SEPTEMBER 2017

PROKA


© Carlos Dekeyrel

   

Zenuwcel voor artistieke vrijheid en humanistische vrijdenkerij

Op 12 november 1969 richtte Pierre Vlerick Proka op (promotors van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten). Als toenmalig directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten wou Vlerick een vernieuwende visie met betrekking tot kunstonderwijs en -praktijk doordrukken. Proka werd omschreven als een ‘wondermooie zenuwcel voor artistieke vrijheid, van individuele creativiteit, van humanistische vrijdenkerij’. Binnen dit artistieke laboratorium konden niet alleen Vlaamse kunstenaars hun talenten ontwikkelen. Ook buitenlandse kunstenaars werden uitgenodigd en inspireerden menig aanstormend talent. Dit artikel werpt een blik op de geschiedenis van Proka, ontmoetingsplaats en thuishaven voor artistiek experiment.
 

LICHT AAN IN DE ZWARTE ZAAL …

Pierre Vlerick, gedurende twintig jaar directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent, was de oprichter en bezieler van Proka. Hij startte op 12 november 1969 zijn pioniersrol door de oprichting van de vzw. In de statuten van het Belgisch Staatsblad van 4 december 1969 kan men lezen dat de vereniging zich tot doel stelde ‘de belangen, de bloei, de nationale en internationale uitstraling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent’ te verdedigen. Vlerick had met andere woorden een belangrijke pedagogische missie voor ogen; de geestelijke artistieke vorming van de studenten van het Kask aan te wakkeren en te verruimen en een eigentijdse creativiteit te laten groeien. 

 
De ruimte die daarvoor ter beschikking gesteld werd, was de Zwarte Zaal. Die had haar naam te danken aan haar zwarte wanden en zwarte zoldering. Pierre Vlerick vond dat het ‘black box’-karakter uitstekend de grensoverschrijdende aanpak en de vernieuwingsdrang van Proka belichaamde. ‘Zwart bakent immers niet af; alles is er mogelijk’. De zaal beschikte over de nodige technische faciliteiten, maar weerde alle franje: 

   
‘In deze technisch uitstekend geoutilleerde zaal [de Zwarte Zaal], treft u wél een ludieke en non-conformistische geest, en zult u ontbreken: de rode loper, de pluche zetels, de zuilen met klater- en bladergoud, de o zo geleerde dramaturgen en de net even zo imposante directeurs. Nee, niets van dergelijke dingen, doch wel een ploeg mensen die zonder het geringste loonprobleem ‘iets’ pogen te realiseren te Gent’. Proka deelde de idee van anti-academisme die Walter Gropius voor ogen had bij de stichting van het Bauhaus. Gropius vond geïsoleerde maatschappelijke aanspraken van academici niet geoorloofd. Zijn Bauhaus was dan ook de eerste werkplaats in een kunstschool die verbindingen had met reële, praktische opdrachten. Vlerick volgde dit voorbeeld. De Academiestudenten van de afdelingen toegepaste kunsten en grafiek werden bijvoorbeeld nauw betrokken bij de praktische organisatie van de activiteiten van Proka. Zij creëerden de affiches, de lay-out van de uitnodigingen en hielpen tentoonstellingen en decors opbouwen. De leerlingen van de afdeling fotografie werden dan weer in de mogelijkheid gesteld om reportages te maken over de Proka-activiteiten.
 

Proka deelde de idee van anti-academisme die Walter Gropius voor ogen had bij de stichting van het Bauhaus

THEATERREVOLTE EN DEMOCRATISERINGSGEDACHTE

De uitgesproken open geest van Proka resoneert met de context van mei ’68. Na de perikelen omtrent Leuven Vlaams kwam immers ook de Gentse studentenpopulatie in opstand. De roep naar verandering was luid en ambitieus. Niet alleen op het vlak van onderwijs, politiek en gezin wou men verandering, maar ook op het vlak van kunst en cultuur. Het vertoog kanaliseerde zich in termen als inspraak en democratisering, ook in de kunsten. Op het einde van de jaren zestig stond het subsidiebeleid van de Vlaamse overheid immers nog in haar kinderschoenen en was er van een financiële steun aan experimentele initiatieven hoegenaamd (nog) geen sprake. De vernieuwde Raad van Advies voor de Nederlandstalige Dramatische kunst die op 19 februari 1970 geïnstalleerd werd, vertoonde nog vele kinderziekten, waarop het Sociaal Front van het Theater bleef wijzen. Vooral op het vlak van de subsidiëring van de gezelschappen en de verloning van de acteurs werd er gerechtigheid geëist. Deze situatie maakte boze tongen los, ook bij Proka. In hun Cultureel informatiebulletin blokletterden ze bijvoorbeeld een artikel over het onverwoestbaar juk van een verbeeldingloos theaterbeleid. Daarin valt het discours van de revolutie en de democratiseringsgedachte op.
   

De roep naar verandering was luid en ambitieus

KLEINE NAMEN MET GROOT GEVOLG

Het is dan ook geen toeval dat Proka consequent kansen bood aan het jonge artistieke geweld dat in de jaren zeventig in Gent broeide. De creatieve jonge snaken die in Proka hun gading vonden, waren trouwens niet noodzakelijk studenten uit de eigen Academiestal, maar ook buitenstaanders en zelfs ‘amateurs’ die zich mettertijd profileerden op de internationale scène. Dat Proka in januari 1974 een podium bood aan de Gentse mimegroep Frederik, die werkte onder leiding van Frederik Van Melle, heeft zo bijvoorbeeld zijn invloed gehad op het bewegingstheater van Alain Platel.

 

Een bekende naam uit de eigen Academiestal is artistieke duizendpoot Erik De Volder, ooit begonnen als student Beeldende Kunsten aan de Gentse Academie. In mei 1973 organiseerde hij een buitenissige performance-tentoonstelling in de Zwarte Zaal. Monumentale volumes van steen, hout en metaal gingen er een dialoog aan met de verraste bezoeker, die zich plotseling geïntegreerd zag in de tentoonstelling. Op de openingsavond werd immers parallel aan de ‘dode’ gestapelde houtstructuur een stapelexperiment uitgevoerd met ‘levende lijnen’, namelijk de bezoekers zelf. De performance-tentoonstelling ging niet onopgemerkt voorbij en Fons de Vogelaere schreef in Vooruit lovend over ‘zijn vormschoon binnen de sobere tegenstellingen der materies’ en zijn ‘hooggeraffineerde tekeningen’.

 
Het jaar nadien, op donderdag 13 maart 1975, steunde Proka Genegen, een groepsmanifestatie of actie-avond door IX, waartoe ook Erik De Volder behoorde. De Volder bracht binnen de groepsmanifestatie een staaltje van het kunnen van zijn Etherisch Strijkersensemble Parisiana, een experimenteel kamermuziekensemble dat ‘op speelse absurde wijze enkele straatversleten Wienerschnitzels’ bracht om bewust ‘het ‘artistiek sérieux’ van de avond’ te verijdelen. Het gaf het publiek ‘een impressie van vrijheid en ongedwongenheid’. De ludieke, anti-autoritaire, anarchistische sfeer werkte aanstekelijk. Parisiana groeide uit tot een veelkoppig orkest annex spelers en artistiek gelijkgezinden. Iedereen die zin had iets te verwezenlijken, mocht meedoen en kwam op woensdagavond bij De Volder thuis om te brainstormen over projecten en acties. De bende van Erik De Volder en onder andere Dirk Pauwels, Johan Dehollander, Arne Sierens, Michiel Hendryckx, … nam mettertijd enorme proporties aan. Vijftig man op het podium was geen uitzondering. Hugo De Greef van vzw Schaamte nam mettertijd Parisiana onder zijn vleugels, maar Proka lag mee aan de basis van de naam en faam van De Volder als buitenbeentje in het Vlaamse podiumkunstenlandschap.
 

PROGRESSIEVE RECEPTIEVE WERKING

Proka koos resoluut voor de progressieve avant-garde. Vlerick wou immers ‘de artistieke wereld op een vriendelijke manier traumatiseren’. Daarbij was de interdisciplinaire aanpak opvallend. De activiteiten die er georganiseerd en gesteund werden omarmden verschillende facetten van de kunsten; theater, dans, jazz, film, beeldende kunsten, … Ook de activiteiten waren zeer verscheiden; voorstellingen, tentoonstellingen, colloquia, voordrachten, workshops, … wisselden elkaar in een snel tempo af. Vlerick bracht daarbij, na eigen prospectie, de internationale experimentele scène naar Vlaanderen (hierbij moet de samenwerking tussen Proka en het Kultureel Konvent van de Universiteit Gent vermeld worden. Proka zorgde voor de zaal en legde de contacten met buitenlandse groepen, het KK betaalde de groepen en zorgde voor huisvesting. De buitenlandse gasten logeerden in de Brug, nvda). Naast de pedagogische functie van Proka, ontwikkelde Vlerick met andere woorden een receptieve werking. Deze nam zulke proporties aan dat her en der zelfs de vraag rees of Proka in de Zwarte Zaal een cultureel centrum wou inrichten. Vlerick reageerde dat Proka geen cultureel centrum wou worden, maar dat er toch ‘bescheiden getoond (werd) wat in een dergelijk centrum zou kunnen’.

 

Vlerick wou ‘de artistieke wereld op een vriendelijke manier traumatiseren’

Het is een onbegonnen werk alle belangwekkende producties op te sommen die de Zwarte Zaal van de Academie bevolkten. Maar dat Proka een doorgeefluik van grote meesters was, staat vast. Naast Jerzy Grotowski, die via de workshops van Brulin en Marijnen het Vlaamse theaterlandschap binnensijpelden, zijn Eugenio Barba en Tadeusz Kantor twee klinkende namen die te gast waren in de Zwarte Zaal.

 

Dat Proka een doorgeefluik van grote meesters was, staat vast


Voor de inhuldiging van de Zwarte Zaal in 1969 koos Proka voor de spraakmakende voorstelling Feraï van het Deense theaterlaboratorium Odin Teatret onder leiding van Eugenio Barba. In november 1977 zorgde Proka opnieuw voor een unieke theaterervaring met Dodenklas van Cricot 2, het gezelschap van de Poolse theatermaker Tadeusz Kantor. De indruk die deze voorstellingen naliet op heel wat hedendaagse Gentse podiumkunstenaars valt niet te onderschatten. Arne Sierens, bijvoorbeeld, stelt nadrukkelijk dat de voorstelling van Dodenklas (Kantor) in 1977 in de Zwarte Zaal zijn werk indringend beïnvloed heeft. Hij leerde naar eigen zeggen van Kantor hoe theater met realisme kon verzoend worden. Dodenklas ontdeed de realiteit immers van haar psychologische en symbolische ballast en toonde de naakte, rauwe realiteit.

 


Hoewel Proka het als één van zijn essentiële taken zag om de stad Gent in contact te brengen met progressief theater uit het buitenland, betekende dit niet dat de eigen avant-garde op het achterplan verdween. Proka zou naar eigen zeggen als experimentele of avant-garde vereniging tekort schieten indien zij geen kansen zouden bieden aan kunstenaars of initiatieven die iets op eigen bodem wensen te creëren, maar daartoe de nodige financiële middelen missen. Proka leverde het ideale kritische publiek voor bijvoorbeeld Tone Brulin en Franz Marijnen, die in het buitenland reeds furore maakten en met hun voorstellingen onverwijld de pers haalden. Maar ook andere vertegenwoordigers van de latere Vlaamse Golf passeerden in hun beginperiode langs Proka. In maart 1982 stond Anne Teresa De Keersmaeker met Fase: vier bewegingen op muziek van Steve Reich op het programma. In november 1983 kwam ze terug met Rosas danst Rosas (de voorstelling in de Gentse Opera werd georganiseerd door de Opera voor Vlaanderen en Proka in samenwerking met de vzw Schaamte, nvda). In het kader van het Festival van Vlaanderen (10-14 oktober 1983) kwam niet alleen de butoh-legende Carlotta Ikeda, maar ook performer Jan Fabre met Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was.
 

LICHT UIT IN DE ZWARTE ZAAL …

Maar het mooie liedje bleef niet duren … In de jaren tachtig verliet Pierre Vlerick de Gentse Akademie en Proka bleef verweesd achter. Een blijvend tekort aan overheidssubsidie, een toenemend personeelstekort en de vorderende leeftijd van bezieler Pierre Vlerick maakten dat in 1988 het licht uitging in de Zwarte Zaal. Ondertussen had Proka echter een niet te onderschatten stempel gedrukt op het Vlaamse podiumkunstenlandschap en anderen geïnspireerd voor de oprichting van gelijkaardige initiatieven en kunstencentra. Vlericks zielsverwanten, namelijk Hugo De Greef van de vzw Schaamte, die in 1977 opging in het Brusselse Kaaitheater, Ritsaert ten Caete van het Nederlandse Mickery en Jan De Cock van De Hoop in Waregem, bleven actief. Bovendien schoten in het begin van de jaren tachtig schoorvoetend kunstencentra uit de Gentse grond. Zowel Nieuwpoorttheater als Vooruit werkten in het begin trouwens intensief samen met Proka. Toen het licht in de Zwarte Zaal uitging, had Proka zijn pioniersrol vervuld en was de toekomst van de kunstencentra die in de loop van de jaren tachtig het daglicht zagen gewaarborgd.

 





Prof. Dr. Christel Stalpaert
Vakgroep Kunst, Muziek en Theaterwetenschappen (UGent)

   
     
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.
     

In het najaar organiseren Liberaal Archief, het Geuzenhuis en Kunst in het Geuzenhuis vzw samen twee tentoonstellingen. Het Liberaal Archief schenkt aandacht aan Proka, twee maanden later zullen de werken van Pierre Vlerick te bewonderen zijn in het Geuzenhuis. Prof.dr. Willem Elias is aangesteld als curator.

TENTOONSTELLING PROKA

Vernissage donderdag 14 september 2017, 20:00
Kramersplein 23, Gent.

TENTOONSTELLING PIERRE VLERICK

Vernissage vrijdag 10 november 2017, 20:00
Kantienberg 9, Gent.