MEI 2017

ULRIKE BOLENZ


Het project ‘De zeven zuilen der lachenden’ van Ulrike Bolenz, waarvan nu al vier klaar zijn, is gestart in 2015. Elke zuil wordt in zeven exemplaren gemaakt, dus in totaal komen er 49 zuilen.
 

 

FEMINISTE ULRIKE BOLENZ ANALYSEERT ONZE HOOFDSTAD MET HAAR PENSEEL

Signum in Heidelberg (Duitsland) is de galerie waarin Ulrike Bolenz, ondertussen dertig jaar geleden, voor het eerst haar werken exposeerde. Voor zijn reeks artistieke en literaire ontmoetingen vroeg de Duitse galeriehouder Winfried Heid, die ondertussen internationale bekendheid verworven heeft in de uitgave van kunstboeken en mooie catalogi, Bolenz haar indrukken van de stad Brussel weer te geven in enkele schilderijen. Zij vroeg op haar beurt aan Willem Elias om er teksten aan toe te voegen. Dit alles resulteerde in het boek Brussel, een artistieke en literaire ontmoeting met de Europese Metropool.

De Duitse kunstenares Ulrike Bolenz, die sinds lang in de buurt van Brussel leeft, sinds 2008 de Belgische nationaliteit erbij heeft en de drie landstalen machtig is, werd bekend met een feministisch te noemen soort kunst. Niet dat type dat het castratiedenken toepast en humor verbant, maar de versie die de emancipatie van de vrouwelijke erotiek en de beaming van de lichamelijkheid als hemel op aarde van het genot, bewerkstelligt. ‘Baas in eigen buik en in de toeleiding daartoe’, is het motto. Tegelijk wordt de lach niet geschuwd als medium dat valse zekerheden ondermijnt.

 
Via chemisch vervaardigde materialen, maar ook beenderlijm wordt aangewend, maakt ze transparante vlakken die ruimtelijk eerder aansluiten bij de sculptuur en bij de installatie. Ze vertrekt van foto’s die afkomstig zijn van videostills zodat ze het geschikte beeld goed kan bepalen. Het fotografische confronteert ze vaak met het tegengestelde, de wild gekrabbelde schets waardoor er een boeiend contrast ontstaat. In een reeks heeft ze die vlakken ook opgerold waardoor het zuilen worden die ze symbolisch ergens plaatst. De zeven zuilen der lachenden is bijvoorbeeld een project waarbij ze zeven monumentale zuilen wil plaatsen op zeven continenten. Hoewel ze met dit concept reeds in 1995 in Berlijn heel wat wind deed opwaaien, stak ze er recent nieuw leven in, toen ze vernam dat Turks vicepremier Bülent Arinç aan vrouwen het lachen in het publiek had verboden. De zuil is een symbool voor macht of religieuze verering. De lach is er de ondermijning van. Met een knipoog naar de oude culturele betekenis van de zuil, benadrukt ze de lach als levensblijheid en garantie op de vrijheid van geest. Ulrike Bolenz wil ons bewust maken van haar overtuiging dat ‘het geloof in de mens bevestigd moet worden door vreugde, tolerantie, solidariteit en openheid voor de diversiteit van het menselijke denken’. 

 

‘het geloof in de mens moet bevestigd worden door vreugde, tolerantie, solidariteit en openheid voor de diversiteit van het menselijke denken’


Naast de beelden met triomfantelijk bevrijdingseffect zijn er ook minder vrolijke foto’s. Ze heeft immers ook oog voor de verscheurdheid van de wereld, voor de tragiek die eruit bestaat dat de mooie kant van het leven onvermijdelijk gepaard gaat met de lelijke. Het vliegen geeft risico op vallen. Dat weten we sinds het Icarusverhaal. Overigens een terugkerend thema in haar werk. De vlucht, de toekomst; de val, de dood en tussenin de overmoed. Maar er zijn veel voorbeelden van concepten die na een kleine verschuiving een grote verandering teweegbrengen en in een nadeel doen omdraaien. De kracht, de vrijheid; de macht, de beroving ervan en tussenin het misbruik. Deze problematiek toont ze via de voorstelling van mannenlichamen die deze dubbelzinnigheid uitdrukken. In scherp contrast hiermee staan haar vrouwelijke naakten. Hier geen machtsvertoon, maar ingetogenheid. De vrouw transplanteert haar psyche, haar gemoed, op de huid. Behalve zichtbaar wordt die innerlijke wereld aldus ook strafbaar. Althans zo lijkt het. Deze betekenis van de intimiteit wordt nog brozer doordat ook de gedachte aan de vergankelijkheid opgeroepen wordt. Hier lijken de vleugels minder het vliegen dan wel de kwetsbare broosheid te suggereren.

   
In de artikels die over het werk van Ulrike Bolenz verschenen zijn, wordt er geregeld gezegd dat haar naakten niet erotisch zijn. Kunstcritici mogen veel, maar een oordeel vellen over de erotische dimensie van een beeld is zeker hun taak niet. Het is hier niet de plaats om het lijstje van de seksuele perversiteiten te citeren, maar meer nog dan over smaak valt over het erotische niet te redetwisten. Wat wel juist is, is dat Bolenz het naakt niet misbruikt om het erotische expliciet te maken. Dit past overigens in haar stijl waarin ze probeert zo expressief mogelijk te zijn, zonder expressionist te worden. 

  Kunstcritici mogen veel, maar een oordeel vellen over de erotische dimensie van een beeld is zeker hun taak niet
Dat is ook zo in haar olieverfschilderijen. Naast haar multimediatechniek is ze inderdaad ook een gedegen schilder. Zeer kleurrijk brengt ze figuren in beeld in een wirwarrende omgeving, al dan niet herkenbaar. Ze is daarenboven een goede portrettist. Dat ze het portret van Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy geschilderd heeft weze haar vergeven. In het Duits bestaat allicht de Gentse term ‘tjiezekesmuile’ niet voor ‘hypocriet’. 
  In het Duits bestaat allicht de Gentse term ‘tjiezekesmuile’ niet voor ‘hypocriet’

KLEUR GEVEN AAN BRUSSEL

Interessanter is de wijze waarop ze een analyse gemaakt heeft van Brussel en gelijktijdig de kenmerken van een grootstad heeft blootgelegd. De Duitse Galerie Signum Winfried Heid maakt sinds geruime tijd edities, kleine bibliofiel uitgegeven boekjes, hebbedingetjes over cultureel belangrijke steden. Daarbij vraagt hij aan een kunstenaar om de hoekjes die treffend zijn voor een stad te schilderen. Aan een auteur wordt gevraagd om over die pittoreske verwerking te schrijven, een gedicht of een statement. Hij vroeg aan Ulrike Bolenz om dit voor Brussel te doen en zij vroeg mij om daar wat woorden bij te verzinnen. 

   
Na Venetië had hij misschien beter Brugge genomen, want met de aanslagen van vorig jaar was Brussel even niet de plek om poëtisch over te doen. In Brugge bleven de zwanen heelhuids, in Brussel niet. Daar heersen sindsdien de sporen van terreur. Angst was de sfeer. Terrorisme is nu eenmaal oorlog zonder gekende plaats en tijd, met evenmin scherp afgelijnde vijanden. Iedereen is verdacht. Maar tevens voelt iedereen zich bedreigd. Allicht begrijpelijk, maar toch ook wat ongegrond. Het leven in Brussel kwam vlug terug op gang en bruist ondertussen opnieuw. Naast de pessimisten die de hoofdstad van Europa, België en Vlaanderen mijden, zijn er ook de realisten, die weten dat dit gevaar nu eenmaal deel uitmaakt van het grootstedelijke. In Poepeloerekapelle hoeft men geen aanslagen te vrezen, evenmin het begin van een revolutie. Een grootstad is ook altijd een politieke plek, waar niet enkel gedebatteerd wordt, maar ook symbolische daden gesteld worden. Zowel positieve als negatieve, zowel aanslagen als de broederlijke wakes aan het Beursgebouw voor de slachtoffers. 

  In Poepeloerekapelle hoeft men geen aanslagen te vrezen, evenmin het begin van een revolutie
Het plan om dat boek te maken dateert van voor de 22-maart-aanslagen, maar Ulrike zag toch nog de kans om er één beeld aan te wijden. Ze deed dit naast de andere aspecten van de grootstad. Het mocht geen rampenboek worden. Wat me eerst als een reeks lukrake beelden van zelf geprefereerde locaties leek, bleek achteraf een zorgvuldig afgewogen reeks kenmerken van de stedelijkheid. De kunst evenaart hier de sociologie. Op een mum van tijd weet men wat een stad is. Ze heeft de schoonheid van Brussel begrepen en geeft die door aan haar toeschouwers. Leuke plekken die op zich de moeite voor een détour lonen, worden door haar sensueel in de verf gezet. De eetcultuur van de Beenhouwersstraat, waar Johan Verminnen zo mooi over zingt; het red light district aan het Noordstation; het Monument van de Onbekende Soldaat; de antiekbuurt aan de Zavel; de onvergetelijke praal van de Grote Markt, … met wilde stroken verf voegt ze er haar eigen beleving aan toe en doet ze goesting krijgen om in de buurt een van de vele gezellige cafés te bezoeken en zowel over de indrukwekkende als over de weemoedige kanten van de grootstad te mijmeren. Ze geeft kleur aan Brussel. En dat is de taak van de kunst: ons te leren niet bij de al te realistische feitelijkheid te blijven zitten. Die is er al, die hoeft men niet te maken. 

  Ze heeft de schoonheid van Brussel begrepen en geeft die door aan haar toeschouwers.
Dat is de taak van de kunst: ons te leren niet bij de al te realistische feitelijkheid te blijven zitten, die is er al, die hoeft men niet te maken
Willem Elias
   
     

   
Ulrike Bolenz, ‘Europa op de Kreeft’ (2015): ‘Een hoofdstad is de agora voor het politieke debat, de discussie over wat met de polis te doen staat. Niet voor niets heeft ‘dorpspolitiek’ een pejoratieve klank. In de stad wordt behouden wat is, conservatisme of wordt het gevestigde omwenteld, revolutie. Nieuwe ideeën ontstaan in de stad, zelfs bannelingen denken vanuit het stedelijke. Ulrike laat met een dynamiek van het futurisme in de penseelslag, de Fenicische prinses Europa, strijdend rijden met de allures van een Marianne uit de Franse revolutie, Victoriaans gezeten niet op een stier, maar op een rode kreeft zonder elastiekjes om de scharen. Haar naaktheid is geen verleidelijkheid maar drieste bevrijdende emancipatie van de vrouw, aspect van het nieuwe feminisme, een hunkering naar zelfstandigheid. ‘Vrijheid, gelijkheid en zusterlijkheid’ is de leuze. Ulrike wil de westerse waarden van tolerantie en pluralisme veilig stellen. In Brussel wordt al eens, te pas of ten onpas, al naar gelang men het bekijkt, ‘Vive la République!’ geroepen wanneer een nieuwe koning gekroond wordt. Benieuwd of dat ook het geval zal zijn als Brussel-België ooit een koningin de troon laat bestijgen?’
Willem Elias.

   
     
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.