NOVEMBER 2016

JAMES GARVEY

Als je begrijpt wat kritisch denken is, als je een beetje door hebt wat een drogreden is en hoe je die kunt herkennen, dan is het je plicht om je mond open te trekken. Net zoals een redder de plicht heeft om iemand die verdrinkt te redden. © Alle rechten voorbehouden
   

DE VERSCHRALING VAN ONZE DEBATCULTUUR

Heeft u ook met verbijstering het rare verkiezingsjaar in de VS gevolgd? Grote ogen opgezet bij het niveau van het ‘publieke debat’ rond de Brexit? Trekt u zich ook de haren uit het hoofd bij een gemiddelde uitzending van De Afspraak? Al eens geprobeerd te discussiëren met een klimaatontkenner? Je zou er je kop van tegen de muur slaan. Het zijn bittere tijden voor iedereen die houdt van feiten, argumenten, kortom redelijkheid tout court. Een mens zou zich voor minder afvragen wat er gebeurd is met ons vermogen om een beschaafde, degelijke discussie te voeren. Als u zich hierin herkent, moet u zeker eens naar James Garvey komen luisteren op de Nacht Van de Vrijdenker.  

De Britse filosoof schreef met The Persuaders een boek over die verschraling van onze intellectuele cultuur. Overtuiging gebeurt niet meer met argumenten. Sinds de wereld van de PR, marketing en communicatiespecialisten lessen heeft getrokken uit recente wetenschappelijke inzichten in hoe ons verstand eigenlijk werkt, zijn daar andere - effectievere - methodes voor in de plaats gekomen. ‘You are not reasoned with anymore’, aldus Garvey. En dat heeft zo zijn gevolgen.

 
Trump, de Brexit … het is geen al te best jaar geweest voor mensen die een rationele discussie en goede argumenten op prijs stellen. Hoe komt het toch dat argumenten, en zelfs feiten, er helemaal niet meer toe lijken te doen? Wat is er aan de hand?
Er spelen een heleboel dingen mee, ik beweer niet dat ik het hele plaatje kan schetsen. Je kan natuurlijk niet om de rol van moderne communicatietechnologie heen. Neem nu de algoritmen van Google en Facebook. Die laten je vooral zien wat aansluit bij je interesses en voorkeuren. Na verloop van tijd zit je in een soort echokamer, waarin je vooral hoort waarmee je het eens bent. Dat is geen goed idee. Zeker als je weet dat er enkele eigenaardigheden en blinde vlekken zijn in hoe ons menselijk verstand werkt, waardoor je nu eenmaal sneller geneigd bent om bepaalde denkfouten te maken. Cognitieve bias, heet dat. Het illusie-van-waarheid-effect, bijvoorbeeld: als we informatie maar vaak genoeg horen, zijn we sneller geneigd om te denken dat die waar is. Daarom wéét je gewoon dat veel Trumpsupporters hem geloofwaardig vinden als hij zegt dat Google de verkiezingen zal vervalsen. Of dat de vader van Ted Cruz (kandidaat in de Republikeinse voorverkiezingen, n.v.d.r.) betrokken was bij de moord op John F. Kennedy. In hun kleine echokamers op het internet zien ze dat soort complottheorieën immers voortdurend voorbijkomen. 

 
Ook in het debat over de Brexit kwamen er weinig feiten en cijfers aan te pas. In beide kampen werd er voornamelijk op emotie gespeeld en flink wat angst gezaaid. Iets wat ook maar in de verte lijkt op een degelijke inhoudelijke discussie zie je gewoonweg niet. Dat brengt ons tot het onderwerp van mijn boek. Behoorlijke argumentatie, het aangeven van goede redenen waarom iets een juiste beslissing of een goed idee is, wordt in het publieke leven steeds meer uit de weg gegaan. Daar zijn andere dingen voor in de plaats gekomen, zoals framing, nudging en andere prikkels of incentives. Dat proces is al decennialang bezig, en wordt vooral aangedreven door inzichten uit de experimentele psychologie, besluitvormingstheorie, cognitiewetenschap, sociale psychologie en gedragseconomie (behavioral economics, n.v.d.r.).
 

Iets wat ook maar in de verte lijkt op een degelijke inhoudelijke discussie zie je gewoonweg niet


FRAMEN TOT JE OREN ERVAN TUITEN

Trump is wel een heel extreem voorbeeld, maar ook in het discours van ernstige politici zijn er maar weinig sporen van echte argumenten terug te vinden. Op advies van communicatiespecialisten proberen ze vooral om een maatschappelijk debat op een bepaalde manier te framen. Wat is framing eigenlijk en hoe werkt het?
Framing wordt pas serieus bestudeerd sinds de jaren tachtig, maar eigenlijk kennen mensen het al eeuwenlang. De woorden die je gebruikt om over iets te spreken, beïnvloeden hoe je toehoorder erover denkt. Bepaalde woorden roepen nu eenmaal specifieke referenties bij de luisteraar op. In een bijzonder interessante studie uit 2011 kregen mensen een tekst te lezen over criminaliteit in de stad Addison, voorzien van cijfers en statistieken. Daarna werd hen gevraagd om aan te geven of ze kozen voor sociale, preventieve maatregelen in de strijd tegen misdaad, of voor harde repressie. Eén tekst beschreef criminaliteit als een wild beest, de andere als een virus. In de groep die de tweede tekst te lezen kreeg, over criminaliteit als een virus, verdubbelde de steun voor sociale maatregelen ten opzichte van de eerste groep. Het rare was dat geen van beide groepen de invloed van de tekst merkte. Allebei verwezen ze naar de cijfers en statistieken om hun keuze te verantwoorden, terwijl die voor de twee groepen hetzelfde waren.

 
Dus als je een debat in een bepaalde richting wil doen kantelen, gebruik je best termen die op de juiste manier ‘klikken’ bij je toehoorders.
Inderdaad. Als je tegen immigratie bent, zeg dan niet ‘migranten tegenhouden’ maar ‘de grenzen beveiligen’. Veilige grenzen, wie kan er daar nou iets op tegen hebben? ‘Belastingen vereenvoudigen’ is altijd beter dan ‘belastingen hervormen’. Spreek niet over ‘naar olie boren’, maar zeg ‘energie exploreren’. De grootmeester hiervan is Frank Luntz, een Amerikaanse opiniepeiler. Hij schrijft memo’s voor conservatieve politici in de States die hen zeggen welke woorden ze mogen gebruiken en welke niet.

   
Als politicus ontsnap je dus niet aan framing. Je zal een duidelijk idee moeten hebben, of duidelijke instructies volgen, over hoe je iets verwoordt. En dat werkt het beste bij voortdurende herhaling. Elke kans moet je aangrijpen om bepaalde zinsneden of fraseringen in de ether te krijgen. Dat heet dan ‘boodschapsdiscipline’, of carpet messaging (naar analogie met carpet bombing: de tapijtbombardementen tijdens WOII, n.v.d.r.). Op den duur blijft er nog maar weinig inhoud over. Ik speel van miserie political buzzword bingo als er een politicus aan het woord is.
 

Ik speel van miserie political buzzword bingo als er een politicus aan het woord is

PUBLIC RELATIONS VAN IRAK TOT FACEBOOK

Dat politici zich laten bijstaan door communicatieadviseurs is geen geheim. Maar de mate waarin de publieke opinie langs alle kanten bespeeld en gemanipuleerd wordt door PR-firma’s – en vooral de omvang van die industrie – is wel een oogopener.
Ik wil niet klinken als een complotdenker, maar het is een feit dat niet alleen bedrijven of lobbygroepen PR-firma’s inhuren om de publieke opinie te veranderen. Ook overheden doen dat. Hét standaardvoorbeeld hiervan kennen we uit de aanloop naar de eerste Golfoorlog. Indertijd was de publieke opinie in de VS erg verdeeld over de vraag of Amerika ten oorlog moest trekken. De ultieme stemming in de Senaat beloofde kantje boord te worden. Doorslaggevend was de getuigenis van een jong meisje voor het congres. Zij werkte als vrijwilliger in een ziekenhuis dat door Iraakse troepen werd aangevallen. Ze beschreef hoe de Iraki’s prematuurtjes uit hun couveuses namen en op de grond smeten. Die ijzingwekkende getuigenis werd in de aanloop naar de stemming eindeloos herhaald op de Amerikaanse televisie, en heeft een beslissende invloed gehad. Achteraf bleek uit onderzoek dat het hele verhaal een leugen was. Het meisje had nooit vrijwilligerswerk gedaan en er waren geen bewijzen dat het voorval met de couveusebaby’s echt had plaatsgevonden. De burgerbeweging Citizens for a free Kuwait, die verantwoordelijk was voor deze campagne, bleek een zogenaamde front group te zijn. Een lege doos, opgezet door een PR-firma en betaald door leden van de Koeweitse elite.

 
Dit is een klassieker, maar uit de talloze voorbeelden in uw boek blijkt dat dit eigenlijk gangbare praktijken zijn. Op grote en op kleine schaal.
Op den duur leer je ze herkennen. Toen het stadsbestuur van mijn geboortestad in de VS een algemeen rookverbod wou uitvaardigen, doken er opeens allerlei Facebookgroepjes op. Die deden zich voor als actiegroepen van bezorgde burgers die het roken wilden bestrijden. Na wat onderzoek kon ik ze linken aan een PR-bedrijf in de buurt. Dat is een veelgebruikte techniek die astroturfing heet, waarbij valse burgerbewegingen worden opgezet. Ook denktanken zijn een geliefd vehikel voor PR-firma’s om bepaalde ideeën in de buitenwereld te krijgen.

   
Het probleem is dat het heel erg moeilijk wordt om als burger uit te zoeken waar je informatie vandaan komt. Maar we hebben de verplichting om dat uit te pluizen. Een website als Sourcewatch is bijvoorbeeld een degelijke hulpbron. Verder kan een gezonde dosis skepticisme nooit kwaad: wat je ook leest, of dat nu een Wikipediapagina is, een recensie op Amazon of een krantenartikel. Wie heeft er baat bij? Waar komt het geld vandaan?

 

Het probleem is dat het heel erg moeilijk wordt om als burger uit te zoeken waar je informatie vandaan komt. Maar we hebben de verplichting om dat uit te pluizen


Is het een overstatement om dit alles een bedreiging voor de democratie te noemen?
In een democratie zijn mensen vrij om te stemmen. Dat veronderstelt wel een zeker inzicht in wat er in de wereld aan de hand is. Een inzicht dat het jouwe is, waartoe je zelf bent gekomen door er over na te denken. Op basis daarvan neem je een beslissing over wat je wil doen in een democratie: stemmen, een petitie tekenen, betogen … Als je opvattingen (mede)bepaald worden door bewuste desinformatiecampagnes, dan is je stem nog moeilijk vrij te noemen. Als politici niet argumenteren of goede redenen geven maar zich beperken tot framing, of noem het politieke spin, kan je dan een geïnformeerde beslissing nemen? Dan ben je geen vrije burger meer, maar iemand die bewust wordt gemanipuleerd.

 

WINK, WINK, NUDGE, NUDGE

Uw boek gaat lang niet alleen over politiek. We worden dagelijks bestookt met duizenden manipulatieve boodschappen. Veel van de beslissingen waarvan we denken dat we ze autonoom nemen, worden op die manier beïnvloed en in een bepaalde richting geduwd.
Dan spreken we over nudging (van to nudge, een duwtje geven, n.v.d.r.). Als je een goed begrip hebt van hoe ons menselijk verstand en brein eigenlijk werken, kan je de keuzeomgeving waarin mensen terechtkomen op zo’n manier structureren dat je ze in een bepaalde richting kan duwen, of nudgen. In een cafetaria, bijvoorbeeld, moet je het eten hoe dan ook op een of andere manier uitstallen. Blijkt dat als je de chocoladecake achter het vers fruit zet, meer mensen het vers fruit zullen kiezen. Je structureert dus de keuzeomgeving op zo’n manier dat mensen de gezondere beslissing nemen. Geweldig toch! Dit voorbeeld komt uit het boek Nudge van Cass Sunstein en Richard Thaler, grote verdedigers van de praktijk. En tot op zeker hoogte is dat ook zo: als je dan toch een keuzeomgeving moet structureren, waarom dan niet op zo’n manier dat mensen de juiste keuze maken? Het probleem zit ‘m natuurlijk in dat woordje ‘juist’. Hoe bepalen we wat de ‘juiste’ keuze is? Er zijn ernstiger ethische vragen rond nudging, maar het is een veelgebruikte techniek en het is een blijver. Om en bij de 120 landen hebben een of andere vorm van centraal georkestreerd beleid dat gebruik maakt van nudging. Het zit ingebouwd in de werking van banken, verzekeraars, winkels, NGO’s, noem maar op.

 
Hoe komt het eigenlijk dat het werkt? Waarom zijn we zo gevoelig aan nudging?
Inzichten uit de experimentele psychologie en disciplines als de gedragseconomie hebben geleid tot een nieuwe visie op hoe mensen beslissingen nemen. We zijn geen rationele agenten, we doen niet altijd wat in ons eigen belang is. Dat ligt voor een groot stuk aan hoe ons menselijk verstand blijkt te werken. We gaan zelden nauwgezet te werk als we een beslissing moeten nemen in het dagelijks leven, maar we laten ons leiden door ingebakken heuristieken, zeg maar mentale shortcuts. Die heb je in zekere zin nodig om door het dagelijks leven te laveren, anders zou je heel de tijd stil staan bij alle beslissingen die je moet nemen. Het nadeel is dat die ons gevoelig maken voor allerhande denkfouten. De ankerheuristiek bijvoorbeeld: je blijft plakken aan wat je het eerst ziet staan. Je wordt als het ware geprimed en dat heeft een invloed op je inschatting (zo wordt 8x7x6x5x4x3x2x1 hoger ingeschat dan 1x2x3x4x5x6x7x8, enkel door de invloed van het eerste cijfer, n.v.d.r.). Reciprociteit is er nog zo een waaraan we moeilijk kunnen weerstaan: als iemand je iets geeft, heb je de neiging iets terug te geven of terug te doen.

   
Die heuristieken maken deel uit van onze natuur. Ik zei al, ze laten je toe om snel en efficiënt door het dagelijks leven te gaan. Evolutionair gezien is dat voordelig. Neem nu de heuristiek van het ‘sociaal bewijs’. Als een grote groep mensen een bepaalde keuze maakt, zal het waarschijnlijk wel een goede keuze zijn. Voor een oermens op de Serengetivlakte komt dat natuurlijk goed uit: als iedereen van een bepaalde plant eet, zal dat wel geen slechte plant zijn. Zo’n shortcuts zitten dus evolutionair ingebakken in wie we zijn. Dat betekent in de eerste plaats dat ze een diepgaand effect op ons hebben. Daarom dat Facebooklikes zo’n sterke kracht op ons uitoefenen, of dat een getuigenis van een nabije vriend nog altijd veel overtuigender is dan iets abstracts als wetenschappelijk bewijs. Als je die mechanismen goed begrijpt, kan je er handig op inspelen. Of misbruik van maken: het is bijvoorbeeld vrij eenvoudig om de illusie van sociaal bewijs te creëren.
   

OVER KRITISCH DENKEN

Eigenlijk moeten we toegeven dat kritisch nadenken tegen onze natuur ingaat, en dus helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
David Kahneman beschrijft in zijn boek Thinking fast and slow een model van hoe onze hersenen werken, dat uitgaat van twee verschillende circuits. Het ene werkt snel en intuïtief, het andere traag en voorzichtig. Het eerste systeem werk met al die heuristieken, is gevoelig aan denkfouten en blinde vlekken. Het tweede is analytisch en stelt ons in staat om rond die valkuilen heen te denken. Welnu, dat trage, analytische systeem behoort evenzeer tot onze natuur dan het snelle, intuïtieve. Het kost alleen veel meer moeite en is niet lang vol te houden, dus gaan we meestal gewoon mee in de flow van ons intuïtieve circuit. Als je een belangrijke beslissing moet nemen, vertraag dan even en spreek bewust je kritische vermogens aan.

   
Rationaliteit is dus zeker geen deel van onze natuurlijke biologische capaciteiten, zoals bijvoorbeeld ons gezichtsvermogen dat is. Het is iets dat de mens zichzelf heeft moeten leren. En ook als individuele mens moet je het leren. Dat gaat beter als je opgroeit in een sociale omgeving waarin rationeel denken, en het nauwgezet argumenteren en discussiëren, gekoesterd en gewaardeerd worden. Dan zuig je dat op en ben je vertrokken. Ik ben geneigd te denken dat we tegenwoordig in een tegenovergestelde situatie zitten. Er zijn wel plekken, eilanden waar rationaliteit en behoorlijke argumentatie gekoesterd worden, maar in het publieke leven glijden we er steeds verder van weg.

   
Slecht nieuws voor skeptici, humanisten, kortom iedereen die een rationele manier van leven vooropstelt. Hoe kunnen we het tij keren?
Het zijn harde tijden voor mensen die belang hechten aan goede argumenten en feiten. Juist dan is het belangrijk je rug te rechten. Als je begrijpt wat kritisch denken is, als je een beetje door hebt wat een drogreden is en hoe je die kunt herkennen, dan is het je plicht om je mond open te trekken. Net zoals een redder de plicht heeft om iemand die verdrinkt te redden, ook als hij niet van dienst is. Wanneer feiten dreigen ondergesneeuwd te raken, moeten humanisten en skeptici juist harder op tafel slaan en hun stem verheffen. Het is belangrijk dat ze al die cognitieve, menselijke eigenaardigheden begrijpen en dat ze op een gerichte manier inspelen op de menselijke natuur, om zo te bouwen aan een samenleving die rationaliteit en de rede waardeert en hoog in het vaandel draagt, in plaats van er tegenin te gaan.

 

Wanneer feiten dreigen ondergesneeuwd te raken, moeten humanisten en skeptici juist harder op tafel slaan en hun stem verheffen

Daarin is natuurlijk een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Het is ongelooflijk belangrijk om op jonge leeftijd te leren hoe je kritisch denkt, hoe je argumenteert en discussieert. Daar heb je een bepaalde attitude voor nodig: je moet leren discussiëren met de instelling dat de ander wel degelijk een valabel argument kan hebben. En met de bereidheid om – als je betere argumenten hoort dan de jouwe – je opvattingen bij te stellen. Dat zie je nagenoeg nooit, maar je kan dat wel aanleren. Dat is het goede nieuws!

 
We kunnen ons wel degelijk verweren tegen die verborgen beïnvloeding en manipulatie, zegt u aan het eind van uw boek.
Zeker. Dat heeft te maken met een ander psychologisch mechanisme dat meespeelt: het boomerang of push back-effect. Manipulatie werkt maar zolang het verborgen is. Als je door hebt dat je gemanipuleerd wordt, als je merkt dat je in een bepaalde richting geduwd wordt, ontstaat er een psychologische tegenreactie. Dus hoe meer je leert over deze overtuigingsmechanismen, hoe beter je in staat bent om terug te duwen.

 

Hoe meer je leert over deze overtuigings-mechanismen, hoe beter je in staat bent om terug te duwen

Thomas Lemmens
 

James Garvey, The Persuaders. the hidden industry that wants to change your mind. Icon Books Ltd., London: 2016.