Kernzieke geneeskunde



   

GIE van den berghe

In 2018 slikte 15% van de Vlamingen ouder dan vijftien ‘geneesmiddelen’ die bepaalde psychische functies onderdrukken (psycholeptica). Meer dan achthonderdduizend mensen gebruikten angstwerende
middelen, slaapmiddelen, antidepressiva of medicijnen die de psyche stimuleren. Minstens zeven op honderd Vlamingen namen antidepressiva, wat overeenstemt met het Europees gemiddelde voor de jaren 2013-15

 

 

boekenrevue: 'hippocrasy. how doctors are betraying their oath'  

Dit cijfermateriaal, gebaseerd op vragenlijsten ingevuld door een representatieve groep mensen, geeft weer wat ze kwijt wilden. In werkelijkheid werden vermoedelijk heel wat meer middelen gebruikt. Voor Vlaanderen en België vond ik geen officiële cijfers, ook niet bij de bevoegde instanties (niet vrij beschikbaar voor leken heet het). In Groot-Brittannië kreeg in 2017 12% van de bevolking antidepressiva voorgeschreven. Drie jaar later kreeg één op de vier Britten een herhaalrecept voor legale verslavende middelen (antidepressiva, kalmeermiddelen, opiaten). In Nederland zou 15% van de inwoners antidepressiva gebruiken en bij 20% van de gebruikers halen ‘normale’ behandelingen (antidepressiva, elektroshocktherapie) niets uit.  

PAARDENMIDDEL

Dat zovelen geen baat hebben bij de gangbare stemmingregulators wijst volgens een recent artikel in het (Nederlands)
Tijdschrift voor Psychiatrie (augustus 2020) op een grote behoefte aan nieuwe middelen. Ketamine lijkt veelbelovend,
wordt al door enkele psychiaters gebruikt in hun praktijk, ook al is nog niets geweten over werkzaamheid op lange termijn of bijwerkingen [psychedelische drugs zoals LSD en paddo’s worden de laatste jaren wel vaker aangeprezen voor mentale problemen, n.v.d.a.].

Het in 1926 synthetisch vervaardigde ketamine brak begin jaren 1960 door als verdovingsmiddel voor operaties op
paarden. Het werd voor het eerst op mensen gebruikt tijdens de Vietnamoorlog om het pijngevoel bij zwaargewonde
Amerikaanse soldaten tijdelijk uit te schakelen. 

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) prijst sinds 1985 ketamine aan als een van de veiligste en meest afdoende
middelen voor pijnstilling. Ketamine moet niet gekoeld bewaard worden, kan in tabletvorm toegediend worden, heeft een minimaal effect op de ademhalingsfunctie (geen zuurstoffles nodig) en is bijgevolg uitermate geschikt voor pijnstilling in afgelegen gebieden, ontwikkelingslanden en bij spoedeisende hulp. In vloeibare vorm wordt het gebruikt in brandwondencentra (bij het wisselen van verband) en in pijnklinieken, altijd onder medische controle.

Ketamine is sinds enkele jaren ook een populaire partydrug. Het wordt verhandeld in tablet-en poedervorm als ‘Special K’, ‘Vitamin K’ en ‘keta’. In lage dosis heeft het een opwekkend effect, milde loskoppeling van de werkelijkheid, tot desoriëntatie. Het effect is afhankelijk van kenmerken van de gebruiker, de omstandigheden waarin gebruikt wordt (al dan niet vergezeld van alcohol) en de ingenomen hoeveelheid. Bij langdurig gebruik treden tolerantie, afhankelijkheid en verslaving op. Gebruikers riskeren buikkrampen, chronische blaasontsteking, hersenbeschadiging, bewustzijnsverlies, delirium, ja zelfs de dood. In België staan zware geldboetes op illegaal–
niet door een arts voorgeschreven–gebruik. In Nederland valt de drug onder de Opiumwet, iets wat door die psychiaters die het middel al in hun praktijk toepassen glashard wordt ontkend.

Verscheidene medici, professoren en psychiaters pleiten er sinds de eeuwwisseling voor om ketamine in te zetten tegen hardnekkige depressie en andere mentale aandoeningen (bipolaire depressie, zelfdodingsgedachten, posttraumatische stressstoornis en obsessief-compulsieve stoornis). Dit door wanhoop ingegeven gebruik van het uiterste middel–de figuurlijke betekenis van het begrip ‘paardenmiddel’ – brengt de patiënt vrij snel in een andere bewustzijnstoestand, terwijl ‘normale’ antidepressiva dat pas na vier of tien weken doen.

 

Voor zover bekend
stond in dit debat niemand stil bij een maatschappij die mensen zo
doldraait dat velen niet zonder (zware) antidepressiva kunnen

FARMACOMANIE 

Omdat het patent op ketamine al een tijd verlopen is, er dus geen groot geld meer mee te verdienen viel, wou geen enkel farmaceutisch bedrijf miljoenen uitgeven aan wetenschappelijke proeven om het ‘ultieme antidepressivum’ te valideren. Tot Janssen-Cilag de samenstelling voldoende veranderde om het te laten registreren als een nieuw product: esketamine, een neusspray die onder medisch toezicht toegediend moet worden. In Nieuwsuur (NPO2) van 16 januari jl. getuigde een patiënt die het middel niet voorgeschreven kreeg, dat hij het moeiteloos op het ‘dark web’ had kunnen aanschaffen.

De op de bijsluiter van Spravato (de merknaam van esketamine) vermelde risico’s en bijwerkingen zijn niet voor de poes: bloeddrukverhoging, dissociatieve toestanden, bewustzijns-en waarnemingsstoornissen. Beweerd wordt dat er voldoende onderzoek werd verricht. Dat staat sinds 2016 ook op de ‘factsheet over ketamine’ van de Wereldgezondheidsorganisatie. De WHO voegt er nog aan toe dat de drug niet onderworpen mag zijn aan internationale drugscontrole wegens zijn groot belang bij operaties in ontwikkelingslanden en noodgevallen.

Het enige dat met zekerheid is geweten, is dat ketamine een kortdurend antidepressief effect lijkt te hebben. Over de
werking op lange termijn, risico’s bij herhaalde toediening (gewenning, verslaving), toedieningsmethodes en
behandelschema’s tast men in het duister. Artsen die de drug desalniettemin gebruiken, doen daarvoor een beroep op
mededogen.

     

De auteurs erkennen de verdiensten van de geneeskunde, maar stellen tegelijk dat één
derde van de medische zorg van nul en gen
erlei waarde is, en nog eens tien procent ronduit
schadelijk

Nogal wat medici stellen zich terughoudender op. Midden januari 2022 drongen verscheidene Nederlandse professoren en psychiaters erop aan het middel niet meer dan nodig aan te prijzen, laat staan veelvuldig te gebruiken. Er moet, zo stellen ze, bij hoogdringendheid verantwoord wetenschappelijk onderzoek verricht worden. Onderzoek waarin een representatieve groep proefpersonen het middel inneemt, een vergelijkbare groep een placebo slikt, terwijl niemand, ook de onderzoekers niet, weet wie wat toegediend krijgt.

Ondertussen werd het paard achter de wagen gespannen. De neusspray werd in 2019 goedgekeurd door de
verantwoordelijke Amerikaanse en Europese instanties. Britse experts die zich tegen goedkeuring in eigen land verzetten, maakten waarschijnlijk dat vergelijkbare resultaten bekomen worden met andere straatdrugs. Ook de Britse instantie die instaat voor de kosten - batenanalyse voor nieuwe medicijnen, sprak zich tegen het middel uit, vooral we
gens de kostprijs (circa tienduizend pond per behandelingskuur). Het mocht allemaal niet baten, Big Pharma haalde het, ketamine werd in 2020 ook goedgekeurd voor toepassing op Britten. Sinds september 2021 betaalt de Nederlandse Zorgverzekering het middel terug. Bij het schrijven van dit artikel was dit nog niet het geval in België en mijn apotheker vond in haar databanken niets terug over ketamine.

Voor zover bekend stond in dit debat niemand stil bij een maatschappij die mensen zo doldraait dat velen niet zonder (zware) antidepressiva kunnen. Hun desoriëntatie en derealisatie weerspiegelt een van de mens vervreemde werkelijkheid en natuurlijk ook de explosieve toename van psychotherapeuten sinds de Tweede Wereldoorlog.

De commotie zorgde er toch voor dat er in Nederland nu enig wetenschappelijk onderzoek naar esketamine van de grond lijkt te komen. In het reeds vermelde artikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie wordt verwezen naar een grootschalig onderzoek in een aantal medische en psychiatrische instellingen.

IN EIGEN BEDJE ZIEK

Het verhaal over ketamine had niet misstaan in Hippocrasy, een alarmerend boek over wat er zoal fout loopt in het medisch universum. De auteurs, twee gerenommeerde Australische artsen, Rachelle Buchbinder (reumatoloog) en Ian Harris (orthopedisch chirurg), erkennen vanzelfsprekend de verdiensten van de geneeskunde, maar stellen tegelijk dat één derde van de medische zorg van nul en generlei waarde is, en nog eens tien procent ronduit schadelijk. [Niet zo’n geweldige vondst die titel. Hippocrasy bestond al als boek, maar Hippocrazy ware beter geweest, n.v.d.a.] Ook de Wereldgezondheidsorganisatie schat dat 20 tot 40% van de gezondheidszorg overbodig is of verspild wordt.

De ondertitel, How doctors are betraying their oath, geeft de invalshoek van de auteurs weer. Hun kritiek volgt, hoofdstuk per hoofdstuk, alle onderdelen van de eed van Hippocrates. Door deze aanpak wordt als vanzelf een eenzijdige, verpletterende verantwoordelijkheid bij individuele dokters gelegd. Want zij, zo lui
dt het, die gezworen hebben geen schade aan patiënt of maatschappij te zullen berokkenen, schrijven toch maar medicijnen, onderzoeken en therapieën voor die schade teweegbrengen.

Volgens Buchbinder en Harris behandelen medici doorgaans te veel en zijn ze vaak ziende blind voor bijwerkingen en negatieve resultaten van hun tussenkomst. Dokters overschatten positieve effecten en onderschatten kwalijke gevolgen. Artsen zouden tijdens hun opleiding onvoldoende vaardigheden aangereikt krijgen om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar waarde te schatten, het waardevolle in hun praktijk op te nemen en ingesleten overtuigingen af te zweren. Het zou gemiddeld zeventien jaar duren vooraleer resultaten van nieuw onderzoek in de algemene medische praktijk zijn doorgedrongen.

Komt daarbij dat naar schatting één vijfde van de onderzoeksresultaten nooit gepubliceerd wordt, doorgaans wegens een negatief resultaat, een uitkomst die niet naar de zin was van de sector. Zo mogelijk nog verontrustender is dat verscheidene wetenschappers die 53 baanbrekende studies over preklinisch kankeronderzoek probeerden te herhalen, de resultaten van slechts zes van die studies konden bevestigen (Nature, 2012). De auteur van een van de oorspronkelijke studies was niet verbaasd. Hij had tientallen pogingen moeten doen om het gewenste resultaat te bekomen en had de mislukkingen ‘natuurlijk’ niet vermeld in zijn publicatie.

 

 

 

 

Niet-behandelen wordt in de opleiding slechts
met
mondjesmaat behandeld

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geneeskunde is en blijft een veld vol waarschijnlijkheden en onzekerheid terwijl van dokters
juist verlangd wordt dat ze zekerheid verschaffen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medische schade wordt minder veroorzaakt door onzorgvuldige of slecht uitgevoerde zorg dan wel door medicalisering van mens en maatschappij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een geneeskunde die winst moet maken schaft winstgevende praktijken niet uit eigen beweging af,
heeft minder boodschap aan preventie, minder oog voor maatschappelijke kost en nevenschade

 

 

Zoals vrijwel alle specialisten (politici, professoren ...) kunnen artsen moeilijk toegeven iets niet te begrijpen, ergens geen verklaring voor te hebben, laat staan medische fouten toegeven. Niet-behandelen wordt in de opleiding slechts
met mondjesmaat behandeld. Klachten die vanzelf overgaan – tijdelijke hoofdpijn, een tenniselleboog, griep – worden dan maar gemedicaliseerd, ook al omdat wie een dokter raadpleegt dat veelal verwacht of omdat de arts dat zomaar aanneemt.

Dokters en patiënten verliezen te vaak uit het oog dat mensen ongelooflijk complexe combinaties zijn van allerhande cellen die niet in vitro, maar in vivo bestaan. Geneeskunde is en blijft dus een veld vol waarschijnlijkheden en onzekerheid terwijl van dokters juist verlangd wordt dat ze zekerheid verschaffen. Die tegenstrijdigheid kan maar enigszins opgeheven worden door nederigheid bij zowel arts als patiënt.

Het koste wat het kost aan eigen en andermans verwachtingen willen voldoen leidt tot een overvloed aan diagnoses, onderzoeken, behandelingen, almaar verdergaande medicalisering, ongezonde werkdruk op dokters en verplegers, grenzeloze verspilling, terminale kostenplaatjes, verziekte volksgezondheid.

KERNZIEK

Medische schade wordt minder veroorzaakt door onzorgvuldige of slecht uitgevoerde zorg dan wel door medicalisering van mens en maatschappij. Je kan het zo gek niet bedenken of er bestaat een medische diagnose, term en behandeling voor: verlegenheid, lichtverhoogde bloeddruk, voorbijgaande hoofdpijn, menopauze, droefheid, rouw, verouderingsverschijnselen. De verlaging van gezondheidsdrempels verziekt wat kort tevoren kerngezond heette te zijn. Zo verwierf meer dan de helft van de welvaartmensen tussen 45 en 75 jaar een zogenaamd abnormaal hoge bloeddruk. Méér dan de helft: abnormaal werd tot norm verheven, is normaal geworden. Met elke nieuwe editie van de psychiatrische bijbel (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) breiden de diagnoses uit, zowel qua reikwijdte als aantal. Met zo’n maatstaf mag ongeveer de helft van de bevolking geestesziek genoemd worden.

Depressie, een zeer subjectieve toestand veroorzaakt en bepaald door vele factoren, met een brede waaier qua ernst en duur, is een van de meest gestelde diagnoses. Eén op de acht volwassenen in Australië en de VS (één op de vier
Amerikaanse vrouwen) zou eraan lijden. Dat in een maatschappij die in bijna al haar geledingen dwangmatige
tevredenheid, geïdealiseerde gezondheid en schoonheid, bezit, winst en macht als ultiem geluk predikt, maar in
werkelijkheid teruggaat op allerhande vormen van ongelijkheid, competitie, consumptie en verslaving, waarin nogal wat mensen zich niet bepaald gelukkig voelen, kan ternauwernood verbazen. Wie zich niet kan aanpassen, gaat onderuit of slikt een door die prestatiemaatschappij aangereikt verslavingsmiddel als zoethouder.

 

Ook geboorte en sterven werden verregaand gemedicaliseerd. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is keizersnede bij 10 tot 15% van de bevallingen normaal, maar in de VS en Australië ziet 33% van de baby’s aldus het levenslicht (dit in schrille tegenstelling met schandelijk ondergebruik in de meeste ontwikkelingslanden). Ook het levenseinde wordt vaak nodeloos uitgesteld. Geneeskundigen willen koste wat het kost (figuurlijk en letterlijk) genezen, ook als er niets meer te genezen valt en het lijdend ‘voorwerp’ volgehouden sluitende argumenten aanvoert om het eigen leven te beëindigen, maar helaas door de Wet aan artsen werd uitgeleverd. Nogal wat dokters en verplegenden die terminale patiënten verzorgen, geven aan dat ze, als zij ooit zo machteloos worden, nooit op die manier ‘verzorgd’ willen worden.

DOOR MERG EN BEEN

Lage rugpijn, een van de meest voorkomende klachten, wordt overdreven veel en onnodig behandeld. Buchbinder en Harris hebben het over een ware industrie. Dure doorlichtingen brengen niet zelden ‘afwijkingen’ aan het licht die gezien de leeftijd van de ‘patiënt’ normaal zijn. Maar voor je het goed en wel beseft duidt een specialist, met meer oog voor computerbeelden dan oor voor de patiënt, een vernauwing van een zenuwkanaal of een uitstulping van een discus aan als dé oorzaak van de klachten en beland je onder het mes. Dat terwijl bij minder dan 1% van mensen met lage rugpijn een fysieke oorzaak aan te wijzen valt. Uit onderzoek volgt bovendien dat lage-rugpijn-zonder-medisch-aantoonbare-oorzaak even snel verbetert of verslechtert met of zonder behandeling. Sterke pijnstillers, injecties, manipulaties, osteopathie en chirurgie hebben hooguit een marginaal effect, zijn niet doeltreffender dan een schijnbehandeling. Bewegen (wandelen, fietsen, turnen, zwemmen ...) en tijdig van lichaamshouding veranderen, halen volgens Hippocrasy meer uit.

Beenderen worden met verouderen brozer en dat vergroot het risico op breuken. Ieder jaar worden talloze ouderen
geconfronteerd met barstjes en breuken. Doorgaans genezen die vanzelf binnen enkele weken of maanden, al zorgen ze in die tijd voor veel ongemak en pijn. Eind jaren 1980 vond men er iets op: vertebroplastie of in mensentaal: de breukjes lijmen door er een soort acrylcement in te spuiten. In de media had men het over een Lazarus-effect. In 2003, zo’n twintig jaar na de lancering van de techniek, werden de resultaten voor het eerst wetenschappelijk onderzocht. Bleek dat proefpersonen die een placebobehandeling hadden ondergaan ongeveer dezelfde pijnmindering hadden als gelijmde mensen. Later onderzoek wees uit dat de ingreep op langere termijn geen voordeel oplevert, integendeel. Vastgesteld werden: infecties, breuken van ribben en wervels, cementdeeltjes die in de longen terechtkwamen of het hart perforeerden, verlamming door op het ruggenmerg drukkend cement. Toch blijven nogal wat chirurgen en instellingen zweren bij dure vertebroplastie. In 2015 bleek dat een persoon die banden had met een firma die hieraan geld verdient de efficiëntie van de ingreep had overdreven op Wikipedia.

 

GEBUISD

Stents, flexibele buisvormige prothesen die een vernauwing in een geblokkeerde slagader opheffen, werden en worden veelal gebruikt bij dreigend hartfalen. Om verstopping van de fijnmazige stents te voorkomen moeten de patiënten de rest van hun leven bloedverdunners slikken. Hoe logisch de ingreep ook moge lijken, wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat mensen die de peperdure operatie ondergingen niet beter af waren dan wie met medicijnen werd behandeld of een schijnoperatie onderging. Toch blijft men ieder jaar tienduizenden stents plaatsen om hartfalen te voorkomen.

Artroscopie van de knie, het inbrengen van een cameraatje en een chirurgisch instrument, was tot voor kort een van de
meest voorkomende chirurgische ingrepen. Begin deze eeuw bleek uit wetenschappelijk onderzoek dat deze kijkoperatie geen zin heeft voor pijnlijke knieën ten gevolge van gebruik of slijtage. Het duurde tien jaar vooraleer de behandeling van aldus veroorzaakte knieklachten minder werd toegepast.

VERMINKING

In de tweede helft van de jaren 1950 werd een wondermiddel gelanceerd tegen ochtendmisselijkheid bij zwangere
vrouwen. Thalidomide werd in 1961 uit de handel genomen toen duidelijk was geworden dat het ‘geneesmiddel’ circa
twintigduizend zwaar misvormde baby’s had veroorzaakt en nog eens tachtigduizend in de baarmoeder omgekomen of doodgeboren kinderen.
 
Volgens Hippocrasy werd Thalidomide in 2001 weer in gebruik genomen voor de behandeling van lepra en bepaalde
beenmergkankers. Dat mondde in Brazilië en Argentinië uit in misvormde baby’s. De waarschuwing op de verpakking, een afbeelding van een rood doorkruiste zwangere vrouw, zou door sommige mensen geïnterpreteerd zijn als een
anticonceptief symbool.

Dit verhaal klopt niet helemaal. Thalidomide wordt in ontwikkelingslanden al verscheidene decennia ingezet tegen
bepaalde gevolgen van lepra. Brazilië produceert het op grote schaal voor eigen gebruik (5,8 miljoen pillen in de jaren
2005-2010). Op de verpakking van Talidomida viel te lezen dat wie zwanger was of dat kon zijn, in geen geval het middel mocht innemen. In 2011 bleek dat toch een honderdtal kinderen met ernstige misvormingen geboren waren. Enkele wetenschappelijke artikels vermelden dat mensen die lezen noch schrijven konden de afbeelding van de doorkruiste zwangere vrouw verkeerd begrepen hadden. Se non è vero, è ben trovato. Mij lijkt het een sterk verhaal op kosten van analfabete slachtoffers, want hoezeer ik ook mijn best deed, een afbeelding van een zwangere vrouw op een Talidomida-verpakking vond ik niet, maar wel een tekening van een doorkruist vrouwenhoofd.

In 2003 vaardigde Brazilië een wet uit die bepaalde dat op de verpakking een niets aan de verbeelding overlatende foto van een misvormde baby moest komen. Voortaan mochten vrouwen in de vruchtbare leeftijd die Talidomida moeten innemen ook anticonceptiva gebruiken en het product werd in prijs verlaagd. Van groter belang dan de vermoedelijk mythische afbeelding van een zwangere vrouw is dat meer dan 20% van de Brazilianen onder de armoedegrens probeert te overleven, geen of onvoldoende onderwijs en gezondheidszorg krijgt, terwijl vooral zij door lepra getroffen worden.

 

Het kan geen toeval zijn dat de primordiale regel uit de eed van Hippocrates, ‘berokken geen
schade’, in vrijwel alle moderne versies van de artseneed werd verwijderd

 
 
 

MEDISCH-INDUSTRIEEL COMPLEX

Moderne medische zorg zit in een businessmodel. Een geneeskunde die winst moet maken schaft winstgevende praktijken niet uit eigen beweging af, heeft minder boodschap aan preventie (meer gezond houden dan genezen), minder oog voor maatschappelijke kost en nevenschade.

Farmaceutische firma’s leggen geen Hippocratische eed af maar zweren bij maximalisatie van winst voor aandeelhouders. Het zakenmodel is de eenvoud zelf: zoveel mogelijk mensen behandelen met zoveel mogelijk medicijnen tegen de hoogst mogelijke prijs. Veiligheidsrisico’s worden niet zelden veronachtzaamd, verzwegen of weggemoffeld op bijsluiters (die indekken tegen schadeclaims). Onlangs nog keurde de Amerikaanse Food and Drugs Administration het middel Aducanumab goed, een peperduur medicijn (56.000 dollar per patiënt per jaar) voor Alzheimerpatiënten, ook al had het eigen adviespanel het ‘geneesmiddel’ als ‘niet effectief’ afgekeurd. Eind vorig jaar wees het Europees Medicijnagentschap het product af wegens onvoldoende bewijzen van werkzaamheid tegenover voldoende bewijzen van schadelijke effecten. Denk ook aan de opiaten-epidemie (oxycodone) in de VS (bij ons bekend onder de merknaam Oxycontin). Naar deze zware pijnstiller was geen medisch-ethisch verantwoord onderzoek gebeurd omdat men ervan uitging dat hoe sterker de pijnstiller, hoe zwakker de pijn. Met ontelbare verslaafden en doden tot gevolg (in 2018 stierven in de VS elke dag 128 mensen aan een overdosis). De producent, Purdue Pharma, was op de hoogte maar bleef artsen die het middel voorschreven financieel stimuleren (in 2012 schreef 7% van de Amerikaanse artsen meer opiaten voor dan alle anderen samen, in totaal 255 miljoen voorschriften).

Het kan geen toeval zijn dat de primordiale regel uit de eed van Hippocrates, ‘berokken geen schade’, in vrijwel alle
moderne versies van de artseneed werd verwijderd, ook uit die van de Belgische Orde der Artsen.

 

Niet alleen artsen, ook het publiek moet heropgevoed worden

 
 

WEERBAARHEID

Buchbinder en Harris maken niet duidelijk dat vrijwel iedereen boter op het hoofd heeft. Patiënten
verwachten dat de dokter iets doet, bloeddruk en longen controleert (verre van altijd nodig), een diagnose stelt, iets voorschrijft (medicijn, test, behandeling) of doorverwijst. In welvaartslanden krijgen mensen dit van jongs af aangeleerd door overbezorgde ouders, goed bedoelende scholen, gezondheidscampagnes, grootschalige screenings, reclame voor farmaceutische
producten, ja zelfs in soaps. Door deze medicalisering, door medische en farmaceutische overconsumptie kunnen veel
mensen alledaagse ongemakken en kwaaltjes minder goed aan, worden ze minder weerbaar, minder kritisch, minder
zelfredzaam.

Niet alleen artsen, ook het publiek moet heropgevoed worden. De COVID-19 pandemie bijvoorbeeld, maakte duidelijk dat een tekort aan wetenschappelijk inzicht mensen blootstelt aan desinformatie die twijfel zaait en stuurloos maakt. Alle partijen moeten meer inzicht verwerven in elkaars verwachtingen, mogelijkheden en realiteiten.

Hippocrasy is lang niet het eerste werk dat het medisch universum op de korrel neemt. Bijzonder aan dit boek is dat twee doorgewinterde dokters uit de biecht klappen, heel wat problemen en perverse stimulansen uit de doeken doen, duidelijk
maken dat veel mensen hierdoor lichamelijk, psychisch en financieel geschaad worden. 

De auteurs willen (potentiële) patiënten informeren om ze mondiger en weerbaarder te maken. Of je bij elk medisch consult hun vragenlijstje moet afwerken, is gezien de beperkte duur van een raadpleging en de volle wachtzalen, zeer de vraag. Maar het kan geen kwaad de vragen in gedachten te houden: Werd de voorgestelde behandeling afdoend wetenschappelijk onderzocht? Wegen de voordelen op tegen nadelen en risico’s? Hoeveel kost het aan de maatschappij en mezelf? Welke alternatieven zijn er? Wat gebeurt er als ik niets doe?

In Hippocrasy worden vooral wantoestanden in Australië en de VS aan de kaak gesteld, maar het medisch-industrieel complex is zozeer ingeburgerd in het welvarende deel van de wereld dat de kritiek van de auteurs in ontstellende mate ook in onze contreien van toepassing is, zoals velen onder ons helaas aan den lijve hebben ondervonden.

 

 

Bijzonder aan dit boek is dat twee doorgewinterde dokters uit de biecht klappen

 
     

 

Buchbinder, Rachelle & Harris, Ian – Hippocrasy. How doctors are betraying their oath, Sydney, NewSouth Publishing/University of New South Wales, 2021, 294 p.

 

Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.