NOVEMBER 2015

DIT HUMANISME IS EEN MENS-RACISME


Met ons voortschrijdend (bio-)technologisch vernuft beginnen we stilaan de eerste anders-dan-menselijke personen te scheppen ©YouTube
 

 

Pleit voor een post-humaan existantialisme

De waardigheid van de mens komt niet zozeer voort uit zijn mens-zijn, maar uit zijn persoon-zijn. Hier op aarde is de Homo sapiens de enige persoonssoort. Dat gegeven leidt de mens ertoe te geloven dat hij uniek is. Maar het is nog niet zolang geleden dat de mens niet de enige persoonssoort was, maar naast de Neanderthaler leefde. Nieuwe biologische inzichten laten zien dat we veel soorten kunnen beschouwen als proto-persoonssoorten. En nieuwe technologieën kunnen volgens transhumanisten er voor zorgen dat we binnenkort andere, artificiële en verbeterde persoonssoorten zullen kennen. Dat alles zet filosoof Pieter Bonte van de UGent ertoe aan ons ‘speciëcistisch’ humanisme te herzien.
   
 

DE MENS LIJKT EENZAAM EN IJDEL, MAAR HOE LANG NOG?

Naast wij mensen is er niemand. Anders dan bij de plant- en diersoorten is onder de ‘persoonssoorten’ de biodiversiteit nihil. Wij hebben nooit anders gekend, en dus voelt deze volstrekte vereenzaming normaal aan. Ze is echter bizar. Erger nog, precies door deze eenzaamheid is de mens zich ‘uniek’ beginnen voelen. Humanisten gingen zelfs zover om hun eigen soort een verheven ‘menselijke waardigheid’ toe te kennen. Slim bekeken, niemand die hen zou tegenspreken. Al zeker niet toen zij het geloof in goden en andere ingebeelde personen achter zich lieten. Het godsdenken kan nochtans een cruciale openheid van geest bevatten. Filosoof-bisschop Berkeley verwoordde het scherp in zijn Alciphron traktaat uit 1732 tegen die kortzichtige ‘vrijdenkers’:

   

‘We are led not only by revelation but by common sense observing and inferring from the analogy of visible things to conclude there are innumerable orders of intelligent beings more happy and more perfect than man whose life is but a span and whose place this earthly globe is but a point in respect of the whole system God's creation. We are dazzled indeed with the glory and grandeur of things here below because we know no better.’

   
Hoe waarschijnlijk is het dat wij, omhooggevallen Homo sapiens, in het licht van het totale universum (of multiversum) de enige en hoogste persoonssoort zijn? In zijn schotschriftje Micromégas deed Voltaire Berkeley’s oefening nog eens seculier over. Hij liet twee reusachtige buitenaardse wezens, Saturn en Sirius, tegen ons onbeduidend planeetje aanbotsen. Zij plukken op aarde een schuitje op met daarin een aantal menselijke filosoofjes, ‘des animalcules philosophes.’ Die beginnen driftig te piepen dat niets in het hele universum waardevoller is dan de mens. Het verhaal eindigt in oorverdovend buldergelach van de twee buitenaardse reuzen bij het aanhoren hoe ‘les infiniment petits eussent un orgueil presque infiniment grand.’

   Hoe waarschijnlijk is het dat wij, in het licht van het totale universum de enige en hoogste persoonssoort zijn?

ZIE DE MENS: NIETS BIJZONDERS

Als we er met Berkeley en Voltaire bij stilstaan hoeveel andere (en ‘betere’) persoonsvormen er wel niet kunnen bestaan naast de Homo sapiens, wordt het behoorlijk vreemd om ons fundamentele waardenpatroon nog ‘humanisme’ te noemen, en om te volharden in de ijdelheid dat de ‘menselijke waardigheid’ ons boven alle andere denkbare wezens verheft. Ik stel voor om dat humanisme achter ons te laten. Er als mens een subjectieve ‘eigen soort eerst’ kijk op nahouden is heel begrijpelijk, maar dat maakt de mens nog niet ‘uniek.’ En hoewel de mens inderdaad een bijzondere waardigheid bezit ten opzichte van veel andere organismen, heeft dat niets met haar mens-zijn te maken, maar alles met haar persoon-zijn. Ik zie vier fundamentele redenen om onze ‘speciesistisch’ (racisme maar dan één trapje hoger, niet op ras- maar op soort-niveau) humanisme door een posthumane ethiek te vervangen.

   
De eerste grond om onze ethiek te ‘dehumaniseren’ begint stilaan gemeengoed te worden. Voortschrijdend biologisch inzicht leert ons dat er wel degelijk allerlei (proto-)persoonssoorten rondom ons bestaan. Olifanten, dolfijnen, de hogere primaten: elk persoonskenmerk waarmee de ijdele mens zich uniek probeert te verklaren, kunnen we in kiem terugvinden bij ons omringende diersoorten.

   
Daarnaast leert voortschrijdend paleoantropologisch inzicht ons dat we lange tijd niet alleen waren als manifeste persoonssoort. Tot 29.000 jaar geleden (niet zo gek lang geleden) leefden onze voorouders in Gibraltar nog in de nabijheid van Neanderthalers. Bovendien moeten we meer doen dan enkel onze overleden zustersoorten gedenken. In het licht van de evolutionaire probabiliteit moeten we ons niet alleen in een samenleving met Neanderthalers en consoorten inbeelden, maar ook in een samenleving met al die andere hoogontwikkelde persoonssoorten die net zo goed hadden kunnen ontspruiten aan deze aardkloot. Probabilistisch bekeken, is het veel normaler om onszelf aan te treffen als een geciviliseerde middenmoter, of zelfs als een hopeloos achterophinkend Homo-soortje, temidden van andere persoonssoorten die ons menselijke gekunstel op wetenschappelijk, politiek, economisch, artistiek, militair en enig ander vlak verregaand overstijgen. Het is cruciaal om voor de geest te houden dat zo’n werelden vele malen waarschijnlijker zijn dan deze bizarre diversiteitsloze wereld waarin we nu dagelijks opstaan en samen de grootste Jan uithangen.

   
Ten derde lijkt het slechts alsof we alleen zijn als beschaafde soort. De enormiteit van het ongekende universum is verbijsterend, en daarbovenop bestaan er misschien meerdere universa. Een aanzienlijk aantal ruimtewetenschappers ziet wel iets in de intuïtieve Drake-vergelijking en de Fermi-paradox. In het kader van deze korte tekst moet ik voor details naar de grote Google doorverwijzen, maar samengebald stellen deze het volgende: het is zodanig waarschijnlijk dat er al talloze geavanceerde beschavingen zijn ontstaan, dat het eigenlijk verbazend is dat wij hier op ons kruimeltje aarde nog niet in het kosmische telecomverkeer zijn opgenomen. De vraag die we naar de hemel moeten richten is dan niet ‘is daar iemand?’ maar wel ‘waar is iedereen?’

   De vraag die we naar de hemel moeten richten is niet ‘is daar iemand?’ maar wel ‘waar is iedereen?’
De laatste narcistische krenking die ik hier over de humanist wil uitroepen komt uit haar eigen mouw gekropen. Met ons voortschrijdend (bio-)technologisch vernuft beginnen we stilaan de eerste anders-dan-menselijke personen te scheppen. Enerzijds is er de uitbouw van artificiële intelligentie-en bewustzijnsvormen. Er zijn aardig wat computer-wetenschappers die veronderstellen dat eens de dag komt dat we ‘de laatste uitvinding maken die we ooit nog hoeven te maken’: een zelf-verbeterend systeem van artificiële intelligentie dat na haar eigen uitvinding al het verdere uitvindingswerk voor haar rekening zal nemen. Ongeacht hoe vroeg of laat dat moment – ‘de singulariteit’ – plaatsgrijpt, in deze optiek dienen we ons leven nu al te begrijpen als een kroniek van een aangekondigde overbodigheid.

  We dienen ons leven nu al te begrijpen als een kroniek van een aangekondigde overbodigheid
Anderzijds kennen we de groeiende waaier aan ‘transhumane’ technieken: biotechnologische ingrepen waarmee we onze gegeven Homo sapiens-lichamen ingrijpend kunnen manipuleren en herboetseren. Dankzij allerlei doperingstechnieken kan een waaier aan fysieke en mentale vermogens intenser, langduriger of accurater worden gemaakt. Via de pil kan de vrouwelijke vruchtbaarheid omgekeerd worden: wie de pil neemt maakt zichzelf standaard on-vruchtbaar, en vruchtbaarheid wordt een ‘opt-in’ toestand. Je kan in verregaande mate van fysiek geslacht veranderen, of het in een hermafroditisch midden houden. Aan de eeuwenoude culturen van piercing, tattoos, scarificatie en ontharing; de inbinding van voeten en schedels; de oprekking van (schaam-)lippen, lellen en halzen; worden vandaag door allerlei prothesen en farmacologische ingrepen in de natuur onmogelijk voorkomende lichamen geschapen. Er lijkt ook een begin gemaakt te worden met doortastende technieken van genetische selectie en manipulatie.

   

VAN LOT LOS: WE ZIJN GRONDELOOS VRIJ, GENADELOOS VERANTWOORDELIJK

Kortom, de mens kan steeds dieper in zichzelf kerven, en verwerft daarmee steeds meer ‘vrijheid in het vlees.’ We kunnen onszelf steeds minder begrijpen als een wezen met een voorgeprogrammeerde en vaststaande identiteit, die ons zegt wie we zijn en wat we met onszelf hebben aan te vangen. In die zin is het posthumanisme een existentialisme: een erkenning van de bijhorende ‘grondeloze vrijheid en genadeloze verantwoordelijkheid’ van diepgaand zelfscheppende personen. ‘Mens-zijn’ brokkelt verregaand af als een richtinggevend idee, net zoals verwante ideeën waaraan mensen houvast en sturing proberen te onttrekken, zoals ‘natuurlijkheid,’ ‘jezelf zijn’ en ‘je talenten ontplooien.’ Het zijn allen manieren waarop mensen een (crypto-)creationistisch levensgevoel proberen in stand te houden: ze beloven allen de illusie dat we op een of andere manier zinvol geschapen zijn, en dat het zinnige leven erin bestaat om te leven naar je ‘aard.’ Dit hardnekkige (crypto-)creationistische denken gaat dan ook hand in hand met een haat tegen ontaarding. Vandaag zien we dan ook hoe entartete lijfskunstenaars zoals esthetische chirurgie-gebruikers of doperende atleten, die zich niet neerleggen bij hun natuurlijke lot, worden opgevoerd als ‘nepmensen’ en als ‘dopingzondaars:’ existentiële dwaallichten die hun voorgeprogrammeerde identiteit loochenen en iedereens (eugenetische) blik vertroebelen op wat nu hun aangeboren, erfelijke kwaliteiten zijn en welke plaats ze zouden innemen in de ‘natuurlijk hiërarchie’ onder mensen.

  We kunnen onszelf steeds minder begrijpen als een wezen met een voorgeprogrammeerde en vaststaande identiteit 
Sommige humanisten zoals Francis Fukuyama roepen vandaag op om van ‘mens blijven’ een dwingende imperatief te maken. Maar getuigt dit niet van diepgaande eigenwaan en xenofobie? Het dreigt zelfs totalitaire trekken te vertonen. Zo willen George Annas en co ‘de bedreigde menssoort beschermen’ door de genetische ontaarding en alteratie van de mens principieel te verbieden als een ‘misdaad tegen de mensheid.’ Zij vrezen het ontstaan van reële diversiteit onder persoonssoorten, waarbij de ongewijzigde Homo sapiens niet langer de grootste Jan zou zijn. Deze humanisten zijn echter ziende blind voor de bittere ironie dat ze daarmee zélf een ‘status quo’ staatseugenetica in het leven roepen, die één bestaansvorm als universeel superieur uitroept en waarin een politiemacht al haar burgers in de mensvorm vastgezet houdt. Zo wordt het steeds duidelijk hoe het humanisme dreigt te verworden tot een openlijk mens-racisme.

   
 Pieter Bonte    
     
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.