse politieagent ons zei dat we zeker het Atomium moesten gaan bezoeken. Het klinkt waarschijnlijk een beetje vreemd, maar voor mij is het Atomium een symbool voor de vrijheid geworden. Ik ga twee of drie keer lopen per week en dan probeer ik er altijd langs te passeren. Dan laat ik mijn haren los en dan weet ik dat ik vrij ben.

 

Voor mij is het Atomium een symbool voor de vrijheid geworden

Heb je heimwee naar je vaderland?
Dat is een belangrijke vraag. Ik zie het land Iran los van het regime dat al 38 jaar aan de macht is. Vóór de revolutie was het een prachtig land: we hadden badplaatsen, skigebieden. Een uur rijden vanaf Teheran bracht je naar prachtige plaatsen. Sinds de Islamitische Republiek aan de macht is, is Iran één woestijn geworden. Het water is uitgedroogd omdat de regering gewoon niet weet hoe ze een land moet onderhouden. Religie bepaalt wat ze doen, niet de wetenschap.
  
 
Hoe was het om plots Belg te zijn?
Wij hadden niets, we moesten helemaal vanaf nul beginnen, zonder familiesteun, zonder familieadvies. Maar we waren met twee en we hadden veel motivatie. Mijn diploma tandheelkunde was niet aanvaard maar ik mocht wel een examen afleggen aan de VUB om te zien hoeveel jaar ik nog in te halen had. Uiteindelijk mocht ik in het vierde jaar beginnen en moest dus nog maar twee jaar bijstuderen. Ik was altijd bang omdat ik de taal niet goed beheerste maar ik had lieve proffen en werd goed begeleid. In 2003 was ik afgestudeerd en twaalf jaar later ben ik nog steeds actief in het tandheelkundig centrum in Borgerhout. Ik heb zelf gekozen om daar te gaan werken omdat ik wist dat daar veel kinderen waren die mijn hulp nodig zouden hebben.

 

Sinds de Islamitische Republiek aan de macht is, is Iran één woestijn geworden


Als jonge vluchteling kreeg ik alle kansen die ik nodig had. Ik werd behandeld als een echte Belg en daardoor kon ik vooruitgaan. Dat kostte veel moeite, ik beheerste de taal niet en begreep de cultuur nog niet zo goed. Toch ben ik erin geslaagd om een normaal leven op te bouwen. Ik vind dat als je naar België komt, je de plicht hebt om een band op te bouwen met het land. Belg zijn wil niet zeggen dat je enkel mag genieten van je rechten maar dat je de plichten erbij moet nemen. Het systeem dat hier opgebouwd is, een systeem van vrijheid, een land zonder religieuze dogma’s, daar hebben Belgen hard voor gewerkt. Dat zie ik dus ook als mijn taak.

   
In België mag je alle discussies voeren en politici moeten zich verantwoorden voor hun acties en uitspraken. Daar mogen we nooit mee stoppen. Er zullen altijd vragen zijn die gesteld moeten worden. De dag voor de aanslagen in Parijs heb ik een lezing gehouden over de gevaren van het Islamisme. Ik merk dat veel mensen daar niet over willen praten, dat het onderwerp verzwegen wordt uit angst voor racisme. Dat is de reden waarom de situatie aan het escaleren is. Molenbeek is nu wereldbekend. Dat probleem is niet op tijd aangepakt. Hadden we vijftien jaar geleden geïnvesteerd in goede begeleiding van de inwoners en een goede opleiding voor de kinderen dan was het probleem vandaag opgelost. Maar we hebben het tegenovergestelde gedaan, we hebben onze ogen gesloten en zijn ervan uitgegaan dat de problemen daar wel zouden blijven. Je moet het probleem bij naam durven noemen en er open over discussiëren. Dat is wat ik doe, het probleem voorstellen zoals het is. Velen willen mensen van moslimoorsprong beschermen door niet te veralgemenen en dus zwijgen ze liever en doen ze alsof alles in orde is. Maar zo bescherm je niet, integendeel.

 

In België mag je alle discussies voeren en politici moeten zich verantwoorden voor hun acties en uitspraken

Je veroordeelt de hoofddoek omdat het een symbool is voor de onderdrukking van de vrouw. Maar je krijgt er veel kritiek op.
Ik begrijp dat niet. Hoe kunnen zogenaamd progressieve mensen de hijab verdedigen onder het mom van vrijheid van kledijkeuze en zelfs vergelijken met witte sokken of een das? Voor mij is het duidelijk welke filosofie er achter een hijab of een hoofddoek zit. Vergeet nooit dat de hoofddoek een duidelijke betekenis heeft binnen de sharia. Diezelfde sharia schrijft voor dat meisjes vanaf 9 jaar klaar zijn om te trouwen, dat een meisje van 9 jaar in de rechtbank kan veroordeeld worden tot de doodstraf. Vorig jaar verscheen op de sociale media van Saoedi-Arabië een meisje die haar boerka had uitgetrokken. Heel veel mensen noemden haar een hoer en dreigden ermee haar te vermoorden. Uiteindelijk is ze opgepakt door de politie en zit ze nu in de gevangenis te wachten op haar vonnis.

   
Mensen zeggen dan dat men in België vrij is om te dragen wat men wil. Maar denk je nu echt dat moslimvrouwen een hoofddoek dragen uit vrijheid? Ik zie meisjes in Borgerhout van 6 jaar die volledig bedekt zijn. Ik vraag mij af hoe vaak een moslimmeisje thuis en in de gemeenschap hoort hoe een gerespecteerde vrouw zich moet gedragen. Kun je dat dan nog een vrije keuze noemen? Als een ongesluierd moslimmeisje door de straten van Borgerhout wandelt, wordt ze uitgescholden voor hoer. Welk meisje kiest er nu voor om een hoer genoemd te worden? Als je dus de Belgische waarden wil toepassen op de hele maatschappij, hoe kun je dan de hoofddoek vergelijken met witte sokken? Verdienen moslimvrouwen dan niet dezelfde rechten? Je mag cultuurrelativisme niet gebruiken om je ogen te sluiten. Als je trouwens denkt dat de boerkini een vooruitgang is voor gelijke rechten, dan heb je volgens mij het probleem niet goed begrepen. De boerkini en de hijab worden gepromoot als ‘kuise mode’ en dat maakt het probleem net groter. Nu de hoofddoek een mode-item geworden is, worden opnieuw meer moslimmeisjes van thuis uit verplicht om gesluierd rond te lopen. Mensen helpen daardoor het Islamisme vooruit zonder dat ze het beseffen.

 

Nu de hoofddoek een mode-item geworden is, worden opnieuw meer moslimmeisjes van thuis uit verplicht om gesluierd rond te lopen

Waarom mag je als progressieve mens kritiek hebben op het katholicisme maar niet op het islamisme? De misdaden van het katholicisme zijn grotendeels achter de rug, maar islamisme is een probleem van vandaag. We moeten erover durven praten.

   
Hoe zou je dat probleem willen oplossen?
Ik vind culturele werking heel belangrijk. Via wetgeving kun je dingen opleggen of verbieden maar daardoor is het probleem nog niet opgelost. Ik wil investeren in de kinderen. Elk kind moet leren wat gelijkheid tussen man en vrouw betekent. Ze moeten geconfronteerd worden met religieuze dogma’s en leren hoe ze die kunnen ontkrachten. Als ik naar middelbare scholen ga en ik spreek voor leerlingen van vijtien, zestien jaar, dan merk ik dat hun meningen al grotendeels gevormd zijn. Op een van die lezingen zei de leerkracht islam achteraf tegen mij dat sommige meisjes zich naakt voelden zonder hoofddoek. Wie heeft hen dat gevoel gegeven? Jarenlang hebben ze thuis gehoord dat het niet juist is als een vrouw haar haren toont. Dat baart mij zorgen, en daarom wil ik kinderen helpen bij het ontwikkelen van hun eigen kritische denken.

   
Philipp Kocks
   
     
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.