SEPTEMBER 2017

OPINIE

© Sarah C. Wintner

   

‘Progressief’ Amerika is de weg kwijt

De saga van de Google-memo illustreert een klimaat waarvoor we op onze hoede moeten zijn. Laten we vermijden dat de achterliggende ideologie ook bij ons ontspoort en het maatschappelijk debat verder vergiftigt.

 
Google-ingenieur James Damore schreef een interne memo waarin hij zich vragen stelt bij de efficiëntie van Googles diversiteitsprogramma’s, die vervolgens uitlekte en viraal ging. De gevolgen: een heksenjacht op sociale media, enorme verontwaardiging en uiteindelijk zijn ontslag.

 
Zoals geweten zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in STEM-gerelateerde vakgebieden. Zo is slechts 20 % van de Google-werknemers die zich bezighouden met techniek en softwareontwikkeling een vrouw. De auteur beargumenteert uitgebreid dat dit niet noodzakelijk (of alleen maar) een gevolg is van seksisme en vooroordelen, maar dat aangeboren verschillen in interessegebieden deze ‘gendergap’ mee kunnen verklaren. Hij doet dat bovendien met argumenten die – hoewel soms wat kort door de bocht geparafraseerd ¬– de aandacht vestigen op wetenschappelijk onderzoek en empirische gegevens over aangeboren man-vrouwverschillen.

   
Als we zien dat in de V.S. 80 % van de diploma’s in de computerwetenschappen en informatica door mannen wordt behaald, lijkt zijn stelling helemaal niet zo vergezocht. Onderzoek wijst trouwens uit dat hoe welvarender en gendergelijker een samenleving is, hoe meer er sekseverschillen inzake studiekeuzes en carrières op de voorgrond treden (omdat financiële zekerheid niet meer voornaamste motivatie is). In de Westerse wereld behalen vrouwen dan wel meer universitaire diploma’s dan mannen, ze lijken inderdaad te graviteren naar andere richtingen.

   
Dat deze verschillen enkel en alleen het gevolg zouden zijn van maatschappelijke druk, opvoeding en onderwijs, houdt geen steek in het licht van karrenvrachten aan studies uit gedragswetenschappen, neurowetenschap, biologie en evolutionaire psychologie. Die wijzen ontegensprekelijk op het bestaan van aangeboren sekseverschillen die zich onder meer uiten in andere interesses. Natuurlijk impliceert dit niet dat er geen socioculturele invloed is. Evenmin dat het ‘goed’ is dat er zo weinig vrouwen in STEM actief zijn, of dat vrouwen ‘van nature’ minder geschikt zijn om te programmeren. Geen weldenkend mens beweert dat, ook de Google-ingenieur niet.

   
Hij klaagt de eenzijdigheid van Googles diversiteitsprogramma’s aan, die zich uitsluitend focussen op seksisme en vooroordelen als enige verklaring voor het gebrek aan diversiteit, en geeft bovendien enkele alternatieven. In een moderne bedrijfscultuur, waarin kritische zelfevaluatie een grote rol speelt, is dat eigenlijk positief. Ook al ben je het niet met hem eens. Als er een klimaat heerst waardoor je bij voorbaat terugdeinst om een afwijkende mening te uiten over gevoelige onderwerpen, zit je met een probleem. De nasleep van de gelekte memo illustreert dat zo’n klimaat wel degelijk bestaat, ironisch genoeg het bredere punt dat Damore met zijn nota wou maken.

   
Het is dit klimaat – gevoed door de losgeslagen ideologie van de extreem politiek correcte Social Justice Warriors – dat progressief Amerika in de ban heeft.

   
Voorlopig valt het in Europa mee, toch sijpelt die ideologie ook hier met mondjesmaat binnen. Daarvoor moeten we op onze hoede zijn. Te meer omdat ze enkele centrale uitgangspunten van het vrijzinnig humanisme onder druk zet.
   

1. DE VRIJE MENINGSUITING

Zo’n klimaat brengt de vrije meningsuiting in gevaar, en daarmee de diversiteit aan opinies die nodig is voor echt debat. Op Amerikaanse campussen zijn er tal van incidenten geweest waarbij het sprekers onmogelijk gemaakt wordt om een lezing te geven. Proffen krijgen tuchtprocedures aan hun been omdat uitspraken of lessen kwetsend worden bevonden. Zo erg is het hier nog lang niet, maar herinner u de VUB-studenten die een lezing van Theo Francken succesvol wisten te verhinderen en er nog trots op waren ook.
   

2. HET VRIJ ONDERZOEK

Als bepaalde onderwerpen taboe worden en wetenschappers of publicisten monddood worden gemaakt, komt het vrij onderzoek in gevaar. Hiervan hebben we in de Lage Landen in de afgelopen twintig jaar al wat meer voorbeelden gezien. Denk aan de bagger die Hind Fraihi over zich heen kreeg toen ze – tien jaar geleden al – een onderzoek verrichtte naar radicalisering in Molenbeek. In Nederland werd de jonge onderzoekster Machteld Zee uitgespuwd in progressieve kringen omdat ze het gewaagd had een doctoraat te schrijven over de Shariaraden in Groot-Brittannië, en er een vernietigend beeld van schetste. Marion Van San onderging hetzelfde lot.
   

3. RELIGIEKRITIEK

Hoort ook in dit overzicht thuis: religiekritiek afdoen als racisme omdat de meeste aanhangers ervan een etnische minderheid vormen. Deze kramp berust op een miskenning van het onderscheid tussen ideologisch gemotiveerde identiteitsaspecten en niet-ideologische, niet-waardegeladen aspecten als huidskleur, geslacht of seksuele oriëntatie. Kritiek krijgen omdat je vrouw, zwart of homo bent, slaat helemaal nergens op en wordt terecht veroordeeld als racisme, seksisme of homofobie.

   
Bij ideologisch gemotiveerde identiteitsaspecten, zoals bijvoorbeeld politieke voorkeur of religie, ligt dat heel anders. Die bestaan uit opvattingen, ideeën en waarden waarvoor je kiest en die je dus ook kan verwerpen. Net daarom staan ze open voor kritiek. Als religieus rechts in de V.S. homo’s bekritiseert omdat ze ‘kiezen voor een homoseksuele levensstijl’, is het voor iedereen duidelijk dat ze zich belachelijk maken. Het omgekeerde geldt evenzeer: als je elke kritiek op islam wegzet als islamofoob, maak je dezelfde denkfout.
   

4. EEN TELOORGANG VAN DE UNIVERSELE ASPIRATIES VAN HET VERLICHTINGSDENKEN

Het theoretisch kader van wat ze in de V.S. Social Justice Warriors noemen, is het intersectioneel feminisme. Het vertrekt vanuit de vaststelling dat er in individuen verschillende identiteitsaspecten samenkomen (ras, sekse, seksuele oriëntatie, klasse, etnische afkomst, huidskleur, leeftijd, religie, …). Al die aspecten kunnen gronden zijn voor discriminaties (racisme, seksisme, homofobie, …), die elkaar overlappen en versterken. Nu is er met intersectioneel denken in z’n niet-gepolitiseerde variant - het idee dat bepaalde groepen in de samenleving nadelen ondervinden op basis van een veelvoud aan factoren - op zich niets mis. Een Afro-Amerikaanse vrouw uit een achtergesteld getto ondervindt heel andere problemen dan een blanke, hoogopgeleide, heteroseksuele vrouw. Het bestuderen van de samenhang van die verschillende factoren kan verrijkend zijn.

   
In het gepolitiseerde intersectionele feminisme fungeren die identiteitsaspecten echter niet alleen als discriminatiegronden, maar ook als bron van privileges voor wie tot de dominante groep behoort (blank, hetero, man, ‘cisgendered’, ...). Die aspecten zijn dus geen neutrale, beschrijvende categorieën, maar ze brengen een complex systeem van machtsverhoudingen en -structuren met zich mee. Al deze verstrengelde en elkaar overlappende discriminaties zijn vormen van actieve onderdrukking, met het blanke patriarchaat als grote boosdoener.

   
Bovendien kan alleen de doorleefde ervaring van onderdrukte groepen die realiteit aan het licht brengen. Als lid van een dominante groep maken je privileges je immers blind voor die mechanismen van onderdrukking, waarvan je zelf deel uitmaakt en profiteert. Hoe meer gemarginaliseerde en onderdrukte identiteiten je in je persoon verenigt, hoe authentieker en waarachtiger je kennis van de wereld is.

   
Intersectionele feministen hanteren namelijk een standpuntepistemologie. Het amalgaam van al je identiteitsaspecten bepaalt jouw unieke standpunt van waaruit je de wereld begrijpt en dat jouw kennis van de wereld – die dus altijd hoogst subjectief is ¬– vormgeeft. Rationeel denken en de wetenschappelijke kennis en methode geven geen goed beeld van de werkelijkheid, want ze zijn het instrument van de dominante groep (blanke mannen) en dienen voornamelijk om deze dominantie te legitimeren en in stand te houden. Op die manier maakt het denksysteem zich, net als bij een samenzweringstheorie, immuun voor kritiek. Iedereen die intersectioneel feminisme durft te bekritiseren is natuurlijk een deel van het probleem, een onderdrukker. Zo bekeken, wordt de Google-memo al gauw een daad van agressie van het blanke patriarchaat, bedoeld om vrouwen te onderdrukken.

   
Dit is het kader van waaruit er aan identiteitspolitiek wordt gedaan. Deze vorm van politiek activisme komt kort gezegd neer op het omarmen – door gemarginaliseerde groepen – van een ‘gestigmatiseerde’ identiteit. Op basis van gedeelde ervaringen, kenmerken en belangen die met die identiteit samenhangen probeert men zich te verenigen om op die manier een politieke strijd te voeren voor meer autonomie, rechten en ‘erkenning’. En tot op zekere hoogte is er een plaats voor identiteitspolitiek. De strijd van de holebi- en transgenderbeweging is daar een goed voorbeeld van.

   
In combinatie met het intersectioneel feminisme – met de eraan inherente eindeloze proliferatie van onderdrukte, gemarginaliseerde identiteiten ¬– krijg je een losgeslagen ideologie, die leidt tot een eng tribalisme. Deze ideologie vertrekt vanuit de verschillen tussen mensen. Ze pint mensen vast op hun identiteit, en zet groepen tegen elkaar op.

   
Dit denken is incompatibel met het universele humanisme van de Verlichting. Dat probeert immers de verschillen tussen mensen te overstijgen, om zo - vanuit een gedeelde menselijke ervaring - tot een gemeenschappelijke basis te komen waarop universele rechten gefundeerd kunnen worden. Bovendien is zo’n gemeenschappelijke basis - burgerschap - nodig om een liberale democratie te doen werken.
   

UITSMIJTER

Zo’n vaart loopt het bij ons in Europa nog lang niet, en gelukkig maar. Maar laat ons waakzaam zijn. Laten we de absurditeit blijven aanklagen van de beschuldigingen van islamofobie of racisme bij beschaafde religiekritiek. Laten we wetenschapscommunicatie niet beschouwen als seksisme. Laat ons niet dezelfde fouten maken en ons afsluiten van denkbeelden die ons onwelgevallig zijn, maar een wereldbeeld omarmen dat openstaat voor verandering. Laat ons universalisten blijven. En laat ons vooral blijven hameren op de vrije meningsuiting en het vrij onderzoek.

   
Thomas Lemmens    
     
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.