JANUARI 2016

ECOMODERNISTISCH OPTIMISME


© Richard Brew (Shutterstock)
 

 

Een bloeiende mensheid in een blakende natuur

Er waait een nieuwe wind in de groene beweging, en wat voor een. Ecomodernisten verzetten zich tegen het doemdenken van het overheersende ecologische discours en bekijken de klassieke groene opvattingen door een kritische bril. Hun Ecomodernistisch Manifest, waarin gepleit wordt voor technologische innovatie en taboes als kernenergie, ggo’s en intensieve landbouw niet uit de weg worden gegaan, veroorzaakte heel wat beroering. Bart Coenen, voormalig medewerker bij Agalev, stapte op uit de traditionele groene beweging en noemt zich vandaag de eerste Vlaamse ecomodernist. Hij is oprichter en hoofdredacteur van het onafhankelijke journalistieke project BackCover.be, waar hij nieuws brengt op het snijpunt van milieu, ecologie en technologie.

 
Het ecomodernisme maakt al enkele jaren opgang, maar kreeg in 2014 een flinke duw in de rug toen Ted Nordhaus en Michael Shellenberger van de denktank The Breakthrough Institute samen met zestien andere denkers een Ecomodernistisch Manifest publiceerden.

   
De ecomodernisten denken dat een grondige vernieuwing van de milieubeweging nodig is en dagen ‘groenen’ uit om eens goed te kijken naar hun diepgewortelde vooronderstellingen rond natuur, technologie en het beleid daarrond. Door zich in het debat te mengen, proberen ecomodernisten de gangbare visie rond onderwerpen als biodiversiteit en energie te verruimen. Met de publicatie van het manifest kreeg de denkstroming alvast een stevige basis en stichtte de groep rond Nordhaus en Shellenberger een frisse, écht progressieve milieubeweging, die aangepast is aan de 21ste eeuw en nu al actief is in heel wat landen. Het manifest werd intussen in meerdere talen vertaald, waaronder ook het Nederlands. Onder de ondertekenaars bevonden zich onder meer groen icoon Stewart Brand, Earth Days-regisseur Robert Stone en milieujournalist Mark Lynas.
   

DE ROL VAN TECHNOLOGIE

Traditionele groene denkers hebben de neiging om te benadrukken dat menselijke welvaart botst met natuur en milieu. De ecomodernisten maken in hun manifest duidelijk dat ze denken dat dit niet het geval hoeft te zijn. Over de traditionele partijgrenzen heen bouwen ze aan een nieuwe beweging van mensen die geloven dat we met technologische innovatie belangrijke milieuproblemen, zoals de klimaatverandering, kunnen aanpakken en tegelijk dankzij economische groei de armoede in zich ontwikkelende landen kunnen uitroeien. Sinds de eerste industriële revolutie zorgt technologische vernieuwing voor verhoogde productiviteit en efficiëntie bij de vervaardiging van dingen. Ook de landbouwopbrengsten verhoogden voortdurend dankzij technologische innovatie. Mechanisering en intensivering van de landbouw hielden land vrij voor natuurbehoud en maakten zelfs een terugkeer van wilde dieren mogelijk; kijk maar hoe de wolf zich opnieuw in zijn vroegere Europese habitats verspreidt. Technologische vooruitgang zorgde voor schonere brandstoffen en lagere emissies per product. Terecht plaatsen ecomodernisten technologie dus centraal in het debat. Hun stellingnames druisen daardoor regelmatig in tegen die van groene traditionalisten en catastrofisten. Stewart Brand vertelde aan de Nederlandse journalist Marco Visscher hoe dat komt. Volgens hem heerst er in traditionele groene middens een zekere vijandigheid naar de menselijke soort: ‘Dat is destructief. Dat gebeurt als je de natuur romantiseert. Romantici hebben oogkleppen op. Ze weigeren na te denken over belangrijke zaken. Terug naar het land is leuk en aardig als je goed voor jezelf kunt zorgen. Maar er zijn honderden miljoenen mensen die juist wég willen van hun land! Zij willen naar de stad, want dáár gebeurt het. Daar kunnen ze vooruitkomen.’

  Terug naar het land is leuk en aardig als je goed voor jezelf kunt zorgen. Maar er zijn honderden miljoenen mensen die juist wég willen van hun land!’

Steward Brand

Volgens Ted Nordhaus raakte de milieubeweging zelfs al ergens in de jaren zestig de weg kwijt: ‘Na de Tweede Wereldoorlog was goedkope, overal aanwezige energie nog een progressief ideaal, net als goedkoop voedsel voor iedereen en intensieve landbouwtechnieken om de boeren uit armoede te verheffen. Maar in de jaren 1960 begon links 'grootschalig' en 'gemoderniseerd' gelijk te stellen aan 'kwaadaardig'. Links begon technologie, schaalvergroting en moderniteit te wantrouwen, ten gunste van kleinschaligheid, 'consuminderen' en pastoraliteit’, vertelde Nordhaus aan De Volkskrant. Hij noemt het verlangen naar een dergelijk geïdealiseerd verleden een waanidee: ‘Alsof de mensheid daarvóór in gelukzalige harmonie leefde met de natuur. Welnee; er was honger, ziekte, erosie, bodemuitputting en armoede. De natuur was vaak eenzijdig, verarmd en uitgeput.’

   
De standpunten van de ecomodernisten en hun uitspraken lokken felle reacties uit bij het traditionele groene kamp. Toen ik Ted Nordhaus en zijn medewerker Linus Blomqvist eind september vorig jaar naar ons land haalde voor een lezing in het Europees Parlement en een seminarie aan de Gentse universiteit, zat traditioneel groen duidelijk met de komst van de neo-ecologisten in haar maag. Nog voor Nordhaus en Blomqvist in Gent een woord gesproken hadden, noemde de groene ideoloog Dirk Holemans hen op Twitter al ‘provocerend’, en activisten uit zijn entourage deelden aan de ingang van de Gentse aula protestfolders uit. In een opiniestuk voor De Standaard trachtte Holemans de ecomodernisten weg te zetten als neoliberaal, een scheldwoord in het groenlinkse milieu. De plaatselijke Groen-voorzitter las in Gent tijdens de vragenronde zelfs een tekst voor waarin hij Nordhaus uitmaakte voor industry shill, marionet van de industrie. ‘Hou je genoeg van de natuur om je eigen vooronderstellingen onder ogen te zien?’, riposteerde Nordhaus overigens gevat. Maar misschien zijn de ecomodernisten met hun pleidooien voor ggo's en kernenergie – om de twee meest in het oog springende te noemen – voor hun donkergroene medemens inderdaad een soort ecologische provo's.

   
Ook Bond Beter Leefmilieu-beleidsmedewerker Mathias Bienstman zag zich in de nasleep geroepen om te reageren. Hij zag het Ecomodernistisch Manifest openen met drie centrale ideeën: in kennis en technologie ligt de sleutel tot een geweldig nieuw tijdperk voor de mens (het Antropoceen), de menselijke ontwikkeling moet zich ontkoppelen van de natuur en daarvoor is een intensivering van tal van menselijke activiteiten nodig (decoupling). Dat kan door andere technologieën te gebruiken of hulpbronnen productiever aan te wenden. Bienstman verwees vervolgens naar een opsomming van enkele geschikte technologieën in het manifest:

  In kennis en technologie ligt de sleutel tot een geweldig nieuw tijdperk voor de mens
  ‘Verstedelijking, intensivering van de landbouw, kernenergie, aquacultuur en ontzilting zijn allemaal processen met een aangetoond potentieel om de menselijke druk op het milieu te verkleinen en zo meer ruimte te creëren voor niet-menselijke soorten. De ontwikkeling van voorsteden, landbouw met een lage opbrengst en vele vormen van hernieuwbare energie vragen daarentegen over het algemeen meer land en hulpbronnen en laten minder ruimte over voor natuur.’
   

EEN GEBREK AAN ‘POLITIEK’?

Met hun pleidooi voor kernenergie missen de ecomodernisten volgens Bienstman echter de kern van het energiedebat. Hij schreef: ‘De uitdaging voor de transitie ligt niet zozeer op het niveau van individuele technologieën maar wel in de systemische dimensie, het gewenste beleid en de politieke economie.’

   
Het gebrek aan ‘politiek’ is inderdaad een vaak gehoorde kritiek op het manifest. Esteban Rossi, assistent professor milieu-ethiek aan de Javerina Universiteit in Colombia wijst er echter op dat de politiek terug te vinden is in de talrijke geschriften van Shellenberger en Nordhaus. De ecomodernistische politiek beschrijft Rossi als ‘een eclectisch, ondogmatisch liberalisme dat bereid is om haar veronderstellingen in vraag te stellen en zelfs te veranderen.’ De Britse ecomodernist Mark Lynas plaatst het ecomodernisme centrumlinks, ‘if anywhere’, en ook bij Ted Nordhaus klopt het hart eerder links. Samen met zijn kompaan Michael Shellenberger ziet hij een grote rol voor de staat weggelegd bij de aanpak van de uitdagingen rond milieu en ontwikkeling. Wie dit neoliberaal noemt, maakt een karikatuur van de zaak, maar ook wie denkt dat ecomodernisten eerder links te plaatsen zijn, zit ernaast. Toen de Finse ecomodernisten begin september voor het eerst bijeenkwamen, representeerden de deelnemers bijna het volledige Finse politieke spectrum met leden van de rechts-liberale Coalition Party en van links. Wat de aanwezigen bond, was een gedeeld gevoel van urgentie rond de noodzaak van een sterke milieubescherming én teleurstelling in de bestaande milieubeweging. Janne Korhonen, een van de stichters van de Ecomodernist Society of Finland, schreef op zijn blog dat uit alle gesprekken die hij had gehoord, naar boven kwam hoe opgelucht de aanwezigen waren dat ze een groepering gevonden hadden waarmee ze het eens konden zijn.
   

ECO-REACTIONAIREN VS TECHNO-OPTIMISTEN?

De kritische tot vijandige reacties uit de milieubeweging waren voor mij geen verrassing. Interessanter vond ik de reactie vanuit de ondernemersorganisatie Voka. Stijn Decock, hoofdeconoom bij Voka, pikte al snel in op de discussie en vatte de houding van traditioneel groen goed samen. Hij noemde Dirk Holemans een ‘systeemkritische eco-reactionair’. ‘Zij (de eco-reactionairen) zien een oplossing voor de milieuproblemen hoofdzakelijk in alternatieve socio-economische systemen. Het kapitalisme moet plaats ruimen voor een soort van kleinschalige community-based samenleving die milieuproblemen vooral via lowtech – dicht bij de natuur aanleunende – oplossingen bestrijdt. Technologische doorbraken spelen hierin een beperkte rol. Grootschaligheid is uit den boze en mensen moeten vooral vanuit zichzelf inzien dat ze van levensstijl moeten veranderen.’

   
Met dat ‘pastorale, ietwat kneuterige’ model van Holemans heeft Stijn Decock drie problemen: ‘Vooreerst zijn we op deze planeet met teveel mensen om te geloven dat je de grote milieu/grondstofuitdagingen enkel met kleinschalige lowtech-oplossingen kan aanpakken. Met stadslandbouw kan je nooit de bevolking van miljoenensteden voeden. Bovendien ga je de meerderheid van de mensen niet vrijwillig tot radicaal ander gedrag kunnen aanzetten. En als je ander gedrag verplichtend wil maken, zal je nooit een democratische meerderheid vinden om die radicale andere levensstijl op te leggen.’

   
De ecomodernisten hebben volgens Decock gelijk dat grootschalige technologie het belangrijkste antwoord op de milieu-uitdaging zal vormen, maar hij heeft ook reserves: ‘Toch gaan de ecomodernisten kort door de bocht bij een aantal neveneffecten van die grootschalige oplossingen. Kernenergie, bijvoorbeeld, vormt niet langer de no-brainer die het ooit was; tegenover de ontegensprekelijke voordelen staan toch ook goed te beargumenteren nadelen.’

   
Het debat verloopt daarmee in Vlaanderen grotendeels gelijk met dat in de rest van de wereld. Esteban Rossi merkt op dat politieke ecologisten en de milieubeweging blijven volhouden dat de beloften van technologische vooruitgang niet waargemaakt werden. Omdat de moderniteit verbonden is aan het kapitalisme, menen zij dat het reduceren van de ongelijkheid niet mogelijk is zonder radicale politieke veranderingen, ook al werd het leven de voorbije decennia op heel wat vlakken beter voor heel veel mensen. Critici vergeten volgens Rossi echter dat technologische vernieuwing en demografische transities ook drijvende krachten kunnen zijn achter sociale verandering. Technologie verandert de manier waarop mensen leren, werken en aan het publieke leven deelnemen. De mate waarin deze veranderingen positieve sociale verandering kunnen bewerkstelligen, is onbekend, maar de mogelijkheden zijn enorm. Rossi juicht daarom toe dat de ecomodernisten politieke ecologisten en progressieven uitnodigen om deze mogelijkheden nader te bekijken.
   

NAAR EEN GOED ANTROPOCEEN

De ecomodernisten richten zich in de eerste plaats tot het brede publiek en de politiek met thema's die de traditionele groenen als hun terrein beschouwen. Maar ze willen ook voorbij het ‘narratief van de neergang' rond milieu en ontwikkeling dat het hele maatschappelijk debat doorheen de jaren is gaan overheersen. Volgens Steward Brand is dat alarmisme niet alleen onbruikbaar, het is ook verkeerd. ‘Dat komt doordat er iets unieks is aan de mensheid: wij zorgen niet alleen voor problemen, maar ook voor oplossingen. Het is puur pragmatisme, we hebben te maken met belangrijke problemen en daar moeten we verdomd pragmatisch mee omgaan. Het romantische idee van leven in harmonie met de natuur biedt maar een beperkt scala aan oplossingen. Als je je daarvan kunt losmaken, is er veel meer mogelijk. Want dan begin je rationeel na te denken om je doel van een schone planeet te bereiken. Zo krijg je een goed of zelfs een fantastisch Antropoceen.’

   
Maar er is meer. Een continue staat van alarm mondt uit in apathie, en een teveel aan doemberichten lijdt tot gevoelens van machteloosheid. Recent onderzoek van de socioloog Marc Elchardus bevestigt dit. De twintigers en dertigers van vandaag groeiden op met een constante stroom aan groene apocalyptische boodschappen, waardoor volgens Elchardus acht op de tien mensen uit deze generatie bang zijn.

   
Je zou voor minder, wanneer groene ngo's en partijen je continu bestoken met onheilsberichten waarin ze vaak de feiten aandikken om aandacht te trekken, sympathie voor de 'goede zaak' te wekken of geld los te peuteren. Groenen deinzen er zelfs niet voor terug om problemen geheel te verzinnen, zoals ze dat bijvoorbeeld deden rond de ggo-technologie. Risico's aandikken, feiten uitvergroten, doom and gloom. De cultuur van de angst is een handelsmerk geworden van Groen en haar geestesgenoten uit het middenveld. In zekere zin hebben de alarmistische groenen het ontstaan van de ecomodernisten hierdoor zelf in de hand gewerkt. Heel wat ondertekenaars van het Ecomodernistisch Manifest hebben hun wortels in de klassieke groene beweging, maar stapten op, net zoals ikzelf dat deed, uit ongenoegen over de gang van zaken. Andere ecomodernisten zijn mensen die altijd al interesse hadden voor milieuthematiek, maar die zich om ideologische of inhoudelijke redenen nooit aansloten bij een bestaande groene organisatie.
  Groenen deinzen er niet voor terug om problemen geheel te verzinnen, zoals ze dat bijvoorbeeld deden rond de ggo-technologie

EEN PRAGMATISCH EN HUMANISTISCH PROJECT

Het ecomodernistisch denkkader is pragmatisch en humanistisch en staat voor een bloeiende mensheid in een blakende natuur. Het ecomodernisme lijkt daarom meer en meer op een 'ecologisme voor de 90%'. Volgens de Amerikaanse liberal en blogger Amy Levy – zij schrijft onder het pseudoniem Ecomodernist Mom – is er nood aan een project dat ook de ‘normale’ mensen aanspreekt: ‘Het wordt tijd dat we de onrealistische, dromerige ideeën, zoals economische krimp, begraven samen met de militante Earth First, antimenselijke ideeën, omdat mensen vooruit willen gaan en groeien, of je dat nu leuk vindt of niet. En gek genoeg zijn mensen meestal pro-mens. Het ecomodernisme is een raamwerk dat op een realistische manier een groter deel van de kiezers kan engageren.’

   
De eerder genoemde Esteban Rossi noemde het ecomodernisme bij uitbreiding zelfs ‘milieubescherming voor iedereen’ en ook Ted Nordhaus besluit in De Volkskrant dat het ecomodernisme milieuactivisme is ‘voor de rest van ons’. ‘Kijk, milieuactivisme zoals we dat kennen, komt voort uit een zeer specifieke context: die van de meest welvarende mensen op aarde. Mensen die alles al hebben. Dat levert een debat op dat sterk is gericht op overconsumptie en op de invloed daarvan op het milieu. Maar voor het overgrote deel van de wereldbevolking slaat het nergens op. (…) Ecomodernisme biedt een ander verhaal. Het gaat ons om het milieu én om menselijke ontwikkeling. We willen een verhaal over het milieu uitdragen dat een veel bredere coalitie van betrokkenen kan aanspreken.’

   
Bart Coenen
   
     
Lees het manifest op www.ecomodernism.org
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.