SEPTEMBER 2017

FILOSOOF OVER FILOSOOF - Katleen Gabriels over Seneca

Domínguez Sánchez, Manuel: De Dood van Seneca, 1871. Na valse beschuldigingen over een samenzwering tegen Nero werd Seneca in 65 tot zelfdoding gedwongen.
 

 

EEN VRIEND VAN 2018 JAAR

In eerste instantie schreef ik voor deze rubriek een tekst over de Amerikaanse filosoof en wiskundige James Moor (°1942). Als één van de grondleggers van de computerethiek is Moor een onmiskenbaar belangrijke inspirator voor mij. Veel van de hedendaagse problemen, zoals surveillance, privacy en de talrijke veiligheidsschandalen, werden decennia geleden al door hem voorspeld. Omwille van het themanummer over de Nacht van de Vrijdenker verschoof mijn artikel over Moor naar het januarinummer, wat me de tijd gaf om verder na te denken. Ja, Moor is een inspirator, maar toch vooral op werkvlak. Als het gaat om inzichten die mij in het leven van alledag inspireren, zijn er andere bezielers, in het bijzonder de Romeinse filosoof en schrijver Seneca.

 
Over de levensloop van Lucius Annaeus Seneca heerst veel onduidelijkheid. Waarschijnlijk werd hij in het eerste jaar voor onze jaartelling geboren, al kan dat ook het achtste of het vierde jaar geweest zijn. Seneca zag het levenslicht in het Zuid-Spaanse Cordoba, maar groeide, als zoon van een welgestelde familie, op in Rome waar hij invloedrijk werd als staatsman en filosoof. In 41 verbande keizer Claudius hem naar Corsica, na een affaire met de zus van Caligula. Pas in 49 werd hij uit ballingschap teruggeroepen, om in Rome te werken als mentor van Nero, van wie hij later politiek raadgever werd. In 62 trok Seneca zich terug uit het publieke leven. Na valse beschuldigingen over een samenzwering tegen Nero werd hij in 65 tot zelfdoding gedwongen. 

 
Seneca’s werk bestaat voornamelijk uit traktaten (dialogi), brieven en tragedies. Qua filosofische school behoort hij tot de Stoa of het stoïcisme. Bij de stoïcijnen staat de wijsheid van het goede leven, en de rol van deugdelijkheid daarin, centraal. Het is essentieel om te leven in overeenstemming met de natuur. De Stoa hecht veel belang aan zelfzorg en rede. Hoewel het uitgangspunt is dat er orde en voorzienigheid in het universum zijn, beschikt de mens toch over vrije wil. In het werk van Seneca is steeds een morele dimensie aanwezig.
   

EIGEN JEZELF TOE

Tot zover de feiten. Waarom kies ik Seneca voor deze rubriek? Waarom pleit ik voor een filosoof die, in De Constantia Sapientis, de vrouw omschrijft als een dier dat niet nadenkt? Vanzelfsprekend ga ik niet met al zijn stellingen akkoord. Maar zijn talrijke oefeningen in de praktische filosofie, waarbij hij richtlijnen uitschrijft voor het goede leven, werken inspirerend. Veel van zijn schrijfsels, steevast geschreven in een heldere stijl, lezen bovendien verrassend actueel.

   
Een eerste belangrijke inspiratiebron is de waarde die hij hecht aan zelfonderzoek. De eerste brief van zijn Epistulae Morales ad Lucilium, gericht aan zijn jongere vriend Lucilius, heft hij aan met ‘vindica te tibi’: ‘eigen jezelf toe’ of ‘besteed tijd aan jezelf’. Hij roept Lucilius op grondig te investeren in zelfkennis en gewetensonderzoek. Als je weet waar je voor staat, dan raak je jezelf niet kwijt als je iets overkomt. In brief zestien schrijft hij: ‘Pluis jezelf uit en onderzoek jezelf op verschillende manieren en houd jezelf in de gaten; kijk vooral hiernaar, of je vorderingen gemaakt hebt in de filosofie of in het leven zelf.’ 

   
Ieder van ons hangt aan zichzelf vast en dat kan een lastige opdracht zijn. Velen zijn druk bezig met zichzelf te ontvluchten: ze gaan op reis, maken uitstapjes, boeken een weekendje weg, maar ze zijn nog niet teruggekeerd of gevoelens van ongemak en rusteloosheid bekruipen hen alweer. In De Tranquillitate Animi schrijft Seneca hierover: ‘De ene reis na de andere, show na show. Zoals Lucretius het zegt: Op die manier vlucht ieder voor zichzelf. Maar wat heb je eraan als je niet ook echt ontsnapt? Je volgt jezelf, je zit jezelf steeds lastig op de hielen. We moeten dus beseffen: niet de locaties zijn ons probleem maar wijzelf.’

  Je moet niet verbaasd zijn dat het reizen je geen goed doet, wanneer je altijd jezelf meeneemt, je blijft immers opgezadeld met de reden die je wegdreef
En hij vervolgt: ‘Als alle ontspanning wegvalt die juist aan die drukke bezigheden te danken is, wordt het ondraaglijk: dat huis, die stilte, die vier muren. En met tegenzin zie je dat je bent overgelaten aan jezelf. Het gevolg? Verveling, ontevredenheid met jezelf, ongedurigheid doordat je nergens geestelijk rust vindt. Uitzitten van je vrije tijd, bedrukt en ellendig.’ Net daarom zijn zelfonderzoek en –kennis zo essentieel: als je met jezelf een goede relatie onderhoudt, heb je geen reden om voor weg te vluchten of om weg te zakken in verveling of zelfbeklag. Wie zichzelf zaken te verwijten heeft, is (geestelijk) onvrij en leeft dag in dag uit samen met een vijand die nooit vertrekt. Ook Socrates, waaraan Seneca refereert in brief achtentwintig, sprak hierover: je moet niet verbaasd zijn dat het reizen je geen goed doet, wanneer je altijd jezelf meeneemt, je blijft immers opgezadeld met de reden die je wegdreef. 

 
In zijn Essays schrijft de 16de-eeuwse Franse filosoof Michel de Montaigne in de geest van zijn grote leermeester Seneca deze prachtige woorden: ‘Je moet er niet langer naar streven dat de wereld over je praat, maar leren met jezelf te praten. Keer tot jezelf in, maar bereid je eerst goed voor, zodat je daar waardig ontvangen wordt.’ Wie zichzelf goed kent, is ook minder ontvankelijk voor het oordeel van anderen en laat zijn leven niet van (de goedkeuring van) anderen afhangen.

  'Keer tot jezelf in, maar bereid je eerst goed voor, zodat je daar waardig ontvangen wordt’
Michel de Montaigne

Zelfkennis is ook weten wat je talenten zijn, zodat je je tijd goed kunt besteden en niet nodeloos gefrustreerd raakt. In De Tranquillitate Animi lezen we: ‘Je moet nagaan of jouw karakter beter past bij praktische activiteit of bij rustige studie en reflectie. Vervolgens moet je de kant kiezen waar je talenten liggen.’ Seneca pleit nergens voor ongebreideld individualisme. Ieder van ons moet verantwoordelijkheid opnemen voor het ontwikkelen van een moreel karakter. Innerlijke vrijheid en zelfkennis fungeren daarbij als moreel kompas. In De Vita Beata stelt hij: ‘Mensen helpen, dat moet ik van de natuur. En of die nu slaaf zijn of vrij, vrijgeboren of vrijgelaten, officieel vrijgelaten of in de vriendenkring, wat maakt het uit? Overal waar een mens is bestaat de gelegenheid goed te doen.’
 

TIJD IS GEESTELIJK VOEDSEL

Een tweede thema bij Seneca dat mij in het bijzonder aanspreekt, is dat van zinvolle tijdsbesteding. Vandaag leven velen steeds meer op het ritme van de media. Gemiddeld zouden we 88 keer per dag op onze smartphone kijken. Het onderhouden van onze mailbox(en) is een vorm van sisyfusarbeid: tegen dat je al je mails beantwoord hebt, loopt de respons erop al binnen. Slow-bewegingen, onthaasten en digital detox zijn ondertussen gekende fenomenen. Tegelijkertijd cultiveert onze maatschappij drukte als een statussymbool: wie het niet druk heeft, doet niet genoeg haar best en haalt niet voldoende uit het korte leven.

  'Overal waar een mens is bestaat de gelegenheid goed te doen’
Seneca 
Het ‘druk druk druk’-discours is echter geen 21ste-eeuws fenomeen. Door Seneca weten we dat dit debat eeuwenoud is: ‘Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort; we hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord’ (De Brevitate Vitae). Hij houdt vervolgens een pleidooi om kieskeuriger om te gaan met tijd. We bekommeren ons vooral om materieel bezit, maar niet om het immateriële, zoals tijd. Maar als iemand vraagt of je ‘eventjes tijd’ hebt, antwoord je daar volgens Seneca beter niet achteloos ‘ja’ op. Je moet goed weten waaraan je je kostbare tijd precies uitleent, want die krijg je nooit meer terug. Ook is het dwaas is om je leven en plannen uit te stellen tot ‘later’.

  Het ‘druk druk druk’-discours is geen 21ste-eeuws fenomeen. Door Seneca weten we dat dit debat eeuwenoud is
Velen hebben het druk druk druk, maar als je van naderbij bestudeert waarmee precies, blijken ze zich onledig te houden met ‘druk nietsdoen’, stelt Seneca. In De Tranquillitate Animi schrijft hij: ‘We moeten bezuinigen op al dat rondrennen wat we een groot deel van de mensen zien doen. Ze dwalen langs huizen, theaters, forums, bemoeien zich met andermans zaken, steeds lijken ze druk bezig. (...) Rondhangen zonder duidelijk plan, op zoek naar een bezigheid. Niet iets doen wat je hebt bedacht maar wat op je weg komt.’

   
In plaats van je te laten opjagen en krampachtig een doel te zoeken, focus je je beter op gerichte activiteiten. Filosofie is voor Seneca, uiteraard, een nuttige en zinvolle tijdsbesteding. In brief 1 schrijft hij aan Lucilius: filosofie ‘vormt en kneedt de ziel, ordent het leven, stuurt het handelen, geeft aan wat gedaan en nagelaten moet worden, zetelt aan het roer en stuurt de vaart door hachelijke stromingen.’ Ook je vrienden kies je beter verstandig: ‘Vooral als het om mensen gaat moeten we selectief zijn. Zijn ze de moeite waard om een deel van ons leven aan te besteden?’ (De Tranquillitate Animi).

   
In onze 24/7 cultuur waarin we onverwijld bereikbaar willen zijn en updates van vrienden steeds binnenstromen via sociale media, staat onze geest onder spanning. We zijn wel bezig, maar geraken niet altijd vooruit. Het belang van rust voor de geest is ook een thema bij Seneca. ‘Ja, we moeten geestelijk kunnen bijkomen, en dat vraagt geregeld om tijd. Want tijd is ons geestelijk voedsel, tijd geeft kracht. Ook wandelingen maken in de natuur werkt goed, dan komen we buiten de deur en krijgen we frisse lucht. (...) Soms geeft ook een rijtochtje, een reis, een wisseling van streek nieuwe energie, of een gezellig samenzijn en ‘vrij drinken’’ (De Tranquillitate Animi).

   
Hij roept op om elke dag op tijd te stoppen met werken en prijst hiervoor zijn politieke voorvaders: ‘Onze voorvaders hebben een verbod ingesteld in de senaat: geen nieuwe voorstellen meer na vier uur!’ (De Tranquillitate Animi) Onze beleidsvoerders, die met een vermoeide geest gewichtige beslissingen durven nemen tijdens nachtelijke bijeenkomsten, zouden baat hebben bij het lezen van de gekende Romeinse filosoof.
   

LACH OM HET LEVEN

Seneca propageert ook het belang van intellectuele zelfstandigheid: durf je eigen pad te bewandelen, zelfs al is dat niet de weg van de meerderheid. ‘Iedereen wil liever anderen geloven dan zelf oordelen’ (De Vita Beata). Enkel door zélf te denken voorkom je dat je gedachteloos mee stapt in iets. ‘Het belangrijkste wat ons dus te doen staat, is niet als schapen de kudde volgen van wie voor ons lopen, zodat we niet voortgaan in de richting die wij moeten gaan, maar die men gaat,’ schrijft hij in De Vita Beata. Als we achteloos volgen zonder in vraag te stellen of dat pad wel wenselijk is, ‘verslijten we ons korte leven op doolwegen.’ Een belangrijke les die hij meegeeft: hoed u voor de massa.

  Enkel door zélf te denken voorkom je dat je gedachteloos mee stapt in iets
En ja, het leven kan een last zijn en ‘soms bekruipt je een algehele weerzin tegen de mensheid’ (De Tranquillitate Animi). Toch roept hij op om positief ingesteld te blijven en steeds de humor in het leven te zoeken: ‘laten we liever Democritus nadoen dan Heraclitus. De eerste moest altijd lachen zo gauw hij in het openbaar verscheen, de tweede huilen’ (De Tranquillitate Animi).
   

MENSELIJK AL TE MENSELIJK

Uiteraard ben ik het zeker niet altijd eens met hem. Bijvoorbeeld als hij schrijft over berusten in het ‘lot’: ‘Je moet dus berusten in je toestand en daar zo min mogelijk over klagen. Kijk naar de goede kanten ervan en grijp die vast. Iets kan nog zo verschrikkelijk zijn, wie het hoofd koel houdt vindt iets van troost’ (De Tranquillitate Animi). Het is net doordat velen net niét berustten, dat we morele vooruitgang konden boeken. Denk maar aan het lot dat vrouwen eeuwenlang beschoren was, en in veel landen helaas nog steeds is. Gelukkig is Seneca in dezen niet altijd consequent; zo roept hij ook op om boven jezelf uit te stijgen. ‘Daarom is afwijken uit de normale baan nodig. Weg galopperen, op de leidsels bijten, je ruiter meevoeren en naar hoogten brengen waar hij zelf niet naar had durven opstijgen’ (De Tranquillitate Animi).

   
Seneca werd vaak hypocrisie verweten. Zo komt zijn pleidooi voor een sober leven niet bepaald geloofwaardig over, gezien zijn enorme rijkdom. In De Vita Beata bijt hij daarom van zich af: ‘Ophouden dus met dat geldverbod voor filosofen! Niemand heeft de wijsheid veroordeeld tot armoede. Het bezit van een filosoof mag gerust omvangrijk zijn. Als hij het maar bij niemand heeft weggehaald en er geen bloed van anderen op zit, als hij er maar aan is gekomen zonder iemand onrecht te doen, zonder smoezelige zaken.’ In zijn werken houdt Seneca zich vast aan een ideaal, terwijl hij toegeeft dat hij zelf menselijk en bijgevolg feilbaar is: ‘ik drijf nog in een zee aan karakterfouten’ (De Vita Beata).

   
Om deze redenen en vele andere raad ik iedereen van harte aan om zich te verdiepen in het werk van Seneca. Veel van zijn naar het Nederlands vertaalde traktaten werden bovendien in mooie, kleine boekjes uitgegeven, die ideaal zijn om te schenken aan geliefden, vrienden en kennissen. Een werk van Seneca cadeau doen is echt veel fijner dan die obligate chocolade, bloemen of wijn, omwille van het blijvend genot (en bijwijlen ergernis) voor de geest.

   
Katleen Gabriels
   
     
Over de auteur:
Katleen Gabriels studeerde Germaanse Talen en Moraalwetenschappen en is doctor in de Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen. Momenteel werkt ze als postdoctoraal onderzoeker aan de VUB. Katleen is gespecialiseerd in media- en computerethiek; afgelopen oktober verscheen haar boek Onlife. Hoe de digitale wereld je leven bepaalt (Lannoo).

   
     
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.