MEI 2017

BLOEDVERWANT

 

In deze rubriek geven Tim Deschaumes en Ive Verdoodt een impressie in handpalmformaat van twee verwante films 

 
     


Still uit Mouchette van Robert Bresson

MOUCHETTE

van de koele meren des doods

Sommige films beginnen met hun laatste beelden, althans in onze herinnering. Dat geldt zeker voor Robert Bressons Mouchette (1967), waarvan de slotscène een verlengde afgifte van verwondering nalaat. Na een leven vol vernederingen en misbruik kiest het tienermeisje Mouchette ervoor om haar bestaan abrupt uit te wissen. Wat ze doet, lijkt aanvankelijk op een kinderspelletje, maar is een daad van zelfdestructie. Neergevlijd in het bos, wikkelt ze zichzelf in een nieuwe jurk als in een lijkwade, en laat zich van een helling naar beneden rollen in de richting van een waterplas. Er zijn drie pogingen nodig om ten slotte in het water te belanden. Bresson werkt met een ellips: Mouchettes rollende lichaam verdwijnt uit beeld, alvorens het geluid van de plons en het opspattende water haar val over de rand van de oever suggereren. Doordat er minder wordt getoond, is er meer te zien. De val in het water vindt off-screen plaats en moet door ons geestesoog worden ingevuld. 

Met de blik op het nog rimpelende wateroppervlak zet Monteverdi's Magnificat uit de Mariavespers in. Het is muziek vol mededogen, die de genade evoceert die het meisje uiteindelijk ten deel valt. Het Magnificat loopt door nadat het laatste shot al is uitgevloeid naar zwart, wat Mouchettes lotsbestemming extra navoelbaar maakt. Dat er – met uitzondering van de begingeneriek – in de rest van de film geen extern toegevoegde muziek te horen is, vergroot nog het louterende effect ervan. 

Amper zevenenzeventig minuten verteltijd eerder had Mouchettes terminaal zieke moeder zich nog bezorgd afgevraagd hoe haar kinderen zonder haar zouden verderleven. De film beklemtoont afwezigheid. Mouchette mist veel: haar moeder die op het punt staat uit haar leven te verdwijnen, een liefhebbende vader, kinderlijke zorgeloosheid en basiscomfort. Nederig en gelaten ondergaat ze haar vaders willekeur. Het meisje neemt de zorg voor het huishouden op. Ze verzorgt zowel haar moeder als de stroper Arsène, die een epileptische aanval krijgt tijdens een nachtelijke scène in het bos. Zo verpleegt ze de man die haar nadien verkracht. Mouchettes morele zuiverheid wordt niet beloond, maar geschonden door een wrede dorpsgemeenschap. 

Bresson toont het leven als prooi. Zoals de jagers zich meedogenloos inspannen om een haas om te brengen, zo voeren de dorpsbewoners Mouchette stap voor stap naar de afgrond. De haas redt het niet. Bij de aanblik van het aangeschoten dier, vereenzelvigt Mouchette zich met het lijden dat zich voor haar ogen afspeelt. Voor het eerst lijkt ze doordrongen van het besef dat haar lot gelijkaardig is. Kort daarna rolt ze van de helling, in het water van de koele meren des doods, waar verlossing is. 

Ive Verdoodt




Still uit Rosetta van Jean-Pierre en Luc Dardenne
 

Rosetta

Een zwijgzame amazone

In de films van Jean-Pierre en Luc Dardenne wordt meer dan gemiddeld gezwegen. Zwijgende personages hebben altijd een sterke impact op de kijker. Ze intrigeren of irriteren. Een personage dat zwijgt, is als een foto zonder bijschrift, open voor tal van interpretaties. De gebroeders Dardenne vertellen altijd een verhaal van individuen die zich in zichzelf hebben opgesloten. Hun personages zijn mysterieuze zielen met urgente beweegredenen. Meestal zijn ze kort van stof. Ze hebben geen tijd voor loze praatjes, want er staat te veel op het spel. De blik zonder woorden, de onuitgesproken gedachte en de stomme taal van het lichaam behoren tot het vertrouwde palet van de regisseurs. 

Die esthetiek kreeg voor het eerst haar volledige beslag met Rosetta (1999). In de film worstelt het gelijknamige hoofdpersonage met het verlangen een zo normaal mogelijk leven te leiden. Praten over de penibele omstandigheden waarin ze zich met haar alcoholistische moeder bevindt, kan Rosetta niet. Verbeten blijft ze zoeken naar werk.Het jonge meisje bevindt zich onophoudelijk in overlevings- en gevechtsmodus. Haar zwijgzaamheid lijkt een logisch gevolg van de concentratie die het vergt om het leven de baas te kunnen. De film toont haar vaak verzonken in solitaire, woordenloze handelingen. Soms krijgen die het karakter van terugkerende rituelen. Zo vervangt Rosetta telkens haar schoenen door rubberlaarzen als ze de morsige camping betreedt waar ze woont. Alsof ze daar – letterlijk aan de rand van de samenleving – enkel als een amazone in battle dress kan functioneren. 

De camera werpt zich voortdurend op Rosetta's nek en rug terwijl ze vecht, vlucht, hijgt of dingen versleept. Zo maakt de film vooral een lichaam hoorbaar en zichtbaar door het onafgebroken te belagen. Als er toch gesproken wordt, is het meestal kortaf, bits of ontwijkend. Eén keer zijn het voor zichzelf gefluisterde woorden van troost. Dan weerklinkt een schreeuw in doodsnood, in de aangrijpende scène waarin Rosetta bijna verdrinkt: ‘Mama! Er is slib! Er is slib!’ De moeder vlucht en eens te meer is het meisje op zichzelf aangewezen. Ze redt zich uit de zuigende modder, maar gaat later toch kopje onder in de materiële en spirituele armoede van haar leefwereld.

De Dardennes koesteren een heilig vertrouwen in de beelden die ze creëren: nooit schiet toegevoegde muziek te hulp. Ze willen de ogen van hun kijkers niet ‘dichtstoppen’ met muziek. Zonder een muzikaal element dat de betekenis verankert, blijven de stilzwijgende beelden meerduidig. Tot en met het laatste shot, van Rosetta's betraande gezicht, eerbiedigt de film de ondoorgrondelijke ziel van het meisje. 

Ive Verdoodt
   
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.